dinsdag 13 mei 2014

Ze zijn er wel, maar........

Aasgier                                                    

Na een afwezigheid van ongeveer zes jaar zijn de Steenarenden teruggekeerd op hun nest boven ons huis. Het plaatje hierboven heeft haast niks met steenarenden te maken, want het is een Aasgier. Toch wel. Nadat Franka het verhaal aan iemand waarmee ze conversatieles doet over onze Steenarenden had verteld, vertelde deze dame haar een geheim. Het geheim is dat er niet heel ver hier vandaan een broedend paartje Aasgieren zit. 
Elena, van die sterren, zie verhaaltje over Stralende Sterren is namelijk zwaar in de vogels. Zozeer zelfs dat zij haar baan heeft opgezegd. Ze werkte bij een natuureducatiecentrum hier in de buurt. Spanje 2014, baan opzeggen om meer tijd te besteden aan je hobby waarmee je ook proberen gaat geld te verdienen. Je moet maar durven. Of een klap van een vleugel hebben gekregen. 
Dat paartje Aasgieren is misschien nog wel bijzonderder dan die Steenarenden. Ze komen hier wel voor, maar bij ons weten pas vanaf een kilometer of 50 naar het Zuiden. Ooit zagen wij er een paar honderd tegelijk die aan de trek begonnen waren. Dat was zo bijzonder dat ik niet denk ooit op het net een betere foto te zullen vinden dan deze:
Aasgieren op trek naar Afrika

Voor de auteur bljkbaar bijzonder genoeg om te plaatsen, maar erg scherp is de foto niet. Wij zagen die beesten op hooguit tien meter afstand. Honderden achter elkaar vlogen over ons heen. Wat mij weer brengt op één van mijn eerste UFO's. Zo noem ik vogels die ik wel zie, maar niet herken. Ik zag iets zoals hierboven, maar dan ééntje. En in het boekje met "Vogels van West-Europa" was de enige grote vogel die ik kon vinden met zwart-witte vleugels, de Visarend: 


Visarend      

Maar die komt alleen voor bij water. Hij eet vooral vis, het zal u niet verbazen. Gelukkig las ik de volgende dag in de krant dat er in de Delta van Llobregat een paartje Visarenden was uitgezet. Weliswaar bijna 300 km hiervandaan, maar jarenlang heb ik toch gedacht dat mijn UFO een visarend was die verdwaald was......

Totdat wij een nieuw boekje kregen met álle vogels van Europa. Ook de gieren. Er komen in Europa vier soorten gieren voor, ook nog allemaal min of meer in onze buurt. En zo komt het dat ik vermoed dat die Aasgieren hier misschien al wel heel lang broeden. Zelf had ik er weleens twee tegelijk gezien hier vlakbij (nadat we die nieuwe gids in gebruik hadden genomen) en gedacht dat het verdwaalde vogels op trek waren. Met verdwalende vogels had ik tenslotte enige ervaring, meende ik. 

Maar waarom is het nu geheim dat er hier een broedend paartje Aasgieren woont? Dat komt door de gevoelig liggende verhouding tussen de Natuurbeschermers en de Jagers. Bij een officiële aankondiging van een nest met Aasgieren op een plaats die je niet verwacht, gaan de officiële Natuurbeschermers eisen dat er een niet-betreden zone wordt ingesteld. Dat willen de jagers niet, want het verkleint hun areaal. Dus bestaat de kans dat een toevallig passerende jager per ongeluk zo'n vogelpaar de schrik van hun leven bezorgt of erger. Vogels weg? Einde vogelbescherming. 

Het nieuwe pact luidt derhalve dat jagers eventuele bijzonderheden die zij ontdekken in het geheim delen met de officieuze dierenliefhebbers. Die trouwens best een officiële aanstelling kunnen hebben als boswachter, maar zij horen het "off record" en vertellen het niet door aan hun baas. 
Daarom weet ik nu dat er een paartje Aasgieren broedt vlak bij ons huis. Alleen weet ik niet wáár. En gaan wij ook niemand officiëel vertellen over dat paartje Steenarenden boven ons huis. Straks komt er een jager verhaal halen!

Terug naar de website

dinsdag 15 april 2014

Gieren

Zoals ik in een ander stukje schreef, komen er bij ons in de buurt vier soorten gieren voor. Vier, dat zijn precies alle giersoorten die in Europa voorkomen. De meestvoorkomende soort is de Vale Gier. De Vale Gier wordt meestal omschreven als een plank in de lucht. 



Dat komt vooral omdat de vleugels nagenoeg overal even breed zijn. Een relatief korte staart, haast geen kop omdat deze ingetrokken wordt tijdens de vlucht. Je ziet ze heel vaak in groepen. Als je meer dan twee erg grote vogels bij elkaar ziet, is het een Vale Gier. 
De tweede soort is de lammergier. Een stuk bijzonderder -tot voor kort alleen nog maar voorkomend in de Pyreneeën, tegenwoordig ook weer te bewonderen in de Alpen en de Cevennen waar ze zijn geherintroduceerd. 
De lammergier heeft in verhouding tot de lengte iets smallere vleugels die bovendien minder rechthoekig zijn. Bovendien is de staart in verhouding veel langer en enigzins wigvormig en afgerond. De kop in vlucht is niet ingetrokken. Dat maakt ook een stuk uit. 



De aasgier is beduidend kleiner en lijkt in vlucht het meest op de lammergier. Als we hem van dezelfde kant laten aanvliegen, zie je dat de staart korter is, maar wel dezelfde vorm heeft. De vleugels net een tikkie breder en de kopt wat kleiner. Over kleuren heb ik het niet, want in de meeste gevallen zie je nauwelijks meer dan het silhouet. Onze ogen zijn geen fotolens. 




Tenslotte de Monniksgier. Die was behalve op Mallorca alleen nog maar niet-uitgestorven in de Extremadura. Gieren kunnen eigenlijk niet fatsoenlijk vliegen, en al helemaal niet zonder thermiek boven zee, dus die Mallorcaanse vogels zijn ooit door een storm als een soor Robinson Crusoë aangewaaid. En kunnen daar dus niet meer weg. 
De Monniksgier is zwart, nog iets plomper dan de Vale Gier waar hij verder erg op lijkt. Op de grond is hij de baas over de andere gieren. Hoewel het perspectief iets verschoven is, laat ik hem hier zien in vleugelslag. Ik vind de foto te mooi. 

9 Foot Wing Span-img_9356.jpg

De Sierra de Boumort, iets naar het Zuiden, is de enige plek in Europa -de Wereld in feite- waar je kans hebt ze alle vier tegelijk te zien. Leuk!

Terug naar de website

Tim

voorjaar 2005

Onze Tim wil later wel tekenaar of beeldhouwer worden. Om de mensheid een beetje te laten wennen aan zijn stijl, publiceeer ik hier alvast een kunstwerk van de “jeugdige Tim van Noort”.



Vorige week een poging met hem ondernomen om iets van papier-maché te maken. Een kunstenaar moet experimenteren met verschillende materialen, dacht zijn vader. Binnen vijf minuten en acht keer tussentijds handenwassen gaf hij op. Hij houdt niet van plakkende vingers.

Een ander bijzonder talent is zijn opvliegende karakter. Vroeger als hij iets probeerde te tekenen en het resultaat niet geheel aan het beeld in zijn hoofd beantwoordde, verscheurde hij in elk geval de tekening, brak nog wat potloden en/of smeet de beker met kwasten door de kamer. En kreeg Franka (of ik, zijn zus of broer in deze volgorde) de schuld. En tegenwoordig is dit niet veel beter.

Op school daarentegen gedraagt hij zich alsof het welzijn van de totale mensheid afhangt van zijn gedrag. Sociaal tot de graad dat zijn juffrouw ons meldt dat zijn grootste probleem op school bestaat in het onvermogen om het iedereen naar de zin te maken. Ons Timmetje lijdt zichtbaar als er tevéél kinderen met hem willen spelen, zo rapporteert zij.
Op onze repliek dat hij wellicht dáárom zus, broer, vader en moeder (in deze volgorde) in de thuissituatie fysiek maltraiteert doet slechts een wenkbrauwfrons aan de andere kant van de tafel ontstaan. ¿El Tim? ¡No pot ser! (Tim? Dat bestaat niet!)
Vanavond ging ik hem ophalen van het voetballen. Alle kinderen keurig in hun jas, alleen Timmy zag ik aanvankelijk nergens. Na enige tijd ontdekte ik achter in de sporthal twee vechtende kereltjes waarvan één mijn zoon was. Oké, volgens zijn juf houdt hij wel erg van stoeien. Mijn zoon was echter op een op de grond liggende tegenstander aan het inschoppen.
¿Moet ik nou blij zijn dat hij gelukkig toch niet zo schijnbaar perfect is, of hem op zijn donder geven omdat hij een ander kind mishandelt?


Terug naar de website

Stralende sterren

Vandaag hadden wij bezoek van een vriendin van Franka met haar vriendje. Franka en Elena kennen elkaar van het gezamenlijk musiceren. Elena is in de vogels, dus toen zij hoorde dat de steenarenden na 6 jaar afwezigheid weer aan het broeden zijn op het nest boven ons huis, was zij gisteren komen kijken met haar ik weet niet hoe vaak vergrotende statiefkijker. Daarmee konden ze bij de steenarenden op de koffie. Vandaag had Elena die kijker wéér bij zich, maar de steenarend op het nest zat in de broedstand. We zagen alleen af en toe een stukje staart.
Het vriendje van Elena heet Kike. Hij is net gepromoveerd in de astrofysica en heeft - je zou bijna zeggen dus- geen werk. Kike heeft verstand van sterren en andere hemellichamen en heeft besloten te proberen op een andere manier dan door middel van de wetenschap daar een broodwinning in te vinden. Samen met iemand anders heeft hij een bedrijfje opgezet dat ter lering en vermaak workshops bij jou thuis komt verzorgen over de hemellichamen. Bij jou thuis weet ik niet helemaal zeker, maar bij ons thuis gaan ze het wel proberen komende zomer hebben we afgesproken.
Het aardige is dat onze regio recent door de UNESCO is uitgeroepen tot sterrenlicht-reservaat. Nu merk je daar verder weinig van, want er worden nergens hekken en bordjes geplaatst. Twintig jaar geleden, toen wij ook nog geen straatverlichting hadden in het dorp, lagen wij die eerste zomer met onze vrienden/vrijwilligers ons avond na avond te vergapen aan die imposante sterrenhemel. 
Nu weet ik waarom. Als je naar onderstaande afbeelding kijkt, weet jij het ook. Het is een kaart van Catalonië en een stukje Aragon en Zuid-Frankrijk van de lichtvervuiling. Wij wonen in het donkerblauwe gebied midden-boven. Rechtsbovenin dat donkere stuk, ten Oosten van dat oplichtende lichtblauwe puntje (Esterri d'Àneu). Donkerder is het nergens. Meer sterren zie je dus ook nergens. En we hebben 1100 m minder lucht tussen de ververwijderde lichtbronnen en onze kijkers.

carte de la pollution lumineuse en espagen basse resolution, sans toponymie

Dat wilde ik even kwijt. Leuk hé! Deze zomer wekelijks een avondje sterren kijken. Met toelichting van Kike.

Terug naar de website

San Pere de Burgal

Wie is  Hans Lemmen? Als je de link nog niet hebt aangetikt, vertel ik het. Hans Lemmen is een kunstenaar die onder andere tekeningen maakt waarin de wereld er net iets anders uit ziet. Hij maakt nog andere dingen ook, maar als je belangstelling is gewekt door onderstaande plaatje kun je beter zelf naar zijn website. Tenslotte kun je het beste zélf in dialoog met het werk, zonder dat daar allerlei gewauwel van mij als stoorzender tussen zit. 
©hanslemmen.nl

Hans was een paar jaar geleden bij ons op de camping en hij stuurde mij al eens foto's op die hij toen maakte. Sommige mensen zien iets anders terwijl ze naar hetzelfde kijken. 23 jaar eerder had hij hier ook al eens gereisd. Daarover schrijft hij onderstaand citaat als bijschrift bij een recente tentoonstelling. Ik kopiëer het omdat ik het een leuk verhaal vind:

"In de Spaanse Pyreneeën kan ik me, vooral vóór en tijdens de dagelijkse onweersbuien, goed voorstellen dat sommigen geloven in goden en reuzen. Die stel ik me voor lijkend op de robuuste gebeeldhouwde figuren aan de gevels van de Romaanse kerkjes. Ik probeer ze te zien in de tegenvormen van heuvelruggen en bergen in de lucht.

Mijn reisgenoot en ik staan in de dakloze ruïne van een 9e-eeuwse kloosterkerk. De lucht betrekt dramatisch en ik spring met mijn camera in het rond.

Alleen het koor van de kerk heeft nog een dak en werd ooit dichtgemetseld om als kapel dienst te kunnen doen. Eén zonnestraal breekt plotseling door en verlicht plaatselijk de muur, als een roosvenster dat van binnenuit verlicht wordt. Het duurt maar even, dan barst de regen los. Op een gegeven moment regent het zo hard, dat de regendruppels als witte buisjes in slow motion uit de lucht lijken te dalen. Nooit eerder zag ik het pijpenstelen regenen.

In heb het koud en wil naar de auto voor droge kleren en volg het bergpaadje dat een bergstroompje is geworden. Eenmaal behaaglijk in de auto zittend schrik ik op. Vlak vóór me in de regen, zie ik het silhouet van een man met en kap op en een staf in de hand: een monnik! Hij kijkt naar mij maar ik zie zijn ogen niet.  Dan komt hij naar mijn raampje. Het blijkt een bezorgde wandelaar in regencape, die vraagt of ik misschien boven bij de ruïne zijn vrouw heb gezien.


Ik heb nooit geweten waar het precies was.  23 jaar later was ik voor het eerst weer terug in de Pyreneeën en we stonden op een camping. Toen ik het verhaal aan de campingbaas vertelde, zei deze dat de ruïne daar twee kilometer vandaan was: Monasterio de Sant Pere del Burgal."

©hans lemmen

Binnenkort moet Tim een werkstuk inleveren over het Romaanse erfgoed in onze omgeving. Daar hebben wij van alles van. Om te beginnen de kerk naast ons huis. Maar ook dat klooster. Om hem een beetje te proberen te motiveren bezoek ik deze vakantie met hem cultureel erfgoed. Als vader lijkt het me leuk als hij het verslag van onze excursies zou weten te larderen met een dwarse blik. Zoals Hans. 

Terug naar de website

zaterdag 29 maart 2014

Oude paden zoeken

Binnenkort is het twintig jaar geleden dat wij ons huis hier kochten. Als die twintig jaar op het gebied van wandelen ergens door worden gekenmerkt, dan is het "oude paden zoeken". Niet dat wij  twintig jaar als een stel malloten door bos en struikgewas hebben gestruind. Veel meer is het uiting van een poging om de werkelijkheid naar je hand te zetten.
Wij zochten vanaf het begin iets in de buurt van de GR-11, de doorgaande Pyreneeënroute aan de Spaanse kant. Nog voordat wij iets hadden gekocht, maakten wij al plannen om deze zonodig te verleggen. Zodat er als vanzelf mensen in onze -in de plannen nog- berghut terecht zouden komen. Nadat wij  een jaar voor aankoop zelf een stuk van de GR-11 hadden gelopen midden in de zomer, en de hele dag hadden genoten van een weldadige rust, lieten wij dit plan varen. Niemand zagen wij die dag.
Jaren later ontdekten wij op een oudere kaart dat die GR-11 ooit langs ons huis had gelopen. In ieder geval in ontwerp. Om voor mij onbekende redenen is dat plan gewijzigd, zodat de GR-11 nu boven over de berg achter ons huis loopt. De horizon van onderstaande foto. Soms verdwalen mensen op de top, die in feite geen top maar een grote hoogvlakte is, en storten zij zich min of meer naar beneden langs de helling omdat zij bij het groene ballonnetje op de foto een paar huizen zien. 1000m lager is dat. Die huizen zijn niet bewoond, zodat ze uiteindelijk meestal alsnog bij ons terecht komen. Dermate ontdaan dat ik nooit aan iemand geld heb durven vragen voor de stress-sussende taxiritjes, hapjes en drankjes. Daar kunnen wij niet van leven.




Toch, soms staan er paden op kaarten getekend die een sterke aantrekkingskracht uitoefenen. Of paden die niet op de kaart staan waardoor ze juist zo'n sterke aantrekkingskracht hebben. Een voorbeeld van het eerste is een pad dat van het groene ballonetje aansluit op de GR aan de andere kant van de pas. Meer dan 300m minder klimmen, lijkt aantrekkelijk. Op de kaart staat een pad. Op de helling hebben wij nooit echt iets kunnen vinden. Frustrerend.

Een voorbeeld van het tweede soort (niet op de kaart, wel bestaand) is de rode lijn op de foto. Dat wil zeggen, dat zeggen de mensen uit het dorp. Het oude pad tussen Berrós Sobirà, het volgende dorp, naar Dorve, het volgende dorp de andere kant op. Via onze achtertuin loopt het. Zeggen ze. En waarom zouden ze liegen? Ze gebruikten het vroeger regelmatig. Dat pad zijn we nu aan het terugveroveren op de natuur (kunnen onze klanten een leuk rondje lopen met name). De rechterhelft is geen probleem, dat ligt overduidelijk pad te zijn. Links van het midden is in '96 een landslide -beige op de foto- geweest, dus daar moeten we misschien iets afwijken, maar het is een weidegebied dus dat is ook geen punt. Het linkerstuk loopt vanuit ons huis recht het dal in. Dat hebben we inmiddels schoon gemaakt. Je voelt hem al, het probleem zit hem in dat stukje turquoise aan de linkerkant. Ik ben er nu 7 keer naar boven en naar beneden geweest. (Het is vrij steil, dus moeten we wel iets behoorlijks terugvinden.) Onderin zitten we goed. We komen ook op de goede plek boven. En, het ergste van alles, bij mijn zesde zoektocht heb ik het pad gevonden! Prima te doen, nergens te steil, regelmatig, meestal steeneiken langs de kant. 

Toen ik het de daaropvolgende keer goed wilde gaan markeren om het schoon te kunnen maken (die steeneiken snoeien vooral) zag ik het nergens meer. 
Uit boosheid heb ik mijn gereedschap daar ergens in de regen achtergelaten. Het wás er, dus we vinden het wel weer, maar waarom moet dat nou zo verdomd lastig zijn?


Terug naar de website

dinsdag 25 maart 2014

Gems in de gang

Ton Joosten, auteur van een hele serie boeken over de Pyreneeën heeft in het boek "Mijn Pyreneeën" een fotoserie gepubliceerd met als onderwerp zijn ontmoeting met een moeder-gems met haar jong. Het moet een indrukwekkende reportage zijn volgens de recensies.
Ik ken het boek zelf niet, maar mijn zus wel. Ton beschrijft de ontmoeting als een metafysische ervaring. Een culminatie van zijn jarenlange wandeltochten die tot een soort beloning leidde in de vorm van een intieme ontmoeting met twee wilde dieren. Die rustig op korte afstand met hem dat moment deelden. In een recensie op Hiking-site.nl lees ik: "Meest in het oogspringend is daarbij de korte serie foto’s die zijn meest gedenkwaardige ontmoeting met een moeder gems met jong laten zien."
Een mooi verhaal!

Nu is mijn zus, net als ik, derde generatie kleine middenstander. Bakker aan moeders kant, aannemer aan vaders kant. En mijn zus leest ook weleens iets anders dan de boeken van Ton Joosten, bijvoorbeeld dit:

Gemzen in de Franse Alpen zien niet goed meer door ziekte



Meer dan een kwart van de gemzen in het natuurreservaat Queyras in de Franse Alpen is slechtziend geworden door de besmettelijke veeziekte epizoötie. Dat bleek zaterdag uit onderzoek dat de Franse overheid en jagers gezamenlijk uitvoerden.

De ziekte is zeer besmettelijk voor hoefdieren, vooral gemzen en steenbokken. Epizoötie veroorzaakt een ontsteking aan het bindvlies en het hoornvlies, die uit zichzelf geneest. Wanneer de ziekte op zijn hoogtepunt is, zijn de dieren echter vrijwel blind. Daardoor lopen ze risico in een ravijn te storten of ten prooi te vallen aan roofdieren
.

(Hier in de buurt is de afgelopen jaren naar schatting 70% van de populatie als gevolg van ongevallen en bijkomende ziekten gestorven.)

Ton leek niet heel erg blij met de kennelijke afbraak van zijn ervaring en mailde haar iets terug dat niet inging op de alternatieve uitleg.

Nu kun je je afvragen of mijn zus dat mailtje had moeten sturen. Ik, als derde generatie kleine middenstander, vind dat geen vraag. Natuurlijk moet je mensen op misverstanden wijzen! Waarom niet? Er zullen ongetwijfeld mensen zijn die dat een dom en kortzichtig standpunt vinden. Iedere ervaring is uiteindelijk wat je er zelf van denkt, maakt of voelt. Ook dat is waar. Maar de vraag is of de momentane ervaring geërodeerd raakt door voortschrijdend inzicht. Zelf vind ik het wel vermakelijk als ik later mijn spiegelbeeld anders geprojecteerd zie.

En Ton, die op mij, in de boeken die ik wel van hem ken, de indruk wekt op typisch Nederlandse domineestoon te weten hoe de wereld elders georganiseerd moet worden, zou toch ook enige zelfspot kunnen hebben ontwikkeld?

Vanwaar deze lange inleiding? Al een aantal weken komen wij steeds een gemsje tegen dat volstrekt tegen alle natuurwetten in niet op de vlucht slaat als wij langsrijden, en de keren dat hij dat wel doet zich met zeer veel moeite tegen de berg omhoog beweegt. Als je weleens een gezonde gems hebt zien vluchten, is het verschil nogal schrijnend. Het beest ziet er niet te best uit ook, vinden wij.
Afgelopen zondagochtend zat het dier voor de zijdeur van ons huis. Later ging het richting parkeerplaats. Een uurtje geleden wilde ik iets uit de auto pakken die vóór ons huis staat. Er was juist een sneeuwstorm opgestoken.
Vlak daarvoor had ik Joep opgehaald en stond het gemsje op de weg. Nu, terwijl ik naar de auto ging, stond het bij ons in het portaal. De tochtdeur was dicht, dus verder kon het niet, en het was begonnen te knabbelen aan de skischoenen en snowboards van de jongens die daar staan. Weg ging het ook al niet toen ik de tussendeur opendeed. Het maakte eerder aanstalten om verder naar binnen te komen, weg van de kou.


Tim zag, nadat ik hem gealarmeerd had, dat er zich allerlei teken genesteld hadden op de kop van het dier.

Wat hebben we gedaan? Op aandringen van de jongens heb ik de boswachters gebeld om hem op te komen halen en af te maken, zo mogelijk. Ze kwamen sneller dan ik dacht, maar zonder zich vooraf te melden, zodat ons gemsje nadat de wind was gaan liggen naar buiten gelopen was.

De volgende keer vang ik hem. Niks metafysica. Dit noem ik dierenleed, met de kans op besmetting van soortgenoten.

Terug naar de website