zaterdag 20 december 2014

Webupdates in het land van ooit

Een vriend van mij is sociaal wetenschapper. Toen ik eens het woord neo-liberaal in een mail gebruikte om het vigerende gedachtengoed van een bepaalde stroming in het huidige tijdsgewricht te karakteriseren, kreeg ik onmiddellijk een reprimande. Of ik wel wist wat neo-liberaal betekende en wanneer of dat het ontstaan was? Nee, dat wist ik niet.
Als het u interesseert, inmiddels ben ik bijgeschoold: De term is in 1938 gemunt op het Walter Lippman colloquium in Parijs door de Franse econoom Bernard Lavargne. De introductie van de term was bedoeld als een pleidooi om het aloude vrijemarkt-denken te verbinden met een voor die tijd moderne visie op overheidsinterventie. Met het idee om de basisgedachte van een vrije markt te behouden als aantrekkelijk kapitalistisch alternatief tegenover het oprukkende communisme en fascisme.

Altijd goed om vrienden te hebben die meer lezen en onthouden dan ikzelf!

Je kunt echter aanvoeren, en dat is óók waar, dat de term neo-liberaal sinds de jaren '60 van betekenis is veranderd. En het inmiddels door de meeste gewone stervelingen wordt opgevat als een term die juist het accent op de rabiaat liberale kant legt. Gewoon: het nieuwe liberalisme eigenlijk.

Een andere vriend van mij is nerd van beroep. En jawel hoor, toen ik hem ooit schreef dat ik digibeet was, waren de rapen gaar. "Jaco, digibeet bestaat helemaal niet!" Ook dat is waar. Het is een raar woord, een mislukte samentrekking tussen digitaal en analfabeet. Het mist het voorvoegsel "an", of "a" waardoor het formeel niks betekent. In de praktjk echter weet iedereen wat er bedoeld wordt, en is het een woord dat daardoor zinvol kan worden gebruikt.

Ik ben dus gewoon digibeet. Misschien ook wel een beetje neo-liberaal in de oorspronkelijke betekenis met een sociaal en groen sausje. Terwijl ik dit nalees, heb ik last van een negatief onderbuikgevoel. Ik, neo-liberaal? Gatver! Terwijl ik het gewoon ben. Ik ben zeker voor het kapitalisme met afgeschaafde scherpe kantjes  Wie niet behalve Kim Jung-on?
En digibeet. Als ik hier had geschreven dat ik a-digitaal ben, denkt u dat ik problemen heb met mijn kiezen, ergens rechtsboven achterin.

In dat mailtje gebruikte ik het "D" woord om mijn blijdschap te uiten dat hij mij voorstelde om ten behoeve van het updaten van onze website een programmaatje in elkaar te flatsen waarmee ik WYSIWYG aan het werk zou kunnen. Dat leek me geweldig, want hoewel ik motieven te over had/heb om zelf de updates uit te kunnen voeren, zag ik werkelijk enorm op tegen het mijzelf aanleren van html.codes. (Voor de échte digibeten onder u: What You See Is What You Get en html is de naam van een taal waarin nerds en computers met elkaar praten.)

Kloontje in het land van Ooit

Helaas is zijn voorstel in schoonheid gestorven, althans voorlopig bij Kloontje gaan wonen, zodat ik afgelopen dagen tóch mijzelf aan de html-handleiding voor dummies heb gewaagd.

En verdomd, zoals mijn webmaster ooit schreef: "It ain't rocket science!" Ofwel, het lukt. Ik kan teksten editten, plaatjes plakken, links opnemen en intussen een heleboel meer en die website blijft gewoon online beschikbaar. (Of alles staat in mijn cache, daar zal ik eens een vriendin een mailtje over sturen.)

Meer dan in het Land van Ooit, waan ik mij nu in Fabeltjesland Heerlijk!

Terug naar de website

vrijdag 19 december 2014

Het droevige verhaal van het beertje Auberta

Als ik de krant, gasflessen of mijn zoon op moet halen, rijd ik noodgedwongen over een visotter-viaduct. Met subsidie van de Europese Unie zijn beneden in het meer ooit visotters geherïntroduceerd. Zonder verkeersexamen te hebben afgelegd, want die visotters werden doodgereden als ze zich van hun hol naar het meer begaven. Jammer.

Daarop werd een aanvullend subsidievoorstel ingediend voor de aanleg van het viaduct. Een paar ton verder was de blijdschap bij de natuurbeschermers dan ook groot dat in de speciale corridor, die toegang geeft tot dat viaduct, in de winter nà aanleg sporen in de verse sneeuw aantoonden dat het viaduct gebruikt werd. Weliswaar vindt nog steeds geregeld een otter zijn of haar einde onder de voortrazende autowielen, maar soms dus niet.

Over de zin en onzin -vandaag waren het gasflessen én de krant- nadenkend van natuurbescherming, moest ik aan het beertje Auberta denken. Wat ik nog haast vergeet: Die visotters leven van forellen. Door een combinatie van menselijke overbevissing én een kolonie blauwe reigers, die hier eigenlijk niet thuishoren, én een overwinterende kolonie aalscholvers, ook hun verschijnen is dubieus, én die paar visotters, raakt de forel op. Jaarlijks wordt het rantsoen van alle disgenoten daarom enige malen aangevuld met gekweekte, levende, forel. Die worden met tankwagens tegelijk in het meer gekieperd. Al met al een hoog dierentuin-gehalte, vind ik. Om over natuurlijk evenwicht niet te spreken.

Auberta werd vorige winter geboren in een aangrenzende vallei. Nadat zij met haar moeder uit de winterslaap was gekomen, heeft de moeder haar verstoten. Waarschijnlijk, we zullen het nooit weten. In ieder geval verscheen Auberta op zekere dag in het voorjaar in een moestuin van het dorpje Aubèrt. Daarom heet zij Auberta. Moederziel alleen. De plaatselijke boswachter werd verwittigd en nadat Auberta gevangen was, werd zij gedurende een paar weken iedere dag het bos in gebracht in de hoop dat haar moeder haar liefdevol zou opnemen. Wat niet gebeurde.
Auberta, het is wel een snoezepoesje!


De beren in de Pyreneeën zijn nakomelingen van Kosovaraanse immigranten. Ook een herintroductieprogramma. Daarom is ieder beertje dat geboren wordt een succesje.
Ten einde raad werd daarom voor Auberta een soort kunstmoeder georganiseerd. Voor haar werd een stuk bos afgehekt en het voer werd haar verstrekt door middel van een ingenieuze sluis, zodat zij geen contact met mensen zou hebben. Het ging goed met Auberta (al mocht niemand haar bekijken) en aan het begin van de herfst was zij aan vrijlating toe. Je kunt je afvragen of een allenig opgroeiend berenjong de vaardigheden ontwikkelen kan die nodig zijn om zelfstandig te kunnen overleven, maar laat ik niet al te gereformeerd doen. 

Nu wilden de deskundige begeleiders van het herintroductieprogramma haar graag kunnen volgen in de toekomst en daarom werd er bij Auberta een chip ingebouwd. Na de operatie zou zij nog twee weken in onzichtbare observatie blijven totdat het grote moment daar zou zijn.

En toen klom Auberta in een boom. Viel zij of sprong zij, het is gebeurd buiten het bereik van de webcams, uit die boom en bleef met haar nog verse operatiewond aan een takje of iets dergelijks haken. Ze haalde de wond open en bloedde, in de naar schatting drie uur dat zij niet op de beelden in de controlekamer te zien is geweest, dood.

Zo eindigt het droevige verhaal van het beertje Auberta.

Terug naar de website

dinsdag 16 december 2014

Vrijwilligerswerk

Toen wij ons destijds, nu 20 jaar geleden, hier vestigden, betekende dat volgens een deel van het dorp een grote stap voorwaarts. Jong waren we nog. Sterk ook wel. Bovendien vestigde zich direct na ons een ander stel van vergelijkbare leeftijd.

De zich al meer dan een eeuw voltrekkende ontvolking en vergrijzing (rond de 70 inwoners midden 19e eeuw tot 11 personen in 1994 met een gemiddelde leeftijd van bijna 70 jaar) leek te worden gekeerd.
Tussen juli en november 1994 daalde de gemiddelde leeftijd met 10 jaar en nam de bevolking toe met 37%! Bovendien kregen beide jonggevestigde gezinnen samen al snel niet minder dan 6 kinderen en vielen  er aan de bovenkant van de bevolkingspyramide een paar af, vestigden zich nog meer jonge mensen, zodat in het jaar 2004 de bevolking uit niet minder dan 25 personen bestond met een gemiddelde leeftijd van 33 jaar. Meer dan 100% groei en een ruime halvering van de gemiddelde leeftijd.

Dat was meer dan de sociale cohesie op kon vangen. Nog eens verergerd door het opknappen van een stuk of wat huizen voor vakantiewoning in dezelfde periode. Dat is weer een ander onderwerp.

Vrij snel na de vestiging van de pioniers werd het traditionele dorpsfeest weer georganiseerd en werd het treball comu (werken voor de gemeenschap) in ere hersteld. Met die oudjes ging het samenwerken wat minder, dus Sergi en ik moesten er al snel aan geloven. 
Nooit zal ik vergeten hoe wij na een paar jaar stenen sjouwen onze inwijdingsrite ondergingen. Op een middag werden we meegevoerd naar de dorpsbronnen om deze te reinigen, maar vooral om te ontdekken waar ze waren. De locaties van de bronnen waren min of meer geheim. Er zou eens een kwaadwillende vreemdeling gif in het water kunnen gooien! Dat verzin ik niet, het was werkelijk een argument. Jaren later heb ik mijn eigen jongens (Suus was het huis al uit) deelgenoot gemaakt. Grappend zei ik tegen hen dat er met hen erbij maar 5 mannen in de wereld zijn die weten waar de 5 heilige bronnen zich bevinden, dus dat zij het goed moeten onthouden en aan hun kinderen doorgeven.......

Treball comu was vanouds het gebruik -wellicht op instigatie van de adel of de kerk, al was er vroeger in Catalonië een informeel bestuurssysteem waar alle mannelijke huishoofden een rol in speelden- om met name infrastructurele werken uit te voeren die boven het individuele belang uitstegen. Het onderhouden van de paden naar de akkers en weidegronden of naar het volgende dorp. Deze werkdagen waren verplicht. Naarmate de overheid een grotere rol in de maatschappij krijgt, neemt de noodzaak hiervan uiteraard af. "Daarom betalen we toch belasting" en dat soort argumenten, waarmee de verplichting die vroeger een uitweg uit het prisoners-dilemma bood, wordt ontlopen. 

Inmiddels zijn we weer 10 jaar verder. De bevolking is afgenomen tot 14 zielen en de gemiddelde leeftijd gestegen tot 47. De Spaanse overheid is nagenoeg failliet, dus de gemeente probeert op alle mogelijke manieren te bezuinigen.

Het treball comu lijkt, ondanks meerdere min of meer mislukte pogingen van mij om daar contuniëteit in te bewerkstelligen, weer terug waar het in 1994 was. Minstens licht comateus.

Daarom doe ik het de laatste jaren grotendeels alleen. Weliswaar probeert de burgemeester (uit het hoofddorp van de gemeente is dat) mij voorzover de gemeentekas het toelaat voor dingen te betalen, maar...........

Onderstaande foto heb ik gemaakt om mijn dorpelingen (en tweedehuisjes eigenaren) te laten zien wat ik gedaan heb aan het dak van de kerk. Leien vervangen en het mechanisme van de klokken gerepareerd.



Stiekem hoop ik dat ik hen kan motiveren om een aantal van mijn andere treball comu bezigheden minstens gedeeltelijk van mij over te nemen.

Soms denk ik namelijk, als ik bijvoorbeeld het kerkhof aan het maaien ben: Pffffft, mijn ouders liggen hier niet begraven.

Terug naar de website

woensdag 10 december 2014

Gier in strop

oorspronkelijk gepubliceerd april 2004


Het is hier in het winterhalfjaar toch altijd erg leuk met dieren.

Vorige week zag ik naast de weg naar het volgende dorp een hele troep vale gieren planeren boven een plek waar een paar weken eerder een wild zwijn in een strop had gelegen (en ook was opgegeten). We zagen op de plek van de strop ook iets bewegen. Vlug naar huis, fototoestel ophalen en op weg naar de strop. Daar bleek weer een nieuw wild zwijn in te hebben gezeten, maar de kop was er inmiddels vanaf (waarschijnlijk de boer die de kop aan een opzetter had verpatst).

Door het verwijderen van de kop lag de strop weer vrij, en daar had een gier zíjn kop weer doorgestoken. En nu zat de gier dus vast.

Wij -mijn opperman Lluis, die mij helpt met de verbouwing van het huis in het volgende dorp, en ik- hebben toen de bos touwtjes, waarmee de strop aan de boom vastzat, doorgesneden met een steen. De gier ondertussen op een goeie meter zenuwachtig vleugelslaand en opspringend.
Eenmaal touw door, wat te doen? Het idee om een aasetend, groot (snavel en poten) beest te benaderen en eens rustig proberen de strop los te maken sprak mij niet erg aan. Al was het maar omdat zijn snavel en klauwen nog dropen van de resten rottend zwijn.

Dus losgelaten, waarop gier, met zo’n twee meter vanaf zijn nek bungelend staaldraad, wegvloog. We waren hem snel kwijt. Niet zeker of het de gier echt gelukt was hoogte te winnen of een stukje verder een noodlanding had gemaakt?

Na die tijd ook geen gier met touwtje meer over zien vliegen. Spannend was het wel.

Voortschrijdend inzicht: Jaren later reageerde een "echte" vogelaar aldus: "Da's makkelijk: Een zak over zijn kop en hij blijft rustig zitten. Vast waar. Alleen had ik even geen zwarte vuilniszak in mijn achterzak.


Terug naar de website

maandag 8 december 2014

Aardbeving

Kom thuis na een weekend hard werken. Om het buitenpiste skiën van de jongens een beetje te volgen, kijk ik bij de afdeling lawinegevaar op de meteo-site. Zoals dat vaker gaat, valt mijn oog op andere dingen. Aardbevingen, houden ze ook bij bij de meteo.
Klik en kijk, waarbij mijn oog valt op een PDF van een aardbeving die in het nieuws is. Dat was vandaag om half één vanmiddag. In onze regio nog wel. Klik en download.
Hieronder is te zien wat ik zag. Aardbeving, faktor 2.8 op een diepte van 0 km. Dat was dus ongeveer onder ons huis. Bij navraag blijkt Franka hem te hebben gevoeld, de deuren klapperden, dus ze dacht dat er een paar forse windstoten waren.

Aardbeving op 7 december 2014

Het kan altijd nog gekker. Een jaar of wat geleden was er ook een aardbeving. Daarvan stond destijds in de krant dat het epicentrum in het stuwmeer hier beneden was . Sinds de ontdekking van de meteo kan ik dat nakijken, wat ik ook onmiddellijk gedaan heb. Wat blijkt, de krant vond het destijds wel handig om een meer dat een redelijke bekendheid heeft te noemen. Maar die aardbeving was dus echt rechtstreeks onder ons huis. Laat het 100m schelen. Ook die voelden we destijds, een 3.0.
Epicentrum 2007
De leukste echter was weer een paar jaar eerder. Onze eerste bewuste. Die was behoorlijk goed voelbaar in de regio en leidde dan ook tot commentaren op het schoolplein en in de supermarkt. Een bevriende vader had tegen zijn zoon in de puberleeftijd gezegd: "Hou toch eens op steeds  tegen die tafel aan te duwen!"

Bij de daaropvolgende naschok werd zoonlief met een draai om zijn oren bediend, hoewel hij stug bleef volhouden onschuldig te zijn.

Oppassen met aardbevingen, zeker als je een kind bent met traditionele ouders.

Terug naar de website


donderdag 27 november 2014

Smak

Oorspronkelijk gepubliceerd 09/12/2004

De uitdrukking:"hij/zij zie het leven als een film aan zich voorbijtrekken" of woorden van gelijke strekking, kan natuurlijk niet ouder zijn dan voornoemd verschijnsel. Het is derhalve de vraag of een opeenvolging van beelden, inclusief vertragingen, in- en uitzoomen, door de hersenen worden geproduceerd als aangeleerd proces of niet. Van de werking van de hersenen weet ik niks, maar gisteren had ik wel film. 

Ik viel namelijk. Iedereen valt weleens. Ik waarschijnlijk iets vaker dan de meeste iedereen, maar zoals gisteren was ik nog nooit eerder gevallen. Ná mijn val moest ik regelmatig denken aan een andere uitdrukking, en wel deze: "hij voelde de grond onder zijn voeten wegzinken (of zakken)". De uitdrukking  lijkt mij  te zijn ontstaan in de moerassige delta van de Rijn en aanpalende stromen. Ik kan u echter verzekeren dat het voor bergachtige streken de moeite zou lonen een adequate vertaling te maken. 

Eén van mijn buren wilde een stuk dak van een in verval geraakte schuur renoveren en had daartoe mijn hulp ingeroepen. Ter vervanging van verrotte dakbalken lieten wij ons oog vallen op oude palen van de PTT die al jaren niet meer worden gebruikt en slechts dienen ter horizonvervuiling. De palen zijn ooit voor de eeuwigheid met gif behandeld en verkeren in goede staat. 

Onze vierde paal stond scheef. Desondanks stond  de verankeringsdraad strak (in de richting van de scheefstand). Dit had mij aan het denken kunnen (en moeten) zetten. Dat gebeurde echter pas achteraf. Van dat denken bedoel ik. Bij het doorknippen van de eerste draad leek de tweede nog ietsje strakker te trekken. Vreemd, dacht ik, oppassen dat er straks niks in mijn gezicht zwiept. Ik wendde mijn hoofd af en knipte opnieuw.

De PTT heeft bij de aanleg van de bovenleiding naar ons dorp de weg zo'n beetje gevolgd. De weg loopt voor een deel door een kloof. Met behulp van dynamiet en het bouwen van muren is de weg destijds aangelegd. Beneden in de kloof kun je 's zomers canyonningen. De spandraden van de telefoonpalen gaan natuurlijk niet naar de weg, maar opzij, naar de vangrail, als er helemaal niks is, of zover naar beneden als de terreinomstandigheden dit toelaten. Mijn spandraad was ongeveer drie meter beneden het wegdek vastgemaakt aan een rotsblok. 

¡Knip!

Het rotsblok verkreeg  eindelijk de vrijheid waarnaar het al zo lang verlangde. Gekluisterd als het al die jaren aan de telefoonpaal was geweest met twee stomme ijzerdraadjes. Met een tevreden gevoel deed het dat wat zijn vriend de zwaartekracht hem steeds toefluisterde. ¡Kom! ¡Kom met mij mee! ¡Beneden zul je gelukkig zijn!
Tegen en bovenop dit rotsblok leunden, stonden, lagen of zaten ongeveer één kubieke meter stenen, aarde & gruis. En bovenop die kubieke meter een mens. Dat was ik. 

In tekenfilms blijft de held in zulke gevallen nogal eens hangen aan een boomtak onderweg. Het is niet overdreven om te zeggen dat ik wanhopig graaiend probeerde het stammetje  van een struikvormige steeneik te pakken. Ik weet niet of ik hem even heb vastgehad en met mijn ene hand mijn neerstortende lichaam niet kon stoppen of dat ik gewoon miste, maar als Superman ben ik niet geboren. 

¡Kut!

Banaal maar waar, ik dacht het. En ook dat ruggelings vallen in ieder geval niks oplevert -je wordt zo merkwaardig helder op zo`n moment- en ik mijzelf moest draaien. Ondertussen zag ik boven, onder en naast mij stukken berg, puin, gruis en stof met mij naar beneden komen. Door de steeneiken -die hun blad in de winter vasthouden- was het zicht op wat zich onder mij bevond mij ontnomen. Daardoor wist ik niet hoeveel meter val mij te wachten stond. Het zouden er véél meer dan tien kunnen zijn, bedacht ik mij.

¡Yes!

Ook zoiets dacht ik echt, want ik zag dat mijn baan al binnen vier, vijf meter (tijdelijk?) op de grond zou eindigen en dat ik nogeens drie meter lager een (steil) stuk grasland tegemoet ging. Gek, maar ik dacht: schrammen, pleisters, kneuzingen en hooguit wat breuken. Dat wordt het. 

En dat werd het. Hardhandig contact met de grond, nog een soort salto toe en ik lag in het weiland. Groggy, met een bloedende hoofdwond, wat kneuzingen en schaafwonden.
De alternatieve scenario's zal ik u onthouden, want ik krijg zelf al buikpijn als ik eraan denk.

Naschrift 2014: Dit was 10 jaar terug. De reden dat ik het verhaaltje nu opnieuw plaats, is dat ik recent mijn profielfoto heb aangepast. Die is van vorig jaar, toen er een klein stukje verder dan waar voornoemde gebeurtenis plaatsvond een stukje weg zoekgeraakt was. Ik hang daar -gezekerd!- boven die afgrond waar ik 10 jaar geleden nét niet was. 

Terug naar de website

donderdag 20 november 2014

Lantaarnpaal

Vanmiddag werd ik gebeld. De tutor (schoolbegeleider) van Joep aan de lijn. Of ik het wel wist? Wat wist? Nou dat Joep zich had misdragen op school en twee dagen gedwongen vrijaf kreeg. Nee, dat wist ik niet, antwoordde ik naar waarheid. Had Joep thuis niks verteld? Dat kon ik ook niet met stelligheid bevestigen. Aan mij niet in ieder geval. Misschien aan Franka?

Voor de draad ermee, zei de tutor, dan vertel ik het wel. Joep had tijdens de pauze een bal die op het dak terecht was gekomen gered. Daarna was hij (vanaf 6m) naar een belendende lantaarnpaal gesprongen en als een 21e eeuwse Batman (of Robin) afgedaald naar het plein.

Net zoals Bruce Wayne in de jaren '60. Als vanzelf omgekleed, de Batmobile in de stop/go stand gereed om uit te rukken. Mijn ultieme kinderdroom. Voor de rest vond ik de serie vooral onwaarschijnlijk. Het verwachtingsvolle moment vergoedde echter alles.

 



Het zou kunnen dat Joep via een versnelde genetische aanpassing mijn fascinatie voor Batman's glijpaal heeft overgenomen, maar zijn tutor vertelde me dat dit een gevaarlijke actie was geweest en dat een collega hem had waargenomen en een "gele kaart" had uitgedeeld. Gele kaart betekent twee dagen gedwongen verzuim. De tutor vertelde ook, en dat vond ik het aardigste aan het verhaal, dat hij het zelf als een buitenproportionele straf beschouwde. En zich eigenlijk vooral zorgen maakte dat het Joep zou demotiveren.
De reden dat ík dat zo'n aardige bekentenis vond, was dat Spaanse leerkrachten (in onze ervaring, de goede niet te na gesproken natuurlijk) nogal eens de neiging hebben om zich met hun hakken in het zand op hun streepjes vast te zetten. Hij had de gele kaart-trekker weliswaar niet kunnen vermurwen, maar wilde evenmin suggereren dat het een breed gedragen besluit was. 

Een droevig voorbeeld herinner ik me toen Joep op 7-jarige leeftijd op een vraag van zijn leerkracht aan de klas hoe je proeft, antwoordde dat dit vooral via de neus gebeurt. De mevrouw in kwestie repliceerde dat normale mensen hun eten via de mond tot zich nemen, maar dat dat bij Joep kennelijk via de neus gebeurde. De klas lachte luid en Joep kwam huilend thuis. 
Wat doe je dan, als ouder? Franka en ik zeggen dan dat de leerkracht niet goed bij haar hoofd is. En dat de mondholte, de tong meer precies, onderscheid maakt tussen zuur, zoet, bitter en zout, maar dat de rest van de smaakbeleving toch werkelijk via het reukorgaan verloopt. Waarom stoppen wijnproevers hun neus in het glas, tenslotte?
Dit inzicht is voorzover ik weet tot de dag van vandaag aan die mevrouw voorbijgegaan.
(Bij de spellingcontrôle een paar dagen na het opschrijven van deze alinea, checkte ik even via WIKI mijn verhaal over de basissmaken. Blijkt dat aan mij is voorbijgegaan dat we tegenwoordig 5 basissmaken onderscheiden op de tong. Naast de vier genoemde nog "umami", een smaak die in 1908 in Japan is ontdekt.........
Gelukkig zie ik op de Engelstalige WIKI dat pas rond 1985 "umami" officiëel is toegelaten als smaak. Zoiets als Pluto, maar dan andersom. In 1985 was ik al van school af, een hele opluchting! Bovendien, ik heb werkelijk nog nooit iemand horen zeggen: "Goh, dat smaakt wel erg umami!", fascinerend.)

Dat wij die mevrouw diskwalificeerden, had een achtergrond. Zij had ons een paar jaar eerder gewaarschuwd: "Uw kind -de oudste was dat, eveneens 7 jaar oud op dat moment- is een erg goede leerlinge! Het zou zomaar kunnen dat zij binnen een paar jaar u beiden passeert wat betreft intellectuele capaciteiten." 
Wij keken elkaar met opgetrokken wenkbrauwen aan???? Nee, dat was niet onze grootste zorg. Al is passeren de droom van alle ouders, maar negen jaar is wel een beetje vlot. Waarbij je je dan weer kunt afvragen of die ouders wel écht gepasseerd willen worden, of toch vooral een bevestiging van hun eigen uitmuntende capaciteiten terug willen zien. Een aardig thema voor een borrelpraatje.

Meer dan een bijzondere vorm van genetica denk ik dat Joep's actie was ingegeven door een combinatie van stoer doen en durf ik dat. Een niet zo rare emotie voor een post-puber. Een mens eigenlijk. Zelf zou ik het ook weleens willen proberen.

Het eind van het liedje is dat Franka, waaraan Joep het gisteravond wel bleek te hebben verteld, maar zij vond het evenmin interessant genoeg om direct mij te informeren, als antwoord had gegeven: "Heb jij geluk, kan je lekker twee dagen extra skiën." En deze boodschap is inmiddels aan de tutor overgebracht.

Lantaarnpalen en onze familie. Het is een turbulente geschiedenis. Mijn vader is er ooit voor in de gevangenis beland, mijn neef heeft er een levenslange lichte handicap door opgelopen. Dat zijn weer andere verhalen, maar de door Joep ervaren aantrekkingskracht is misschien tóch een genetisch dingetje.

Terug naar de website

dinsdag 4 november 2014

Mugo spp. mugo

Nog steeds druk met de afdeling bomen en struiken. Eerst zaterdagochtend Tim geholpen met kastanjes verzamelen voor de "castañada" die hier samenvalt met Allerzielen. 8 kg bij elkaar geraapt -meer paste er niet in zijn rugzak- die allemaal verkocht zijn aan de mensen die naar de mis gingen zaterdag. Kan de jeugd aanstaande zomer de bloemetjes extra buiten zetten op een mediterraan eiland, want daar gaat het allemaal om. 

Tim zijn gebroken enkel/gescheurde banden zijn weer hersteld, dus het kereltje wil weer graag in de bergen gaan rennen. En ik zat nog tot over mijn oren in de waarheidsvinding met betrekking tot de Pinus mugo spp. mughus. Of nou juist de Pinus unicata?

De verwarring was bij mij ontstaan omdat mijn Nederlandse bonsai-contact zei dat het hier vol zou moeten staan met de Pinus mugo.

Pino negro puede referirse a dos especies de Pináceas: 


Pinus mugo, pino arbustivo que no pasa de los 3 ó 4 metros; o
Pinus uncinata, pino que puede llegar a los 20 metros de alto.


Dit zegt de Spaanse Wiki ervan. De zwarte den, waar het hier vol mee staat op sommige plekken is een grote boom, de P. unicata. En de P. mugo of bergden blijft altijd klein. Struikvorm betekent "arbustivo". Hoe het verder zij, volgens de verspreidingskaarten die ik vond, zou het hier volstaan met P. mugo. En ik vermoedde dat dat weleens op spraakverwarring kon berusten. Zwarte den? Ok. Bergden? Ik denk het niet.

(Om het nog ingewikkelder te maken: De Nederlandse Wiki noemt de bergden P. mugo, zonder deze te beschrijven. En de zwarte den heet daar P. nigra......En de P. unicata staat er helemaal niet bij. 
Altijd gedacht dat wij dankzij Linnaeus van dit soort verwarring gevrijwaard waren. Totdat ik ging zoeken op "Linnaeus" in Wiki: 

Carl Linnaeus (gelatiniseerd als Carolus Linnaeus) of, nadat hij in 1761 in de adelstand was verheven, Carl von Linné (gelatiniseerd als Carolus a Linné)

De goede man had zelf al vier verschillende namen! Dat verklaart een heleboel.)

Nadat Tim zondagochtend zijn energie-overschot had kunnen ontladen, waarbij ik tevergeefs naar dat andere struikje, de Juniperus sabina  op zoek ben geweest, stelde ik hem voor om eens te gaan kijken op de top van de Mont Caubo achter ons huis. Spraakverwarring op spraakverwarring, want Caubo is een verbastering van "calvo", wat kale betekent. Die berg was ooit kaal kennelijk. Zoals de meeste bergen toen er nog overal schapen en geiten liepen.
We zijn op die kale berg geweest en hebben foto's gemaakt van wat volgens mij P. unicata zijn, zwarte dennen, maar dan door weer en wind getergde jonge exemplaren op 2300m hoogte op die hoogvlakke top. Hier komttie:

Pinus unicata/mugo?


Aan de onderkant zijn de naalden kort, hoogstens 3 cm, wat mij in eerste instantie op het idee bracht dat ik een andere soort had gevonden dan die dennen eromheen.
De hoofdstam die die "struik" op een gegeven moment toch ontwikkelt, heeft echter beduidend langere naalden. Een cm of 5, net als die grote bomen. Niet dat ik er verstand van heb, maar deze struikjes stonden naast, soms onder bomen die tot 10,12 m hoog zijn. Dat lijken mij dus door de omstandigheden klein gehouden zwarte dennen, de zwarte den (P. unicata) kan namelijk 20 m hoog worden. En die andere (P. mugo) maar 4. 

Ik las ook nog ergens dat sommige botanici zeggen dat de P. mugo unicata en P. mugo mugo eigenlijk hetzelfde zijn. Alleen is de ene door omstandigheden extra klein gebleven.....

Om een toch al lang verhaal niet teveel te laten uitdijen: foto's gemaakt en opgestuurd naar de bonsai-meneer. Die is wildenthousiast en wilde haast al in de auto springen. 
Alleen staan die struikbomen in het "Parc Natural de l'Alt Pirineu". En of de dames en heren natuurbeschermers daar op zitten te wachten? 

Met kerst zaag ik altijd ergens een boompje voor in de huiskamer. Aan onze kinderen leg ik al jaren uit dat ik dat met beleid doe. Alleen op plekken waar ze toch wegmoeten door wegwerkzaamheden of iets dergelijks. Nooit erosieverhinderende wortelgestellen en esthetisch is het ook in orde. Vaak is het meer dunning dan hacking en geef ik de broertjes en zusjes zo meer lebensraum. Daar kwam ik bij de kinderen wel mee weg. 

Maar bij de boswachters?

Terug naar de website

dinsdag 28 oktober 2014

Jagen en verzamelen (2), Kijken en zien(3): Juniperus Sabina spp.

Een paar weken geleden berichtte ik over de jagers, en de verzamelaarswoede die zich over ons meester had gemaakt bij het vallen van de eerste bladeren. Nog weer wat langer geleden over het verschil tussen kijken en zien. Vandaag gaat het over de synthese van beide onderwerpen.
Die verzamelaarswoede is  inmiddels klaar. De paddestoelen weet ik niet, maar de kastanjebomen beginnen na de bolsters nu ook hun blad te verliezen. De bramen zijn op. De kweeperen zitten in de potten en de eekhoorns zien ook geen noot meer in de bomen hangen. Klaar dus. Morgen nog even de laatste kastanjes die ik vandaag bij elkaar heb geharkt ontbolsteren en mijn taak zit er weer op voor de rest van deze winter. 

Dacht ik tot afgelopen vrijdagavond. 

Jagen en verzamelen kun je in het huidige tijdsgewricht echter op meerdere manieren uitvoeren dan ik eerder besprak. Je kunt bijvoorbeeld mislukte bomen verzamelen. Dat klinkt onaardig, en zo erg is het nu ook weer niet, maar ik werd vrijdag gebeld met de vraag of ik verstand van bomen had? Nee dus. Behalve een boomkwekend familielid te Boskoop beperkt mijn kennis zich toch vooral tot de Sequoia die mijn ouders door datzelfde familielid ooit kregen aangeleverd. Sequoia's kunnen heel groot worden. Zo groot dat ondanks dat mijn ouders al ruim middelbaar waren bij ontvangst van het cadeau en jong zijn overleden het aloude gezegde "boompje groot,.....enz." niet helemaal opging. Het was al een behoorlijk boom toen zijn planter overleed. 
De meneer die mij belde vroeg desondanks of ik weleens van de Juniperus Sabina had gehoord. Vreemd genoeg had het een bekende klank. Of ik verzon het ter plekke, want je moet je geheugen zo min mogelijk vertrouwen. 
Juniperus Sabina????
Na een mailtje kreeg ik een foto. Niet die hierboven, want die hebben wij zelf gemaakt vanmiddag, dat komt straks.
Juniperus Sabina volgens Wiki
Een beetje leek de foto wel op het Wiki exemplaar dat ik hier heb gekopiëerd. En zo'n soort boom hadden wij in de tuin bij mijn ouders vroeger! Meerderen zelfs. Allemaal aangeleverd door die Boskoopse oom. 
En toen sloeg bij mij het jachtinstinct toe. Ik mailde onmiddellijk naar die vriendelijke meneer: "Ja, ik geloof dat ik weet wat het is!" Kroop achter mijn zoekmachine. Ontdekte dat een andere ondersoort van de Juniperus sabina, de turifera hier 7 jaar geleden is ontdekt in het ons omringende Parc Natural.
Juniperus sabina turifera
In het vuistdikke rapport vond ik zelfs een plaatje van een geïsoleerde J. sabina turifera beneden bij de stuwdam. Verspreidingskaarten gevonden en geraadpleegd. Wat al niet. Ik weet nu haast alles van de Juniperus sabina. Normale mensen noemen dat trouwens Jeneverbes-achtigen, die Juni-peri. 
De grap is dat dat jachtinstinct volstrekt nergens op slaat. Ik wil over het algemeen iedereen wel helpen als ik over de middelen en mogelijkheden beschik en de persoon in kwestie niet al te onsympathiek overkomt. 
Het lijkt me een aardige man, maar hij is boomkweker. Bonsai-kweker om meer precies te zijn. Eigenlijk belde hij mij om te vragen of hij hier niet wat natuur mag komen vernietigen opdat een bemiddelde Nederlander een door de natuur gemaltraiteerd (anders moet de kweker dat doen, kost veel meer tijd) boompje in zijn tuin mag ingraven, daarbij zijn kennissen vertellend wat het wel niet gekost heeft om dat plantje speciaal voor hem uit de Pyreneeën te importeren. 
En zo beschouwd is het een heel ander verhaal. Niet dat ik zoveel mededogen heb met iedere boom of plant. Maar het moet wel een soort van doel hebben, zo'n boom uitgraven. Mijn Boskoopse oom gaf ons genereus boompjes en struikjes, maar ter compensatie stuurde hij dan om de zoveel tijd een paar van zijn werknemers om te komen "stekken". En was bij ons de tuin weer kaal. Want stekken doe je niet onzichtbaar als handelskwekerij. Wat bij mij de indruk wekte dat mijn vader en moeder onbetaald de plantjes van onze oom mochten verzorgen en zodoende een soort goedkope uitleg waren van Handelskwekerij T. te Boskoop. Volgens oomlief liepen die kaalgevreten planten wel weer uit. Wat klopte, want als de tuin na een paar jaar weer groen begon te worden, stuurde hij zijn stek-taskforce weer op ons af. Met de eerder geschetste gevolgen.

Die achtergrond zal een rol gespeeld hebben bij mijn opkomende gevoel dat ik zwaar gestoord ben om me uit te sloven voor.....wat eigenlijk?
Juniperus.......? "bonsaia"
Na er een aantal dagen druk mee te zijn geweest, onder andere omdat mijn Nederlands contact met een nieuwe soort kwam die hier misschien voorkomt, de Pinus mugo spp. mugo ofwel Bergden, waar de botanici het ook al niet over eens zijn hoe hij precies heet,  kwam ik er, toen ik eens buiten ging kijken, achter dat de hele berghelling naast ons huis vol lijkt te staan met J. sabina??? Dat vond ik wel weer grappig. Kijken en zien, het blijft lastig.

Vanmiddag samen met Tim foto's wezen maken. Het exemplaar hierboven is volgens mij géén J. sabina, maar de besjes lijken wel een beetje. En wat meer is, daarom heb ik hem ook "bonsaia" gedoopt, het is wel het type struikachtige boom dat fel wordt begeerd in de Lage Landen bij de zee: veel oud hout, krom en tegen het randje van de spontane versterving. Dat vinden ze nl. mooi, die bonsai-liefhebbers.

Het enige exemplaar dat ik in Spanje aantrof moest € 800 opbrengen. Nooit geweten dat ik naast een goudmijn woon. 

Terug naar de website

dinsdag 7 oktober 2014

De Russen komen, privet!

Sinds een paar jaar zijn Russen de helden van de Catalaanse toeristische industrie. Ze komen met hordes tegelijk uit het Oosten en geven 5x zoveel uit als de andere toeristen. Dat schiet lekker op.

Dit jaar zijn er helaas minder Russen aan de Catalaanse kusten te bewonderen, want oorlog in de Oekraïne en boycotmaatregelen over & weer. Desondanks konden wij vorige week in Salou dit uithangbord fotograferen. Salou? zul je je afvragen. Ja, vorige week had ik een appartement in Salou gehuurd omdat ik in de buurt met een paar uit Nederland overgekomen vrijwilligers aan ons strohuis verder ging bouwen. De bouwplaats ligt niet ver van die roemruchte kustplaats en voor het bescheiden bedrag van € 40 per nacht zijn ze bereid je buiten het seizoen een 6-persoons appartement ter beschikking te stellen. En dat kon ik niet laten lopen. Alhoewel het grootste deel van de appartementen er ongebruikt uitzag, werden de straten en boulevards bevolkt door duizenden Rusjka's. Ze zijn nog niet op, ondanks die boycot.



Bij ons in de bergen had ik nog nooit een Rus gezien, maar daar is vandaag verandering in gekomen. Er kwam een hele groep tegelijk het zgn. "Ecomuseum" bezoeken. Beetje rare naam, want het heeft niks met ecologie noch met economie te maken. Je zou het met gevoel voor grandeur een "cultuurhistorisch museum" kunnen noemen. Je hebt ze in Nederland ook wel, een oude boerderij ingericht met een authentieke bedstee, een spinnewiel en een keuken met wat smeedijzeren gerei. Niet zo inspirerend.

Dat vindt niet iedereen, want de leiding van het museum was er in geslaagd een heuse groep buitenlanders hierheen te lokken. Voornamelijk Russen dus, maar ook dat was niet duidelijk.

Probleem!

De leiding en alle vaste rondleiders spreken geen buitenlandse talen. Hoe nu toch die zo gewaardeerde gasten te ontvangen? Gelukkig geeft Franka hier 40 uur per week Engelse les aan jong & oud, dus werd zij eergisteren gebeld met de vraag of zij misschien voor een keertje de rondleiding wilde verzorgen? Dat wilde zij wel, maar geen tijd omdat zij druk bezig is haar kennis over te dragen opdat binnen een niet te ver verwijderde toekomst ook de autochtonen dit soort taken zullen kunnen uitvoeren.

Nieuw probleem!

Franka is niet voor één gat te vangen, dus stelde zij voor om Joep in te zetten. Onze drie kinderen zijn namelijk de Engelse taal wel machtig. Kwestie van de tv omschakelen van nasynchronisatie naar de originele geluidsband. Door middel van Spongebob, How I met your mother, Two and a half Men en The Big Bang Theory leren die kinderen een aardig woordje over de grens. Dat zegt Franka ook altijd tegen de ouders van de kinderen die ze bijles geeft, maar die geloven het gelukkig niet. Of ze zijn bang dat ze het zelf niet kunnen volgen. In ieder geval heeft het geen merkbaar drukkende invloed op de bijles-vraag. Zozeer zelfs dat ik laatst bedacht dat Joep wel een sabbatical kan nemen als hij dit jaar de middelbare school afheeft. Inkomsten verzekerd!

Spanjaarden kunnen niet organiseren, maar zijn meesters in het improviseren. Weliswaar was de voorbereidingstijd voor Joep aan de korte kant, woorden als "kaarden", "spinnewiel" of "ploegschaar" zijn geen dagelijkse kost voor Charley Sheen cs, hij heeft zich er manmoedig doorheen geslagen en ik hoorde toen ik hem net op kwam halen een spontaan applaus aanrollen van de door hem begeleide club.

Het zou kunnen dat hij de Russen plat heeft gekregen door hen hartelijk "Privet" toe te wensen bij aankomst. Misschien dat hij tijdens dat eventuele sabbatical naast Engels ook nog wat lesjes Russich kan verzorgen.

Die ouders hebben dat toch niet in de gaten.


Terug naar de website

zaterdag 4 oktober 2014

Jagen en verzamelen

Ongeduldig zitten sommige mannen dit weekend op hun stoel te schuiven. Het is het één na laatste weekend voordat het jachtseizoen weer wordt geopend. Mannen dus. 3% van de jagers in Nederland is vrouw, dat zijn er bij elkaar 840 volgens de officiële statistieken. Toen RTL-nieuws vorig jaar een itempje aan het fenomeen wijdde, reageerden er binnen een paar uur 73 mensen (3 mannen) om hun afschuw te uiten op de FB-pagina van "Stop Dierenleed". Met name omdat één van die vrouwelijke jagers beweerde dat vrouwen "liefdevollere" jagers zijn, omdat zij zich door hun empathische superioriteit beter kunnen verplaatsen in het aan het afgeschoten wild aangedane lijden. Prachtig!

Hier in Spanje heb ik nog nooit een vrouwelijke jager gezien. Wel heel veel mannelijke verzamelaars. Paddestoelen is de specialiteit van de Catalanen. De kranten staan er vol mee, er is een jarenlang lopend tv-programma dat "Caçador de Bolets" heet. Inderdaad, paddestoelenjager. Het programma heeft een vast format: de camera loopt een tijdje met de jager (m/v) van die donderdagavond mee door bos of heide (weiland eigenlijk), er worden paddestoelen gevonden die in het speciaal daartoe ingerichte mandje, de cistell worden gegooid,
Cistell met Rovellons, de ¡lekkerste! volgens de meeste Catalanen 
en aan het eind van het programma worden de paddestoelen bereid en verorberd volgens een authentiek recept. In de praktijk bestaat dat authentieke recept er altijd in de paddestoelen te bakken (soms gaat er iets vlezigs mee) in de olijfolie met knoflook en peterselie. Na de maaltijd (altijd ¡fantastisch lekker!) komt er een kaartje van Catalonië in beeld met de "paddestoelenverwachting" voor komend(e) week(einde). Daarom wordt het op donderdag uitgezonden, vermoed ik.


Últim mapa
De paddestoelenverwachting


Van dat programma heb ik geleerd dat zo'n rieten mandje ervoor zorgt dat de sporen van de paddestoelen worden verspreid. Waarmee de critici die zeggen dat het niet goed voor de natuur is om massaal met een 4*4 het bos in te rijden en al die paddestoelen los te woelen, de monden worden gesnoerd. Massaal is het wel. Vorige week reed ik met Joep door een bosrijke zone van Catalonië waar de paddestoelenverwachting een 10 was. Het leek wel of er een monstertruck-evenement in de buurt plaatsvond, zoveel SUV's en terreinwagens alom verkeerd geparkeerd.

Zelf ben ik door kennissen een aantal malen benaderd om aan drijfjachten deel te nemen, wat ik altijd beleefd & vriendelijk heb afgewezen. Dus ben ik geen echte Pallares (bewoner van de Pallars, zo heet onze regio), want ik jaag niet en heb nooit een vlijmscherp mes in mijn broekzak. Niks aan te doen. Onze kinderen zijn al iets meer Pallaresos, maar hebben ook geen mes in hun zak en van jagen zijn ze evenmin erg geporteerd.

Van verzamelen echter des te meer. Ieder weekend rond deze tijd komen er massaal paddestoelen -waar Franka en ik geen verstand van hebben- ons huis binnen. Met behulp van allerlei via de krant of de tv tot ons gekomen determinatie-hulpmiddelen wordt vervolgens besloten welke in de pan mag en welke niet. Bij twijfel niet, zo luidt de afspraak. Er zijn heel veel verschillende eetbare paddestoelen, dus ieder weekend nadat weer een nieuwe soort als "eetbaar" is bestempeld, ga ik huiverend de nacht in.

Wij verzamelen niet alleen paddestoelen. Wij verzamelen ook walnoten en kastanjes, kweeperen en bramen. Walnoten eten wij op, meestal in de navolgende zomer met de gasten. Kweeperengelei maak je mij niet blij mee, maar omdat het een Catalaanse specialiteit is, moet ik er aan geloven. Bramen komen meestal niet over de drempel vanwege al op. En de kastanjes? Ook zo raar. Vanmorgen ben ik begonnen de twee veldjes onder de kastanjebomen van vroeggevallen blad en onvoldragen kastanjes te ontdoen zodat de komende vallers makkelijk te onderscheiden zullen zijn. Dat doe ik elk jaar, maar eigenlijk houd ik amper van kastanjes. Vroeger kon ik mijzelf nog wijsmaken dat ik het voor de buurvrouw deed waar hij het betreffende veld van in bruikleen hadden gekregen op voorwaarde dat zij de kastanjes kreeg. Die buurvrouw is al jaren dood en ik blijf maar harken..... 

De kinderen zijn ook niet dol op kastanjes. En Franka ook niet. Op zijn hoogst eten we er met zijn allen een stuk of dertig van op. Gepoft, want kastanjes pof je hier. ¡Heerlijk! Maar verzamelen, ja, dat moet toch! 

Alsof je een vegetarische jager bent.

PS Ik krijg net een mailtje van Suus, die in Canada verblijft, nav dit stukje dat zij wél van kastanjes houdt. Enige dichterlijke vrijheid mijnerzijds misschien, al heb ik mijn twijfels. 

Terug naar de website

woensdag 17 september 2014

Pla de la Font


De laatste jaren sturen wij een hoop mensen naar refugi Pla de la Font. Dat doen we eigenlijk vooral omdat die refuge buiten het Nationaal Park Aiguës Tortes ligt. Buiten het park? Ja, buiten het park. 
Een beetje tegenstrijdig klinkt dat wel, want is dat nationale park nu juist niet ons Unique Selling Point? Ook wel, maar vooral in augustus is het daar toch wel druk. En die hut ligt net een klein stukje buiten de oorspronkelijke -willekeurig getrokken grenzen van het park. 
Ik zeg willekeurig omdat de ontstaansgeschiedenis van het nationaal park zulks verhaalt. Volgens de overlevering had een rijke meneer het vruchtgebruik verworven van de houtkap van de gemeenten Boï en Espot. Hij had dat gedaan omdat hij op de hoogte was van de plannen van de Franco-regering om stuwdammen te gaan bouwen in dat gebied. Daarvoor heb je hout nodig om steigers te bouwen, bekistingen te maken enz. Véél hout. 
Hij had echter niet gerekend op de slimmigheid van een niet-zo-erg-bevriende minister in de Franco regering. Die verklaarde dat gebied tot Nationaal Park. Weg kaprechten.
De kant waar Pla de la Font zich bevindt was niet bij dat handeltje betrokken (gemeente Son in dit geval) en werd daarom destijds niet tot Nationaal Park uitgeroepen. Zo eenvoudig kan het zijn.
Maar het heeft wel enorme gevolgen, zo'n grens die op de kaart wordt getekend. De Pla de la Font is hut die weinig aanloop heeft, relatief in elk geval. Het is er echter wél heel mooi, er zijn verschillende aan,- en aflooproutes, voor een deel hartstikke leuk en goed te doen met kinderen, je ziet er bijna altijd Vale Gieren, dus wat wil je nog meer? 

De pas vlakbij de refuge
Niks. 

Ik weet niet of het door de geringe aanloop komt, maar de huttenwaarden zijn ook nog eens ontzettend aardig. Zó aardig dat nu ik dit schrijf de hut speciaal is geopend voor klanten van ons. Die waren geïnteresseerd geraakt door de wandelbeschrijving op onze site. De hut was helaas nu -17 september- al dicht zo zag ik op de site van de reserveringscentrale. Onze klanten wilden toch wel heel graag, twee nachten achter elkaar met zijn vieren. Waarop ik de huttenwaardin een mailtje stuurde met de vraag of het klopte dat ze dicht waren op deze dagen? Dat waren ze, maar als ik -wij sturen er veel mensen heen, ik schreef het hierboven al op- vier mensen voor twee dagen had, zij het boekingssysteem wel wilde openen. En zo is het gebeurd. 
De vier dames zitten lekker twee dagen in de hut, zo vermoed ik. Leuk is dat. 


(Bijna) altijd gieren


Terug naar de website

zondag 7 september 2014

Het mooiste compliment

In de loop van de jaren heb ik een paar stukjes gepubliceerd waarin ik gewag maakte van wat ik "mishits"  noem. Mensen die bij ons op bezoek zijn geweest en met een niet 100% tevreden gevoel huiswaarts keerden en daar via de mail of anderzins blijk van hebben gegeven. Die 100% mag je rustig naar beneden bijstellen.
Die stukjes plaatste ik met een dubbel gevoel. Aan de ene kant is het een soort masochisme. Aan de andere loop je het gevaar dat plaatsing door lezers kan worden opgevat als een verhulde poging om die ontevreden klanten in de zeik te zetten. Maar het weergeven van die klantontevredenheid werkt ook als een soort catharsis. Want ik kan kletsen wat ik wil, als iemand die hier zijn of haar vakantie komt doorbrengen ontevreden is, zegt dat óók iets over ons. Over mij kan ik beter opschrijven, want al zijn er weleens klachten over Franka's onzichtbaarheid in het hoogseizoen (als zij hele dagen in de keuken staat) of in het laagseizoen (als zij 40 uur per week buitenshuis werkt), de score op de klanttevredenheids-index wordt toch vooral door mij in negatieve zin beïnvloed. Dus wat ik eerder al eens opschreef, het zijn ook leermomenten. 

Het is nu september en dat is traditiegetrouw de periode van het jaar waarin ik mailtjes krijg over verloren geraakte sokken, opladers en dat soort dingen, én, ongevraagd, een aanzienlijk aantal reacties van mensen die het gewone leven weer aan het oppakken zijn en terugdenken aan de bij ons genoten vakantie. 
Genoten schijf ik, in de betekenis van genieten, meer dan slechts "doorgebracht". Het is werkelijk ontzettend leuk om je mail te openen en daarin briefjes aan te treffen waarin simpelweg staat:

"Hartelijk dank voor je goede zorgen en gastvrijheid.
Tocht in de pyreneeen heeft grote indruk achter gelaten.
Muchas gracias"


En dat zo maar, zonder de aanleiding van zoekgeraakte rommel, of het opsturen van vakantiefoto's. Gewoon, delen, verder niks. 
Dat is hartverwarmend en zowel in kwantiteit -één mishit per jaar hebben wij, dit jaar was het een gevalletje met het besmeuren van een houten bank bij dorpsgenoten met afgewerkte motorolie- als in kwaliteit -de vader van de vermoedelijke dader was wel een béétje boos op mij toen ik suggereerde dat zijn zoon betrokken zou kunnen zijn geweest bij die vandalistische actie- overtreffen die positieve reacties vele malen de minder leuke ervaringen. Heerlijk!

Echter, het allerleukste compliment werd ons mondeling overgebracht door R. Hij was 5 jaar geleden al eens bij ons geweest en vertelde dat zijn gezin wel graag een keer terug wilde keren, maar enigszins huiverig was dat zij hun toenmalige verblijf hadden geidealiseerd. Die vakantiewijn die thuis tegenvalt, zeg maar. Dus na een paar keer twijfelen besloten zij dit jaar de gok te wagen. Bij het afscheid vertelde hij over hun huiverachtigheid. Er onmiddellijk aan toevoegend dat de werkelijkheid het ideaal had overtroffen. 

Napels zien en dan sterven, zo'n gevoel kreeg ik ervan. 

Terug naar de website

dinsdag 13 mei 2014

Ze zijn er wel, maar........

Aasgier                                                    

Na een afwezigheid van ongeveer zes jaar zijn de Steenarenden teruggekeerd op hun nest boven ons huis. Het plaatje hierboven heeft haast niks met steenarenden te maken, want het is een Aasgier. Toch wel. Nadat Franka het verhaal aan iemand waarmee ze conversatieles doet over onze Steenarenden had verteld, vertelde deze dame haar een geheim. Het geheim is dat er niet heel ver hier vandaan een broedend paartje Aasgieren zit. 
Elena, van die sterren, zie verhaaltje over Stralende Sterren is namelijk zwaar in de vogels. Zozeer zelfs dat zij haar baan heeft opgezegd. Ze werkte bij een natuureducatiecentrum hier in de buurt. Spanje 2014, baan opzeggen om meer tijd te besteden aan je hobby waarmee je ook proberen gaat geld te verdienen. Je moet maar durven. Of een klap van een vleugel hebben gekregen. 
Dat paartje Aasgieren is misschien nog wel bijzonderder dan die Steenarenden. Ze komen hier wel voor, maar bij ons weten pas vanaf een kilometer of 50 naar het Zuiden. Ooit zagen wij er een paar honderd tegelijk die aan de trek begonnen waren. Dat was zo bijzonder dat ik niet denk ooit op het net een betere foto te zullen vinden dan deze:
Aasgieren op trek naar Afrika

Voor de auteur bljkbaar bijzonder genoeg om te plaatsen, maar erg scherp is de foto niet. Wij zagen die beesten op hooguit tien meter afstand. Honderden achter elkaar vlogen over ons heen. Wat mij weer brengt op één van mijn eerste UFO's. Zo noem ik vogels die ik wel zie, maar niet herken. Ik zag iets zoals hierboven, maar dan ééntje. En in het boekje met "Vogels van West-Europa" was de enige grote vogel die ik kon vinden met zwart-witte vleugels, de Visarend: 


Visarend      

Maar die komt alleen voor bij water. Hij eet vooral vis, het zal u niet verbazen. Gelukkig las ik de volgende dag in de krant dat er in de Delta van Llobregat een paartje Visarenden was uitgezet. Weliswaar bijna 300 km hiervandaan, maar jarenlang heb ik toch gedacht dat mijn UFO een visarend was die verdwaald was......

Totdat wij een nieuw boekje kregen met álle vogels van Europa. Ook de gieren. Er komen in Europa vier soorten gieren voor, ook nog allemaal min of meer in onze buurt. En zo komt het dat ik vermoed dat die Aasgieren hier misschien al wel heel lang broeden. Zelf had ik er weleens twee tegelijk gezien hier vlakbij (nadat we die nieuwe gids in gebruik hadden genomen) en gedacht dat het verdwaalde vogels op trek waren. Met verdwalende vogels had ik tenslotte enige ervaring, meende ik. 

Maar waarom is het nu geheim dat er hier een broedend paartje Aasgieren woont? Dat komt door de gevoelig liggende verhouding tussen de Natuurbeschermers en de Jagers. Bij een officiële aankondiging van een nest met Aasgieren op een plaats die je niet verwacht, gaan de officiële Natuurbeschermers eisen dat er een niet-betreden zone wordt ingesteld. Dat willen de jagers niet, want het verkleint hun areaal. Dus bestaat de kans dat een toevallig passerende jager per ongeluk zo'n vogelpaar de schrik van hun leven bezorgt of erger. Vogels weg? Einde vogelbescherming. 

Het nieuwe pact luidt derhalve dat jagers eventuele bijzonderheden die zij ontdekken in het geheim delen met de officieuze dierenliefhebbers. Die trouwens best een officiële aanstelling kunnen hebben als boswachter, maar zij horen het "off record" en vertellen het niet door aan hun baas. 
Daarom weet ik nu dat er een paartje Aasgieren broedt vlak bij ons huis. Alleen weet ik niet wáár. En gaan wij ook niemand officiëel vertellen over dat paartje Steenarenden boven ons huis. Straks komt er een jager verhaal halen!

Terug naar de website

dinsdag 15 april 2014

Gieren

Zoals ik in een ander stukje schreef, komen er bij ons in de buurt vier soorten gieren voor. Vier, dat zijn precies alle giersoorten die in Europa voorkomen. De meestvoorkomende soort is de Vale Gier. De Vale Gier wordt meestal omschreven als een plank in de lucht. 



Dat komt vooral omdat de vleugels nagenoeg overal even breed zijn. Een relatief korte staart, haast geen kop omdat deze ingetrokken wordt tijdens de vlucht. Je ziet ze heel vaak in groepen. Als je meer dan twee erg grote vogels bij elkaar ziet, is het een Vale Gier. 
De tweede soort is de lammergier. Een stuk bijzonderder -tot voor kort alleen nog maar voorkomend in de Pyreneeën, tegenwoordig ook weer te bewonderen in de Alpen en de Cevennen waar ze zijn geherintroduceerd. 
De lammergier heeft in verhouding tot de lengte iets smallere vleugels die bovendien minder rechthoekig zijn. Bovendien is de staart in verhouding veel langer en enigzins wigvormig en afgerond. De kop in vlucht is niet ingetrokken. Dat maakt ook een stuk uit. 



De aasgier is beduidend kleiner en lijkt in vlucht het meest op de lammergier. Als we hem van dezelfde kant laten aanvliegen, zie je dat de staart korter is, maar wel dezelfde vorm heeft. De vleugels net een tikkie breder en de kopt wat kleiner. Over kleuren heb ik het niet, want in de meeste gevallen zie je nauwelijks meer dan het silhouet. Onze ogen zijn geen fotolens. 




Tenslotte de Monniksgier. Die was behalve op Mallorca alleen nog maar niet-uitgestorven in de Extremadura. Gieren kunnen eigenlijk niet fatsoenlijk vliegen, en al helemaal niet zonder thermiek boven zee, dus die Mallorcaanse vogels zijn ooit door een storm als een soor Robinson Crusoë aangewaaid. En kunnen daar dus niet meer weg. 
De Monniksgier is zwart, nog iets plomper dan de Vale Gier waar hij verder erg op lijkt. Op de grond is hij de baas over de andere gieren. Hoewel het perspectief iets verschoven is, laat ik hem hier zien in vleugelslag. Ik vind de foto te mooi. 

9 Foot Wing Span-img_9356.jpg

De Sierra de Boumort, iets naar het Zuiden, is de enige plek in Europa -de Wereld in feite- waar je kans hebt ze alle vier tegelijk te zien. Leuk!

Terug naar de website

Tim

voorjaar 2005

Onze Tim wil later wel tekenaar of beeldhouwer worden. Om de mensheid een beetje te laten wennen aan zijn stijl, publiceeer ik hier alvast een kunstwerk van de “jeugdige Tim van Noort”.



Vorige week een poging met hem ondernomen om iets van papier-maché te maken. Een kunstenaar moet experimenteren met verschillende materialen, dacht zijn vader. Binnen vijf minuten en acht keer tussentijds handenwassen gaf hij op. Hij houdt niet van plakkende vingers.

Een ander bijzonder talent is zijn opvliegende karakter. Vroeger als hij iets probeerde te tekenen en het resultaat niet geheel aan het beeld in zijn hoofd beantwoordde, verscheurde hij in elk geval de tekening, brak nog wat potloden en/of smeet de beker met kwasten door de kamer. En kreeg Franka (of ik, zijn zus of broer in deze volgorde) de schuld. En tegenwoordig is dit niet veel beter.

Op school daarentegen gedraagt hij zich alsof het welzijn van de totale mensheid afhangt van zijn gedrag. Sociaal tot de graad dat zijn juffrouw ons meldt dat zijn grootste probleem op school bestaat in het onvermogen om het iedereen naar de zin te maken. Ons Timmetje lijdt zichtbaar als er tevéél kinderen met hem willen spelen, zo rapporteert zij.
Op onze repliek dat hij wellicht dáárom zus, broer, vader en moeder (in deze volgorde) in de thuissituatie fysiek maltraiteert doet slechts een wenkbrauwfrons aan de andere kant van de tafel ontstaan. ¿El Tim? ¡No pot ser! (Tim? Dat bestaat niet!)
Vanavond ging ik hem ophalen van het voetballen. Alle kinderen keurig in hun jas, alleen Timmy zag ik aanvankelijk nergens. Na enige tijd ontdekte ik achter in de sporthal twee vechtende kereltjes waarvan één mijn zoon was. Oké, volgens zijn juf houdt hij wel erg van stoeien. Mijn zoon was echter op een op de grond liggende tegenstander aan het inschoppen.
¿Moet ik nou blij zijn dat hij gelukkig toch niet zo schijnbaar perfect is, of hem op zijn donder geven omdat hij een ander kind mishandelt?


Terug naar de website