donderdag 5 februari 2015
Analytics
Indrukwekkende cijfers
Google Analytics is een hulpmiddel om het wel & wee van websites te doorgronden. Of in ieder geval waarmee ze mij inzicht verschaffen in wat er met onze website aan de hand is.
Cijferreeksen te kust en te keur, tabellen, je kunt ze geloof ik ook als staafdiagrammen presenteren, noem maar op. Nu ben ik verzot op cijfers, dus dat komt goed uit. Cijfers geven de mens (schijn)zekerheden, zoveel is wel zeker.
In bovenstaande foto heb ik gegevens van vorig jaar en dit jaar gekopiëerd die Analytics heeft gegenereerd, ziet er kek uit, niet? Ik zie mijzelf al aanschuiven bij een bespreking met een bank waar ik een krediet wil lospeuteren. "Mevrouw! (met nadruk) zoals u ziet is het aantal bezoekers van onze website sinds vorige jaar toegenomen met 50,17%........." Die puntjes staan voor de betekenisvolle stilte die ik laat vallen nadat ik komma-zeventien-procent strak gearticuleerd toevertrouw aan het neutrale gebied dat zich ergens halverwege de afstand tussen de deelnemers aan de bespreking boven de gepolitoerde tafel bevindt.
Inzicht?
Diep in mijn hart zou ik weleens willen weten wat een echte marketeer van bovenstaande getallen zou brouwen. Google helpt vast een handje door met kleurcoderingen te werken. Rood staat daarbij voor min en groen voor plus. Dat is in het gewone leven ook zo, maar net zoals in het gewone leven hebben dingen vaak meer kanten. "Depende como se mire (Het ligt eraan hoe je het bekijkt)" zeggen ze hier.
Een voorbeeld. Het bouncepercentage is het gedeelte van de bezoekers dat na de eerste pagina te hebben bekeken afhaakt. Een hoog bouncepercentage = fout. En een stijging van het bouncepercentage zeker! Is een hoog bouncepercentage fout? Depende como se mire. Als je de pagina waar iemand door Google naar toe is geleid verandert waardoor de bezoeker sneller ontdekt dat hij/zij verkeerd zit, is een toename van het bouncepercentage goed. Lijkt mij.
Een ander voorbeeld. Het aantal nieuwe sessies tov het aantal herhalers neemt af. Van 71% nieuw naar 62% nieuw. Analytics zegt: Rood. Is het ook negatief? Depende como se mire. We hebben dit jaar 900 ipv 600 bezoeker. Dat wil zeggen, 558 (62% van 901) nieuwe en vorig jaar dus 426 (71% van 600). Een stijging van 31%. Dat lijkt mij goed.
Van die bezoekers komen er veel voor de tweede of derde keer langs. Ik zeg: Manlief ontdekt website op vrije vrijdag. Het lijkt hem wel wat daarom laat hij op een later moment zijn partner zien wat hij gevonden heeft. Herhalen is dus soms heel goed.
Kijken, kijken, maar niet kopen
Uiteindelijk maakt het geen bal uit of je 100.000 bezoekers per dag hebt of 10. Tenminste niet als je zoals wij in een niche van de markt rommelt. Wij hebben een kleine 100 boekingen per jaar gemiddeld en dat kunnen er nooit meer dan 150 worden, daar hebben we de capaciteit niet voor, tenzij we ons bedrjfsmodel radicaal omgooien.
Jaarlijks hebben we ongeveer 20.000 bezoekers op de site, meen ik. Die kunnen wij hier niet allemaal onderbrengen, dus is het goed dat al die mensen niet komen.
Het gaat erom dat de website ongeveer 100 mensen voldoende aanspreekt om hen het besluit te laten nemen hun tent bij ons op te slaan. En zelfs dat niet, want we hebben regelmatig terugkomers en mond,- op mondkomers.
De gemiddelde sessieduur is dit jaar vergeleken met 2009-2014 met 50-60% toegenomen. Is dat positief? Depende como se mire! Als mensen hun gedrag veranderd hebben -zeker waar, een smartphone/tablet anno 2015 wordt anders gebruikt dan een PC in 2009- is een absolute toename misschien wel een relatieve afname. Als mensen langer blijven hangen omdat ze het leuker vinden op die site, is het goed. En als ze langer blijven hangen omdat ze de weg haast niet kunnen vinden, is dat weer fout.
Als gerelateerd aan het besluit tot reservering/aankoop, want voor kijken alleen kopen wij niks.
Conclusie
Het is gevaarlijk verleidelijk om je op die cijfers te storten, maar.......inzicht? Ik twijfel.
Terug naar de website
dinsdag 13 januari 2015
Verdomme!
Roekeloos
Een dikke week geleden gaf ik hier uiting aan mijn zorg met betrekking tot de gezondheid van onze jongens. Dat was ingegeven door hun naar mijn mening wat al te drieste pogingen om leuke sprongen te leren met skies of snowboards vastgebonden onder hun voeten. Zelf ben ik ook ooit jong geweest, als degene die voor mij in de boom was geklommen niet op dat dunne hoogste takje had durven gaan zitten, wist ik wat mij te doen stond. Dus ik snap het wel, dat licht roekeloze. Of ik het (altijd) leuk vind? "I'm in two minds", zeggen de Engelstaligen dan.
Intuïtie
Mensen die geloven in hun intuïtie zouden vast, na hetgeen gisteren is gebeurd, roepen: "Ik had het wel voelen aankomen!" Afgezien van het feit dat zulke uitspraken meestal betrekking hebben op een schier oneindige veelheid voorvoelsels die op die ene na niet zijn uitgekomen, en ik vorige week mijn zorg aan het papier had toevertrouwd, ga ik hier niet beweren dat ik "het had voelen aankomen." Dat had ik namelijk niet.
Gescheurde banden
Op het moment dat het gebeurde, hoorde Joep een geluid alsof er iets brak. Zijn enkel dacht hij. Hij was een partijtje aan het basketballen op het schoolplein, zette zijn voet verkeerd neer, en hoorde een geluid terwijl hij op de grond viel. Een krakend geluid gecombineerd met erg veel pijn.
Dat zag er niet goed uit, en het voelde nog minder.
De leerplicht
Joep is 17 en derhalve niet meer leerplichtig. In de praktijk betekent dit dat niet de school, maar de ouders/verzorgers verantwoordelijk zijn ingeval een ongeval plaatsvindt. Ik werd gebeld met de mededeling dat mijn zoon veel pijn en een enorm dikke enkel had. De schoolleiding adviseerde mij hem te komen ophalen, omdat het hen niet verstandig leek op de schoolbus te stappen.
Het was 15.50 u, en de CAP (het gezondheidscentrum) 2 minuten verwijderd van zijn school. De lessen eindigen om 15.10, maar omdat we in Spanje wonen, moeten de kinderen die niet in het dorp, waar die school staat, wonen, eerst gaan eten voordat de schoolbus om 16.05 vertrekt.
Ons huis bevindt zich op een klein half uur rijden van die school, dus ik riep: "Ik kom eraan, hebben jullie ijs op die enkel gedaan?" Dat hadden ze, nog een gelukkie, want volgens mij hoort dat niet bij hun verantwoordelijkheid als zo'n slachtoffer niet leerplichtig is.
Onderweg
Verdomme! dacht ik in de auto. Hele skiseizoen naar de filistijnen door een misstap. Die rit duurt een half uur, dus ik overwoog nog meer zaken, maar dan wordt dit verhaal te lang. Er werd gebeld. Het schoolhoofd aan de lijn. "Of ik toestemming gaf dat zij samen met de conciërge Joep naar de CAP zou brengen, want hij had wel héél veel pijn?" Coöperatief als ik ben ingesteld, gaf ik hen carte-blanche.
Bij de CAP
Gelukkig had ik voor vertrek genoeg tegenwoordigheid van geest een pot pijnstillers in mijn zak te steken. IJs op een enkel leggen valt al buiten de competentie, dus een Iboprufennetje of wat door zijn keel werken komt al helemaal bij niemand op.
Joep zat samen met schoolhoofd en conciërge in een rolstoel in de wachtkamer.
"Heb je de dokter al gezien."
Dat had hij.
"Wat heeft hij gezegd?"
Niks eigenlijk.
"Niks??? Hebben ze je al pijnstilling gegeven?"
Dat hadden ze niet.
Kwam mijn strip diclofenaco toch nog van pas.
Het schoolhoofd meldde dat de dokter had gezegd dat de enkel erg dik was. En dat het hem verstandig leek naar de eerste hulp van het ziekenhuis te gaan.
Tussen twee culturen
Zelf heb ik teveel dagen van mijn leven in ziekenhuizen doorgebracht. In Zuid-Amerika en in Nederland voor mezelf en hier in Spanje als begeleider van onze kinderen en af en toe als tolk/begeleider van gasten die pech hebben gehad. Teveel dagen heeft als keerzijde dat je ervaringsdeskundige wordt en interculturele vergelijkingen kunt maken.
Toen ooit mijn bot afstierf werd mij dat door een aardige verpleegkundige die Marion heette terwijl zij de wond aan het behandelen was verteld. Dat mocht zij uiteraard niet, maar zij was Nederlands, kende mij al meer dan een maand door de dagelijkse omgang en vond dat ik dat moest wéten. Dat ik letterlijk niet ongeschonden uit het ziekbed zou komen.
In Spanje is zoiets, naar mijn ervaring, volstrekt ondenkbaar. Dat komt verderop.
In het ziekenhuis
De arts van dienst was een reuze aardige, naar het scheen capabele man. Zijn assistent daarentegen leek weggelopen uit een film. De rol van die jongen was onduidelijk. Leerling-verpleegkundige? Arts in opleiding? Het laatste in ieder geval niet, naar ik hoop, en in plaats van verpleegkundige kan hij beter schoonmaker worden. Niets ten nadele van het schoonmaakvak, maar de sterftekans is lager. En als iemand stage loopt voor arts en hij weet niet wat enkelbanden zijn? ("Zegt dat je iets, enkelbanden", vroeg de dokter? Gevolgd door glazig staren. Zorgelijk.)
De gipskamer
Terwijl de foto werd ontwikkeld, kwamen er twee ambulances binnenrollen met nieuwe patiënten. Onze arts was alleen, dat heb je in zo'n streekziekenhuis, en wij moesten weg uit het behandelkamertje naar....Ja, dat wist eigenlijk niemand. De schoonmaakster bracht uitkomst door te opperen dat de gipskamer vrij was. Hoefden wij in ieder geval niet samen met de nieuw-aangekomen patiënten in de gang op onze beurt te wachten. Het voelt ook een beetje raar als je tussen mensen aan de beademing en een hele rits drukdoend ambulance,- en ziekenhuispersoneel door met je zoon in een rolstoel een goed heenkomen loopt te zoeken. Terwijl onduidelijk is wáár dat heenkomen is gelokeerd.
De behandelaarster
Na een tijdje kwam er iemand binnen die leek te zijn gestuurd door de schoonmaakster. Zij bleek de opdracht te hebben gekregen om een gipsen steunverband aan te brengen. Op onze vraag of zij ook wist wat er met die enkel aan de hand was, zei ze: "Nee." Daar word ik altijd een beetje kregel van, en ik repliceerde: "Als je niet weet wat er aan hand is, wat dóe je hier dan?" hetgeen haar enkele ogenblikken uit haar evenwicht bracht. Gelukkig herinnerde zij zich op tijd dat informatie verstrekken over het karakter van de aandoening onder de compententie van de arts valt, en zei ze met triomf als ondertoon in haar stem: "Ik word gestuurd!" God, wat mis ik mijn pleeg Marion op zo'n moment.
Het afscheid
Temidden van niet opgeruimde resten van het gipsverband werden wij achtergelaten. Vrijwel onmiddellijk kwam de baliemedewerker binnen met de papieren voor de nazorg, het recept voor de pijnstilling en een blik in zijn ogen die ons deed besluiten zo snel mogelijk naar buiten te rijden. Hij protesteerde daar niet tegen, dus de inschatting leek juist.
En nu zijn we thuis. We denken dat Joep zijn enkelbanden gescheurd heeft en we wéten dat we over 10 dagen terug mogen komen bij de algemeen chirurge Dr. Gotschi. Haar kennen we gelukkig heel goed.......leuk mens wel.
Terug naar de website
Een dikke week geleden gaf ik hier uiting aan mijn zorg met betrekking tot de gezondheid van onze jongens. Dat was ingegeven door hun naar mijn mening wat al te drieste pogingen om leuke sprongen te leren met skies of snowboards vastgebonden onder hun voeten. Zelf ben ik ook ooit jong geweest, als degene die voor mij in de boom was geklommen niet op dat dunne hoogste takje had durven gaan zitten, wist ik wat mij te doen stond. Dus ik snap het wel, dat licht roekeloze. Of ik het (altijd) leuk vind? "I'm in two minds", zeggen de Engelstaligen dan.
Intuïtie
Mensen die geloven in hun intuïtie zouden vast, na hetgeen gisteren is gebeurd, roepen: "Ik had het wel voelen aankomen!" Afgezien van het feit dat zulke uitspraken meestal betrekking hebben op een schier oneindige veelheid voorvoelsels die op die ene na niet zijn uitgekomen, en ik vorige week mijn zorg aan het papier had toevertrouwd, ga ik hier niet beweren dat ik "het had voelen aankomen." Dat had ik namelijk niet.
Gescheurde banden
Op het moment dat het gebeurde, hoorde Joep een geluid alsof er iets brak. Zijn enkel dacht hij. Hij was een partijtje aan het basketballen op het schoolplein, zette zijn voet verkeerd neer, en hoorde een geluid terwijl hij op de grond viel. Een krakend geluid gecombineerd met erg veel pijn.
Dat zag er niet goed uit, en het voelde nog minder.
De leerplicht
Joep is 17 en derhalve niet meer leerplichtig. In de praktijk betekent dit dat niet de school, maar de ouders/verzorgers verantwoordelijk zijn ingeval een ongeval plaatsvindt. Ik werd gebeld met de mededeling dat mijn zoon veel pijn en een enorm dikke enkel had. De schoolleiding adviseerde mij hem te komen ophalen, omdat het hen niet verstandig leek op de schoolbus te stappen.
Het was 15.50 u, en de CAP (het gezondheidscentrum) 2 minuten verwijderd van zijn school. De lessen eindigen om 15.10, maar omdat we in Spanje wonen, moeten de kinderen die niet in het dorp, waar die school staat, wonen, eerst gaan eten voordat de schoolbus om 16.05 vertrekt.
Ons huis bevindt zich op een klein half uur rijden van die school, dus ik riep: "Ik kom eraan, hebben jullie ijs op die enkel gedaan?" Dat hadden ze, nog een gelukkie, want volgens mij hoort dat niet bij hun verantwoordelijkheid als zo'n slachtoffer niet leerplichtig is.
Onderweg
Verdomme! dacht ik in de auto. Hele skiseizoen naar de filistijnen door een misstap. Die rit duurt een half uur, dus ik overwoog nog meer zaken, maar dan wordt dit verhaal te lang. Er werd gebeld. Het schoolhoofd aan de lijn. "Of ik toestemming gaf dat zij samen met de conciërge Joep naar de CAP zou brengen, want hij had wel héél veel pijn?" Coöperatief als ik ben ingesteld, gaf ik hen carte-blanche.
Bij de CAP
Gelukkig had ik voor vertrek genoeg tegenwoordigheid van geest een pot pijnstillers in mijn zak te steken. IJs op een enkel leggen valt al buiten de competentie, dus een Iboprufennetje of wat door zijn keel werken komt al helemaal bij niemand op.
Joep zat samen met schoolhoofd en conciërge in een rolstoel in de wachtkamer.
"Heb je de dokter al gezien."
Dat had hij.
"Wat heeft hij gezegd?"
Niks eigenlijk.
"Niks??? Hebben ze je al pijnstilling gegeven?"
Dat hadden ze niet.
Kwam mijn strip diclofenaco toch nog van pas.
Het schoolhoofd meldde dat de dokter had gezegd dat de enkel erg dik was. En dat het hem verstandig leek naar de eerste hulp van het ziekenhuis te gaan.
Tussen twee culturen
Zelf heb ik teveel dagen van mijn leven in ziekenhuizen doorgebracht. In Zuid-Amerika en in Nederland voor mezelf en hier in Spanje als begeleider van onze kinderen en af en toe als tolk/begeleider van gasten die pech hebben gehad. Teveel dagen heeft als keerzijde dat je ervaringsdeskundige wordt en interculturele vergelijkingen kunt maken.
Toen ooit mijn bot afstierf werd mij dat door een aardige verpleegkundige die Marion heette terwijl zij de wond aan het behandelen was verteld. Dat mocht zij uiteraard niet, maar zij was Nederlands, kende mij al meer dan een maand door de dagelijkse omgang en vond dat ik dat moest wéten. Dat ik letterlijk niet ongeschonden uit het ziekbed zou komen.
In Spanje is zoiets, naar mijn ervaring, volstrekt ondenkbaar. Dat komt verderop.
In het ziekenhuis
De arts van dienst was een reuze aardige, naar het scheen capabele man. Zijn assistent daarentegen leek weggelopen uit een film. De rol van die jongen was onduidelijk. Leerling-verpleegkundige? Arts in opleiding? Het laatste in ieder geval niet, naar ik hoop, en in plaats van verpleegkundige kan hij beter schoonmaker worden. Niets ten nadele van het schoonmaakvak, maar de sterftekans is lager. En als iemand stage loopt voor arts en hij weet niet wat enkelbanden zijn? ("Zegt dat je iets, enkelbanden", vroeg de dokter? Gevolgd door glazig staren. Zorgelijk.)
De gipskamer
Terwijl de foto werd ontwikkeld, kwamen er twee ambulances binnenrollen met nieuwe patiënten. Onze arts was alleen, dat heb je in zo'n streekziekenhuis, en wij moesten weg uit het behandelkamertje naar....Ja, dat wist eigenlijk niemand. De schoonmaakster bracht uitkomst door te opperen dat de gipskamer vrij was. Hoefden wij in ieder geval niet samen met de nieuw-aangekomen patiënten in de gang op onze beurt te wachten. Het voelt ook een beetje raar als je tussen mensen aan de beademing en een hele rits drukdoend ambulance,- en ziekenhuispersoneel door met je zoon in een rolstoel een goed heenkomen loopt te zoeken. Terwijl onduidelijk is wáár dat heenkomen is gelokeerd.
De behandelaarster
Na een tijdje kwam er iemand binnen die leek te zijn gestuurd door de schoonmaakster. Zij bleek de opdracht te hebben gekregen om een gipsen steunverband aan te brengen. Op onze vraag of zij ook wist wat er met die enkel aan de hand was, zei ze: "Nee." Daar word ik altijd een beetje kregel van, en ik repliceerde: "Als je niet weet wat er aan hand is, wat dóe je hier dan?" hetgeen haar enkele ogenblikken uit haar evenwicht bracht. Gelukkig herinnerde zij zich op tijd dat informatie verstrekken over het karakter van de aandoening onder de compententie van de arts valt, en zei ze met triomf als ondertoon in haar stem: "Ik word gestuurd!" God, wat mis ik mijn pleeg Marion op zo'n moment.
Het afscheid
Temidden van niet opgeruimde resten van het gipsverband werden wij achtergelaten. Vrijwel onmiddellijk kwam de baliemedewerker binnen met de papieren voor de nazorg, het recept voor de pijnstilling en een blik in zijn ogen die ons deed besluiten zo snel mogelijk naar buiten te rijden. Hij protesteerde daar niet tegen, dus de inschatting leek juist.
En nu zijn we thuis. We denken dat Joep zijn enkelbanden gescheurd heeft en we wéten dat we over 10 dagen terug mogen komen bij de algemeen chirurge Dr. Gotschi. Haar kennen we gelukkig heel goed.......leuk mens wel.
Terug naar de website
vrijdag 9 januari 2015
Fietsen op de Passo di Primi
Wie er fietst
Na twaalf jaar heb ik de pagina fietsen/mountainbiken op onze website vernieuwd. Een interessante exercitie. Al doende realiseerde ik me dat ik het destijds niet erg slim heb aangepakt. Denk ik nu dan toch. Mijn uitgangspunt was ooit dat het aanbod fietsroutes in ieder geval óók aantrekkelijk moest zijn voor gezinnen, onze gedachte cliëntéle. Af en toe krijgen wij hier wel mensen met een fietsdrager met fietsen voor het hele gezin, maar op één meisje van 6 jaar oud na heb ik hier nog nooit een kind zien fietsen.
Die fietsen op de drager zijn bestemd voor een andere week in Frankrijk of desnoods aan de Costa Brava waar in het achterland gepeddeld kan worden. Degenen die fietsen zijn de papa's. En een heel enkel keertje een mama. Maar nóóit een mama waarvan de partner niet fietst. Tegenwoordig hebben de mama's dan soms een elektriek hulpmotortje om papa te kunnen bijhouden.
Wie er niet fietst
Die kennis had ik 12 jaar geleden ook al, behalve dat van die hulpmotor. Menigmaal heb ik in Zuid-Limburg met de vrienden van mijn mannenfietsclub meesmuilend toegezien hoe, destijds wat oudere, inmiddels wat jongere, mannen met een beginnende bierbuik op zondagochtend de huiselijke verplichtingen lieten voor wat die waren en met hun vrienden de heuvels en terrassen onveilig maakten. Wij hadden nog geen kinderen in die tijd, derhalve geen huiselijke verplichtingen, dus voelden ons gerechtigd om daarop neer te zien.
Vermoedelijk was dat de achtergrond die mij er toe dreef om een zo sexe-neutraal-mogelijk fietsaanbod in de verkoop te zetten. Hoe dom kan een mens zijn?
De fiets als gewei
Zonder nu meteen een diepte-psychologisch inzicht te willen verwoorden, wat voor de vrouw haar (over)gewicht is, is voor de man zijn fiets (of auto, maar dit gaat over fietsen). Een mal pakje om het lijf en daaronder een kek karretje. Zelfs mijn vrienden van de nog steeds bestaande mannenfietsclub hebben zich de afgelopen twee jaar allemaal op een carbon-frame getrakteerd. Als ik terugdenk aan hoe wij 30 jaar geleden onze ijzeren rossen sneller probeerden over de top te jagen dan die dure chroom-molybdeen frames van die bierbuiken? Vermakelijk.
Priming
Potentiële mannelijk klanten moet je niet proberen binnen te halen door te zeggen dat je zo leuk met het gezin naar een stuwmeertje in de buurt kunt rijden. Denk ik nu. Je moet ze een uitdaging geven. Hoe is het immers ánders te duiden dat al die idioten zo nodig Alpe d'Huez op willen rijden? Of de Stelvio. Of de Tourmalet. Of de Mont Ventoux. Voor het mooie uitzicht? Dat denk ik niet. Een vriend van mij is al meer dan 40 keer de Mont Ventoux opgereden. Degene die mij daarvoor een plausibele rationele verklaring kan geven, krijgt onmiddellijk een krat bier thuisgestuurd.
Om deze reden heb ik een overzicht gemaakt van de zwaarte van de colletjes hier in de buurt ten opzichte van "grote namen". Dan kunnen die mannen, dat hele gefiets is immers weinig meer dan de illusie dat ze net als Eddy(?), Joop(?), Bernard(?), Marco(!/?), Miguel(?/?), Lance(?!/?!), Alberto(!/?) of Nairo/Chris/Vicenzo naar boven dansen, zich inbeelden dat ze de Mont Ventoux beklimmen als ze hier over de Col de Creu d'Eixol omhoog rijden. Zwaarder dan de Tourmalet!
En dan stoppen ze vrouw en kinderen gewoon in de 740 hatchback als ze "gezellig met de kinderen" in dat stuwmeertje moeten gaan zwemmen. Veel minder gedoe met de badlakens en pick-nickmand.
En dit is de uitdagende pagina geworden
Na twaalf jaar heb ik de pagina fietsen/mountainbiken op onze website vernieuwd. Een interessante exercitie. Al doende realiseerde ik me dat ik het destijds niet erg slim heb aangepakt. Denk ik nu dan toch. Mijn uitgangspunt was ooit dat het aanbod fietsroutes in ieder geval óók aantrekkelijk moest zijn voor gezinnen, onze gedachte cliëntéle. Af en toe krijgen wij hier wel mensen met een fietsdrager met fietsen voor het hele gezin, maar op één meisje van 6 jaar oud na heb ik hier nog nooit een kind zien fietsen.
Die fietsen op de drager zijn bestemd voor een andere week in Frankrijk of desnoods aan de Costa Brava waar in het achterland gepeddeld kan worden. Degenen die fietsen zijn de papa's. En een heel enkel keertje een mama. Maar nóóit een mama waarvan de partner niet fietst. Tegenwoordig hebben de mama's dan soms een elektriek hulpmotortje om papa te kunnen bijhouden.
Wie er niet fietst
Die kennis had ik 12 jaar geleden ook al, behalve dat van die hulpmotor. Menigmaal heb ik in Zuid-Limburg met de vrienden van mijn mannenfietsclub meesmuilend toegezien hoe, destijds wat oudere, inmiddels wat jongere, mannen met een beginnende bierbuik op zondagochtend de huiselijke verplichtingen lieten voor wat die waren en met hun vrienden de heuvels en terrassen onveilig maakten. Wij hadden nog geen kinderen in die tijd, derhalve geen huiselijke verplichtingen, dus voelden ons gerechtigd om daarop neer te zien.
Vermoedelijk was dat de achtergrond die mij er toe dreef om een zo sexe-neutraal-mogelijk fietsaanbod in de verkoop te zetten. Hoe dom kan een mens zijn?
De fiets als gewei
Zonder nu meteen een diepte-psychologisch inzicht te willen verwoorden, wat voor de vrouw haar (over)gewicht is, is voor de man zijn fiets (of auto, maar dit gaat over fietsen). Een mal pakje om het lijf en daaronder een kek karretje. Zelfs mijn vrienden van de nog steeds bestaande mannenfietsclub hebben zich de afgelopen twee jaar allemaal op een carbon-frame getrakteerd. Als ik terugdenk aan hoe wij 30 jaar geleden onze ijzeren rossen sneller probeerden over de top te jagen dan die dure chroom-molybdeen frames van die bierbuiken? Vermakelijk.
Priming
Potentiële mannelijk klanten moet je niet proberen binnen te halen door te zeggen dat je zo leuk met het gezin naar een stuwmeertje in de buurt kunt rijden. Denk ik nu. Je moet ze een uitdaging geven. Hoe is het immers ánders te duiden dat al die idioten zo nodig Alpe d'Huez op willen rijden? Of de Stelvio. Of de Tourmalet. Of de Mont Ventoux. Voor het mooie uitzicht? Dat denk ik niet. Een vriend van mij is al meer dan 40 keer de Mont Ventoux opgereden. Degene die mij daarvoor een plausibele rationele verklaring kan geven, krijgt onmiddellijk een krat bier thuisgestuurd.
Om deze reden heb ik een overzicht gemaakt van de zwaarte van de colletjes hier in de buurt ten opzichte van "grote namen". Dan kunnen die mannen, dat hele gefiets is immers weinig meer dan de illusie dat ze net als Eddy(?), Joop(?), Bernard(?), Marco(!/?), Miguel(?/?), Lance(?!/?!), Alberto(!/?) of Nairo/Chris/Vicenzo naar boven dansen, zich inbeelden dat ze de Mont Ventoux beklimmen als ze hier over de Col de Creu d'Eixol omhoog rijden. Zwaarder dan de Tourmalet!
En dan stoppen ze vrouw en kinderen gewoon in de 740 hatchback als ze "gezellig met de kinderen" in dat stuwmeertje moeten gaan zwemmen. Veel minder gedoe met de badlakens en pick-nickmand.
En dit is de uitdagende pagina geworden
zondag 4 januari 2015
Halve waarheden en smartphones
Halve waarheid
Het verhaaltje dat ik gisteren opschreef over onze prijswinnende zoons met hun filmpje behoeft enige rectificatie. In de eerste plaats heeft de auteur om het verhaal met weinig woorden wat extra lading te geven een beetje gestoeid met de waarheid.
Dat zit zo. Joep's telefoon is niet stuk. Hij was hem vorige week weliswaar kwijt, maar door een eerlijke vinder was de telefoon weer in zijn bezit gekomen. Wel uit zijn zak gevallen met één of ander truukje, dus mijn irritatie had enige grond.
Vervolgens was zijn telefoon een paar dagen later nat geworden. Sneeuw in de niet met een rits afgesloten zak. Sneeuw wederom via mislukt truukje in de zak geraakt. Telefoonscherm vertoonde vreemde trekken. Een jaar geleden -wij doen langer met onze telefoons dan de doorsnee-gebruiker, dat dan weer wel- was zijn scherm kapot. Via internet had Joep daarop zichzelf de reparatievaardigheden bijgebracht. Voor minder dan € 5 was er een S-III scherm uit HongKong in onze brievenbus beland en met behulp van een föhn en een stanleymes had Joep een nieuw scherm. Dat vond ik wel handig. Het leek mij een angstig avontuur.
Natte telefoon heeft oplossing
Gewapend met deze ervaring dacht Joep: föhn erop, scherm loshalen, tijdje doorblazen totdat water is verdampt en klaar is Kees. Aldus is het waterprobleem opgelost. Feitelijk was mijn uitspraak van de kapotte telefoon dus niet correct, maar verlies & vochtprobleem samen gaven mij wel het gevoel dat de telefoon stuk was (geweest). En aanleiding voor de vraag: "Betaal ik dan een nieuwe?" En het antwoord op die vraag had ik ook al geformuleerd. Laten ze maar een krantenwijk nemen.
Prijswinnend?
De voorwaarden van de wedstrijd zijn mij niet geheel duidelijk. In de kleine letters lees ik nergens dat er iedere week een telefoon wordt uitgeloofd. Het kan er ook één aan het eind van het seizoen zijn. Hoewel de tv vanmorgen wel zoiets riep. We gaan er dus vanuit dat ze gewonnen hebben. Wat nu? Er is ineens een telefoon over binnenkort in ons huis.
Mijn Samsung
Zelf loop ik al vierëneenhalf jaar rond met mijn Samsung nameless. Die is niet smart, maar voor € 19,95 aanschaf vind ik het prijs,- en groentechnisch een wereldaankoop. Tegen iedereen die het horen wil -of niet- roep ik de hele tijd hoe blij ik met dat ding ben. Kan weliswaar noch Whatsappen noch Wordfeuden, maar iedere ochtend om 07.15 loopttie af en bellen en SMS'en gaat ook goed. Desondanks word ik wel een erge dinosauriër inmiddels. Daarom stelde ik de jongens voor de telefoon die hier binnenkort bezorgd wordt, aan hun vader te schenken.
Dat leek hen een tof plan. Ondanks waterdicht en schokbestendig heeft dat apparaat een camera met te weinig pixels en ander feilen op chill-gebied. Te dik, te zwaar enz. Maar mocht mijn Samsung stuk gaan, weest niet verbaasd als ik rondloop met mijn nieuwe speeltje:
Het verhaaltje dat ik gisteren opschreef over onze prijswinnende zoons met hun filmpje behoeft enige rectificatie. In de eerste plaats heeft de auteur om het verhaal met weinig woorden wat extra lading te geven een beetje gestoeid met de waarheid.
Dat zit zo. Joep's telefoon is niet stuk. Hij was hem vorige week weliswaar kwijt, maar door een eerlijke vinder was de telefoon weer in zijn bezit gekomen. Wel uit zijn zak gevallen met één of ander truukje, dus mijn irritatie had enige grond.
Vervolgens was zijn telefoon een paar dagen later nat geworden. Sneeuw in de niet met een rits afgesloten zak. Sneeuw wederom via mislukt truukje in de zak geraakt. Telefoonscherm vertoonde vreemde trekken. Een jaar geleden -wij doen langer met onze telefoons dan de doorsnee-gebruiker, dat dan weer wel- was zijn scherm kapot. Via internet had Joep daarop zichzelf de reparatievaardigheden bijgebracht. Voor minder dan € 5 was er een S-III scherm uit HongKong in onze brievenbus beland en met behulp van een föhn en een stanleymes had Joep een nieuw scherm. Dat vond ik wel handig. Het leek mij een angstig avontuur.
Natte telefoon heeft oplossing
Gewapend met deze ervaring dacht Joep: föhn erop, scherm loshalen, tijdje doorblazen totdat water is verdampt en klaar is Kees. Aldus is het waterprobleem opgelost. Feitelijk was mijn uitspraak van de kapotte telefoon dus niet correct, maar verlies & vochtprobleem samen gaven mij wel het gevoel dat de telefoon stuk was (geweest). En aanleiding voor de vraag: "Betaal ik dan een nieuwe?" En het antwoord op die vraag had ik ook al geformuleerd. Laten ze maar een krantenwijk nemen.
Prijswinnend?
De voorwaarden van de wedstrijd zijn mij niet geheel duidelijk. In de kleine letters lees ik nergens dat er iedere week een telefoon wordt uitgeloofd. Het kan er ook één aan het eind van het seizoen zijn. Hoewel de tv vanmorgen wel zoiets riep. We gaan er dus vanuit dat ze gewonnen hebben. Wat nu? Er is ineens een telefoon over binnenkort in ons huis.
Mijn Samsung
Zelf loop ik al vierëneenhalf jaar rond met mijn Samsung nameless. Die is niet smart, maar voor € 19,95 aanschaf vind ik het prijs,- en groentechnisch een wereldaankoop. Tegen iedereen die het horen wil -of niet- roep ik de hele tijd hoe blij ik met dat ding ben. Kan weliswaar noch Whatsappen noch Wordfeuden, maar iedere ochtend om 07.15 loopttie af en bellen en SMS'en gaat ook goed. Desondanks word ik wel een erge dinosauriër inmiddels. Daarom stelde ik de jongens voor de telefoon die hier binnenkort bezorgd wordt, aan hun vader te schenken.
Dat leek hen een tof plan. Ondanks waterdicht en schokbestendig heeft dat apparaat een camera met te weinig pixels en ander feilen op chill-gebied. Te dik, te zwaar enz. Maar mocht mijn Samsung stuk gaan, weest niet verbaasd als ik rondloop met mijn nieuwe speeltje:
zaterdag 3 januari 2015
Temps de neu
Kapotte ski
Terwijl ik hier achter mijn scherm probeer onze website op te leuken, vermaken onze zoons zich in de sneeuw. Als vader bezorgt dat me regelmatig kopzorgen, eerlijk gezegd.
Zo moest ik vandaag plotseling om 12.15 uitrukken om ze op te halen?! Dat gebeurt nooit, normaal skiën of boarden ze vanaf 9.00 als het skistation opengaat totdat de laatste liften uitgezet worden om 16.30. Nattigheid voelde ik. Het verhaal was dat Joep, waarvan de ski's in reparatie waren wegens, laten we zeggen zéér intensief gebruik, op zijn board niet lekker kon draaien bij deze sneeuwcondities.
Kopzorgen
Meteen uitgerukt en naar de afgesproken plaats. Niemand te zien. Na een te lange wachttijd kwamen ze er toch aan. Joep liep erbij alsof hij in een zware depressie terecht was gekomen. Dat van die depressie viel bij navraag wel mee. Het probleem was dat hij bij het proberen van een nieuwe sprong/salto ongenadig hard op zijn hoofd was geland. Dat verhaal over dat snowboard was, laat ik zeggen, een halve waarheid. Hij was gewoon dermate groggy dat ze hadden besloten het dagprogramma voor gezien te houden.
Ik ben niet de enige met koppijn.
Temps de neu
Op de Catalaanse tv is een programma dat "Temps de neu" heet. Naast informatie over de sneeuwcondities in de verschillende skigebieden heeft dat programma een item dat een 5-tal bloopers in de sneeuw laat zien. De beste van de 5 krijgt dan als beloning voor het opsturen van het videootje een prijs. Een nieuwe mobiele telefoon geloof ik. Ze weten wel hoe ze de jeugd moeten aanspreken bij TV-Catalunya. Wekelijks worden we getracteerd op de meest gruwelijke valpartijen, die altijd door een voice-under van lachende adolescenten wordt begeleid. Leuk! Vooral als je vader bent van zulk spul.
Probeerseltje
De lezer voelt misschien al waar dit verhaal naar toe gaat. Onze beide zoons, voorzien van mobiele telefoons en zo'n camera waardoor Michael Schumacher levenslang gehandicapt is geraakt, filmen hun pogingen tot back-flip, front-flip, misty, lincoln, cork, rodeo, kangoroo-flip of een combinatie van deze movements ook dagelijks. Die pogingen leiden, zeker de mislukte, tot schade aan het materiaal en aan personen. Vandaar die ski in reparatie, en vandaar mijn hoofdbrekens.
Mislukte sprong, gelukte opname!
Het voordeel van een niet 100% correct uitgevoerde sprong is dat het de mogelijkheid biedt tot een leuke opname. Dat dachten die jongens ook, dus deze week hebben ze voor het eerst één van hun filmpjes opgestuurd aan "Temps de Neu". Een combinatie van een gelukte back-flip en daarna een jammerlijk mislukte front-flip. De springer was Tim, die zo uit zijn evenwicht was geraakt bij de landing dat hij kennelijk dacht: Ik heb een overschot aan positieve centrifugale energie. Dat is eigenlijk een front-flip!
Joep stond erbij met zijn mobiel en filmde.
Eerste prijs
Zonet krijgt één van de jongens een Whattsapp van een vriendje dat "Temps de Neu" deze week de 1e prijs heeft uitgereikt aan Joep en Tim van Noort! Morgenavond op de televisie. Als TV-3 het filmpje op hun site zet, plak ik hieronder een link. Ik ben zo trots als een pauw. Vooral omdat deze prijs hen ongetwijfeld zal stimuleren om nog meer volstrekte onzin te proberen. Want bij één van Joep's laatste pogingen was zijn mobiel gesneuveld en ik betaal geen nieuwe. De tv dus wel.
Hier komt de link: Tim flippa's (dat betekent in het Catalaans "uit zijn dak gaan")
Terug naar de website
Terwijl ik hier achter mijn scherm probeer onze website op te leuken, vermaken onze zoons zich in de sneeuw. Als vader bezorgt dat me regelmatig kopzorgen, eerlijk gezegd.
Zo moest ik vandaag plotseling om 12.15 uitrukken om ze op te halen?! Dat gebeurt nooit, normaal skiën of boarden ze vanaf 9.00 als het skistation opengaat totdat de laatste liften uitgezet worden om 16.30. Nattigheid voelde ik. Het verhaal was dat Joep, waarvan de ski's in reparatie waren wegens, laten we zeggen zéér intensief gebruik, op zijn board niet lekker kon draaien bij deze sneeuwcondities.
Kopzorgen
Meteen uitgerukt en naar de afgesproken plaats. Niemand te zien. Na een te lange wachttijd kwamen ze er toch aan. Joep liep erbij alsof hij in een zware depressie terecht was gekomen. Dat van die depressie viel bij navraag wel mee. Het probleem was dat hij bij het proberen van een nieuwe sprong/salto ongenadig hard op zijn hoofd was geland. Dat verhaal over dat snowboard was, laat ik zeggen, een halve waarheid. Hij was gewoon dermate groggy dat ze hadden besloten het dagprogramma voor gezien te houden.
Ik ben niet de enige met koppijn.
Temps de neu
Op de Catalaanse tv is een programma dat "Temps de neu" heet. Naast informatie over de sneeuwcondities in de verschillende skigebieden heeft dat programma een item dat een 5-tal bloopers in de sneeuw laat zien. De beste van de 5 krijgt dan als beloning voor het opsturen van het videootje een prijs. Een nieuwe mobiele telefoon geloof ik. Ze weten wel hoe ze de jeugd moeten aanspreken bij TV-Catalunya. Wekelijks worden we getracteerd op de meest gruwelijke valpartijen, die altijd door een voice-under van lachende adolescenten wordt begeleid. Leuk! Vooral als je vader bent van zulk spul.
Probeerseltje
De lezer voelt misschien al waar dit verhaal naar toe gaat. Onze beide zoons, voorzien van mobiele telefoons en zo'n camera waardoor Michael Schumacher levenslang gehandicapt is geraakt, filmen hun pogingen tot back-flip, front-flip, misty, lincoln, cork, rodeo, kangoroo-flip of een combinatie van deze movements ook dagelijks. Die pogingen leiden, zeker de mislukte, tot schade aan het materiaal en aan personen. Vandaar die ski in reparatie, en vandaar mijn hoofdbrekens.
Mislukte sprong, gelukte opname!
Het voordeel van een niet 100% correct uitgevoerde sprong is dat het de mogelijkheid biedt tot een leuke opname. Dat dachten die jongens ook, dus deze week hebben ze voor het eerst één van hun filmpjes opgestuurd aan "Temps de Neu". Een combinatie van een gelukte back-flip en daarna een jammerlijk mislukte front-flip. De springer was Tim, die zo uit zijn evenwicht was geraakt bij de landing dat hij kennelijk dacht: Ik heb een overschot aan positieve centrifugale energie. Dat is eigenlijk een front-flip!
Joep stond erbij met zijn mobiel en filmde.
Eerste prijs
Zonet krijgt één van de jongens een Whattsapp van een vriendje dat "Temps de Neu" deze week de 1e prijs heeft uitgereikt aan Joep en Tim van Noort! Morgenavond op de televisie. Als TV-3 het filmpje op hun site zet, plak ik hieronder een link. Ik ben zo trots als een pauw. Vooral omdat deze prijs hen ongetwijfeld zal stimuleren om nog meer volstrekte onzin te proberen. Want bij één van Joep's laatste pogingen was zijn mobiel gesneuveld en ik betaal geen nieuwe. De tv dus wel.
Hier komt de link: Tim flippa's (dat betekent in het Catalaans "uit zijn dak gaan")
Terug naar de website
zaterdag 20 december 2014
Webupdates in het land van ooit
Een vriend van mij is sociaal wetenschapper. Toen ik eens het woord neo-liberaal in een mail gebruikte om het vigerende gedachtengoed van een bepaalde stroming in het huidige tijdsgewricht te karakteriseren, kreeg ik onmiddellijk een reprimande. Of ik wel wist wat neo-liberaal betekende en wanneer of dat het ontstaan was? Nee, dat wist ik niet.
Als het u interesseert, inmiddels ben ik bijgeschoold: De term is in 1938 gemunt op het Walter Lippman colloquium in Parijs door de Franse econoom Bernard Lavargne. De introductie van de term was bedoeld als een pleidooi om het aloude vrijemarkt-denken te verbinden met een voor die tijd moderne visie op overheidsinterventie. Met het idee om de basisgedachte van een vrije markt te behouden als aantrekkelijk kapitalistisch alternatief tegenover het oprukkende communisme en fascisme.
Altijd goed om vrienden te hebben die meer lezen en onthouden dan ikzelf!
Je kunt echter aanvoeren, en dat is óók waar, dat de term neo-liberaal sinds de jaren '60 van betekenis is veranderd. En het inmiddels door de meeste gewone stervelingen wordt opgevat als een term die juist het accent op de rabiaat liberale kant legt. Gewoon: het nieuwe liberalisme eigenlijk.
Een andere vriend van mij is nerd van beroep. En jawel hoor, toen ik hem ooit schreef dat ik digibeet was, waren de rapen gaar. "Jaco, digibeet bestaat helemaal niet!" Ook dat is waar. Het is een raar woord, een mislukte samentrekking tussen digitaal en analfabeet. Het mist het voorvoegsel "an", of "a" waardoor het formeel niks betekent. In de praktjk echter weet iedereen wat er bedoeld wordt, en is het een woord dat daardoor zinvol kan worden gebruikt.
Ik ben dus gewoon digibeet. Misschien ook wel een beetje neo-liberaal in de oorspronkelijke betekenis met een sociaal en groen sausje. Terwijl ik dit nalees, heb ik last van een negatief onderbuikgevoel. Ik, neo-liberaal? Gatver! Terwijl ik het gewoon ben. Ik ben zeker voor het kapitalisme met afgeschaafde scherpe kantjes Wie niet behalve Kim Jung-on?
En digibeet. Als ik hier had geschreven dat ik a-digitaal ben, denkt u dat ik problemen heb met mijn kiezen, ergens rechtsboven achterin.
In dat mailtje gebruikte ik het "D" woord om mijn blijdschap te uiten dat hij mij voorstelde om ten behoeve van het updaten van onze website een programmaatje in elkaar te flatsen waarmee ik WYSIWYG aan het werk zou kunnen. Dat leek me geweldig, want hoewel ik motieven te over had/heb om zelf de updates uit te kunnen voeren, zag ik werkelijk enorm op tegen het mijzelf aanleren van html.codes. (Voor de échte digibeten onder u: What You See Is What You Get en html is de naam van een taal waarin nerds en computers met elkaar praten.)
Helaas is zijn voorstel in schoonheid gestorven, althans voorlopig bij Kloontje gaan wonen, zodat ik afgelopen dagen tóch mijzelf aan de html-handleiding voor dummies heb gewaagd.
En verdomd, zoals mijn webmaster ooit schreef: "It ain't rocket science!" Ofwel, het lukt. Ik kan teksten editten, plaatjes plakken, links opnemen en intussen een heleboel meer en die website blijft gewoon online beschikbaar. (Of alles staat in mijn cache, daar zal ik eens een vriendin een mailtje over sturen.)
Meer dan in het Land van Ooit, waan ik mij nu in Fabeltjesland Heerlijk!
Terug naar de website
Als het u interesseert, inmiddels ben ik bijgeschoold: De term is in 1938 gemunt op het Walter Lippman colloquium in Parijs door de Franse econoom Bernard Lavargne. De introductie van de term was bedoeld als een pleidooi om het aloude vrijemarkt-denken te verbinden met een voor die tijd moderne visie op overheidsinterventie. Met het idee om de basisgedachte van een vrije markt te behouden als aantrekkelijk kapitalistisch alternatief tegenover het oprukkende communisme en fascisme.
Altijd goed om vrienden te hebben die meer lezen en onthouden dan ikzelf!
Je kunt echter aanvoeren, en dat is óók waar, dat de term neo-liberaal sinds de jaren '60 van betekenis is veranderd. En het inmiddels door de meeste gewone stervelingen wordt opgevat als een term die juist het accent op de rabiaat liberale kant legt. Gewoon: het nieuwe liberalisme eigenlijk.
Een andere vriend van mij is nerd van beroep. En jawel hoor, toen ik hem ooit schreef dat ik digibeet was, waren de rapen gaar. "Jaco, digibeet bestaat helemaal niet!" Ook dat is waar. Het is een raar woord, een mislukte samentrekking tussen digitaal en analfabeet. Het mist het voorvoegsel "an", of "a" waardoor het formeel niks betekent. In de praktjk echter weet iedereen wat er bedoeld wordt, en is het een woord dat daardoor zinvol kan worden gebruikt.
Ik ben dus gewoon digibeet. Misschien ook wel een beetje neo-liberaal in de oorspronkelijke betekenis met een sociaal en groen sausje. Terwijl ik dit nalees, heb ik last van een negatief onderbuikgevoel. Ik, neo-liberaal? Gatver! Terwijl ik het gewoon ben. Ik ben zeker voor het kapitalisme met afgeschaafde scherpe kantjes Wie niet behalve Kim Jung-on?
En digibeet. Als ik hier had geschreven dat ik a-digitaal ben, denkt u dat ik problemen heb met mijn kiezen, ergens rechtsboven achterin.
In dat mailtje gebruikte ik het "D" woord om mijn blijdschap te uiten dat hij mij voorstelde om ten behoeve van het updaten van onze website een programmaatje in elkaar te flatsen waarmee ik WYSIWYG aan het werk zou kunnen. Dat leek me geweldig, want hoewel ik motieven te over had/heb om zelf de updates uit te kunnen voeren, zag ik werkelijk enorm op tegen het mijzelf aanleren van html.codes. (Voor de échte digibeten onder u: What You See Is What You Get en html is de naam van een taal waarin nerds en computers met elkaar praten.)
| Kloontje in het land van Ooit |
Helaas is zijn voorstel in schoonheid gestorven, althans voorlopig bij Kloontje gaan wonen, zodat ik afgelopen dagen tóch mijzelf aan de html-handleiding voor dummies heb gewaagd.
En verdomd, zoals mijn webmaster ooit schreef: "It ain't rocket science!" Ofwel, het lukt. Ik kan teksten editten, plaatjes plakken, links opnemen en intussen een heleboel meer en die website blijft gewoon online beschikbaar. (Of alles staat in mijn cache, daar zal ik eens een vriendin een mailtje over sturen.)
Meer dan in het Land van Ooit, waan ik mij nu in Fabeltjesland Heerlijk!
Terug naar de website
vrijdag 19 december 2014
Het droevige verhaal van het beertje Auberta
Als ik de krant, gasflessen of mijn zoon op moet halen, rijd ik noodgedwongen over een visotter-viaduct. Met subsidie van de Europese Unie zijn beneden in het meer ooit visotters geherïntroduceerd. Zonder verkeersexamen te hebben afgelegd, want die visotters werden doodgereden als ze zich van hun hol naar het meer begaven. Jammer.
Daarop werd een aanvullend subsidievoorstel ingediend voor de aanleg van het viaduct. Een paar ton verder was de blijdschap bij de natuurbeschermers dan ook groot dat in de speciale corridor, die toegang geeft tot dat viaduct, in de winter nà aanleg sporen in de verse sneeuw aantoonden dat het viaduct gebruikt werd. Weliswaar vindt nog steeds geregeld een otter zijn of haar einde onder de voortrazende autowielen, maar soms dus niet.
Over de zin en onzin -vandaag waren het gasflessen én de krant- nadenkend van natuurbescherming, moest ik aan het beertje Auberta denken. Wat ik nog haast vergeet: Die visotters leven van forellen. Door een combinatie van menselijke overbevissing én een kolonie blauwe reigers, die hier eigenlijk niet thuishoren, én een overwinterende kolonie aalscholvers, ook hun verschijnen is dubieus, én die paar visotters, raakt de forel op. Jaarlijks wordt het rantsoen van alle disgenoten daarom enige malen aangevuld met gekweekte, levende, forel. Die worden met tankwagens tegelijk in het meer gekieperd. Al met al een hoog dierentuin-gehalte, vind ik. Om over natuurlijk evenwicht niet te spreken.
Auberta werd vorige winter geboren in een aangrenzende vallei. Nadat zij met haar moeder uit de winterslaap was gekomen, heeft de moeder haar verstoten. Waarschijnlijk, we zullen het nooit weten. In ieder geval verscheen Auberta op zekere dag in het voorjaar in een moestuin van het dorpje Aubèrt. Daarom heet zij Auberta. Moederziel alleen. De plaatselijke boswachter werd verwittigd en nadat Auberta gevangen was, werd zij gedurende een paar weken iedere dag het bos in gebracht in de hoop dat haar moeder haar liefdevol zou opnemen. Wat niet gebeurde.
De beren in de Pyreneeën zijn nakomelingen van Kosovaraanse immigranten. Ook een herintroductieprogramma. Daarom is ieder beertje dat geboren wordt een succesje.
Ten einde raad werd daarom voor Auberta een soort kunstmoeder georganiseerd. Voor haar werd een stuk bos afgehekt en het voer werd haar verstrekt door middel van een ingenieuze sluis, zodat zij geen contact met mensen zou hebben. Het ging goed met Auberta (al mocht niemand haar bekijken) en aan het begin van de herfst was zij aan vrijlating toe. Je kunt je afvragen of een allenig opgroeiend berenjong de vaardigheden ontwikkelen kan die nodig zijn om zelfstandig te kunnen overleven, maar laat ik niet al te gereformeerd doen.
Nu wilden de deskundige begeleiders van het herintroductieprogramma haar graag kunnen volgen in de toekomst en daarom werd er bij Auberta een chip ingebouwd. Na de operatie zou zij nog twee weken in onzichtbare observatie blijven totdat het grote moment daar zou zijn.
En toen klom Auberta in een boom. Viel zij of sprong zij, het is gebeurd buiten het bereik van de webcams, uit die boom en bleef met haar nog verse operatiewond aan een takje of iets dergelijks haken. Ze haalde de wond open en bloedde, in de naar schatting drie uur dat zij niet op de beelden in de controlekamer te zien is geweest, dood.
Zo eindigt het droevige verhaal van het beertje Auberta.
Terug naar de website
Daarop werd een aanvullend subsidievoorstel ingediend voor de aanleg van het viaduct. Een paar ton verder was de blijdschap bij de natuurbeschermers dan ook groot dat in de speciale corridor, die toegang geeft tot dat viaduct, in de winter nà aanleg sporen in de verse sneeuw aantoonden dat het viaduct gebruikt werd. Weliswaar vindt nog steeds geregeld een otter zijn of haar einde onder de voortrazende autowielen, maar soms dus niet.
Over de zin en onzin -vandaag waren het gasflessen én de krant- nadenkend van natuurbescherming, moest ik aan het beertje Auberta denken. Wat ik nog haast vergeet: Die visotters leven van forellen. Door een combinatie van menselijke overbevissing én een kolonie blauwe reigers, die hier eigenlijk niet thuishoren, én een overwinterende kolonie aalscholvers, ook hun verschijnen is dubieus, én die paar visotters, raakt de forel op. Jaarlijks wordt het rantsoen van alle disgenoten daarom enige malen aangevuld met gekweekte, levende, forel. Die worden met tankwagens tegelijk in het meer gekieperd. Al met al een hoog dierentuin-gehalte, vind ik. Om over natuurlijk evenwicht niet te spreken.
Auberta werd vorige winter geboren in een aangrenzende vallei. Nadat zij met haar moeder uit de winterslaap was gekomen, heeft de moeder haar verstoten. Waarschijnlijk, we zullen het nooit weten. In ieder geval verscheen Auberta op zekere dag in het voorjaar in een moestuin van het dorpje Aubèrt. Daarom heet zij Auberta. Moederziel alleen. De plaatselijke boswachter werd verwittigd en nadat Auberta gevangen was, werd zij gedurende een paar weken iedere dag het bos in gebracht in de hoop dat haar moeder haar liefdevol zou opnemen. Wat niet gebeurde.
| Auberta, het is wel een snoezepoesje! |
De beren in de Pyreneeën zijn nakomelingen van Kosovaraanse immigranten. Ook een herintroductieprogramma. Daarom is ieder beertje dat geboren wordt een succesje.
Ten einde raad werd daarom voor Auberta een soort kunstmoeder georganiseerd. Voor haar werd een stuk bos afgehekt en het voer werd haar verstrekt door middel van een ingenieuze sluis, zodat zij geen contact met mensen zou hebben. Het ging goed met Auberta (al mocht niemand haar bekijken) en aan het begin van de herfst was zij aan vrijlating toe. Je kunt je afvragen of een allenig opgroeiend berenjong de vaardigheden ontwikkelen kan die nodig zijn om zelfstandig te kunnen overleven, maar laat ik niet al te gereformeerd doen.
Nu wilden de deskundige begeleiders van het herintroductieprogramma haar graag kunnen volgen in de toekomst en daarom werd er bij Auberta een chip ingebouwd. Na de operatie zou zij nog twee weken in onzichtbare observatie blijven totdat het grote moment daar zou zijn.
En toen klom Auberta in een boom. Viel zij of sprong zij, het is gebeurd buiten het bereik van de webcams, uit die boom en bleef met haar nog verse operatiewond aan een takje of iets dergelijks haken. Ze haalde de wond open en bloedde, in de naar schatting drie uur dat zij niet op de beelden in de controlekamer te zien is geweest, dood.
Zo eindigt het droevige verhaal van het beertje Auberta.
Terug naar de website
Abonneren op:
Posts (Atom)
