zaterdag 20 december 2014

Webupdates in het land van ooit

Een vriend van mij is sociaal wetenschapper. Toen ik eens het woord neo-liberaal in een mail gebruikte om het vigerende gedachtengoed van een bepaalde stroming in het huidige tijdsgewricht te karakteriseren, kreeg ik onmiddellijk een reprimande. Of ik wel wist wat neo-liberaal betekende en wanneer of dat het ontstaan was? Nee, dat wist ik niet.
Als het u interesseert, inmiddels ben ik bijgeschoold: De term is in 1938 gemunt op het Walter Lippman colloquium in Parijs door de Franse econoom Bernard Lavargne. De introductie van de term was bedoeld als een pleidooi om het aloude vrijemarkt-denken te verbinden met een voor die tijd moderne visie op overheidsinterventie. Met het idee om de basisgedachte van een vrije markt te behouden als aantrekkelijk kapitalistisch alternatief tegenover het oprukkende communisme en fascisme.

Altijd goed om vrienden te hebben die meer lezen en onthouden dan ikzelf!

Je kunt echter aanvoeren, en dat is óók waar, dat de term neo-liberaal sinds de jaren '60 van betekenis is veranderd. En het inmiddels door de meeste gewone stervelingen wordt opgevat als een term die juist het accent op de rabiaat liberale kant legt. Gewoon: het nieuwe liberalisme eigenlijk.

Een andere vriend van mij is nerd van beroep. En jawel hoor, toen ik hem ooit schreef dat ik digibeet was, waren de rapen gaar. "Jaco, digibeet bestaat helemaal niet!" Ook dat is waar. Het is een raar woord, een mislukte samentrekking tussen digitaal en analfabeet. Het mist het voorvoegsel "an", of "a" waardoor het formeel niks betekent. In de praktjk echter weet iedereen wat er bedoeld wordt, en is het een woord dat daardoor zinvol kan worden gebruikt.

Ik ben dus gewoon digibeet. Misschien ook wel een beetje neo-liberaal in de oorspronkelijke betekenis met een sociaal en groen sausje. Terwijl ik dit nalees, heb ik last van een negatief onderbuikgevoel. Ik, neo-liberaal? Gatver! Terwijl ik het gewoon ben. Ik ben zeker voor het kapitalisme met afgeschaafde scherpe kantjes  Wie niet behalve Kim Jung-on?
En digibeet. Als ik hier had geschreven dat ik a-digitaal ben, denkt u dat ik problemen heb met mijn kiezen, ergens rechtsboven achterin.

In dat mailtje gebruikte ik het "D" woord om mijn blijdschap te uiten dat hij mij voorstelde om ten behoeve van het updaten van onze website een programmaatje in elkaar te flatsen waarmee ik WYSIWYG aan het werk zou kunnen. Dat leek me geweldig, want hoewel ik motieven te over had/heb om zelf de updates uit te kunnen voeren, zag ik werkelijk enorm op tegen het mijzelf aanleren van html.codes. (Voor de échte digibeten onder u: What You See Is What You Get en html is de naam van een taal waarin nerds en computers met elkaar praten.)

Kloontje in het land van Ooit

Helaas is zijn voorstel in schoonheid gestorven, althans voorlopig bij Kloontje gaan wonen, zodat ik afgelopen dagen tóch mijzelf aan de html-handleiding voor dummies heb gewaagd.

En verdomd, zoals mijn webmaster ooit schreef: "It ain't rocket science!" Ofwel, het lukt. Ik kan teksten editten, plaatjes plakken, links opnemen en intussen een heleboel meer en die website blijft gewoon online beschikbaar. (Of alles staat in mijn cache, daar zal ik eens een vriendin een mailtje over sturen.)

Meer dan in het Land van Ooit, waan ik mij nu in Fabeltjesland Heerlijk!

Terug naar de website

vrijdag 19 december 2014

Het droevige verhaal van het beertje Auberta

Als ik de krant, gasflessen of mijn zoon op moet halen, rijd ik noodgedwongen over een visotter-viaduct. Met subsidie van de Europese Unie zijn beneden in het meer ooit visotters geherïntroduceerd. Zonder verkeersexamen te hebben afgelegd, want die visotters werden doodgereden als ze zich van hun hol naar het meer begaven. Jammer.

Daarop werd een aanvullend subsidievoorstel ingediend voor de aanleg van het viaduct. Een paar ton verder was de blijdschap bij de natuurbeschermers dan ook groot dat in de speciale corridor, die toegang geeft tot dat viaduct, in de winter nà aanleg sporen in de verse sneeuw aantoonden dat het viaduct gebruikt werd. Weliswaar vindt nog steeds geregeld een otter zijn of haar einde onder de voortrazende autowielen, maar soms dus niet.

Over de zin en onzin -vandaag waren het gasflessen én de krant- nadenkend van natuurbescherming, moest ik aan het beertje Auberta denken. Wat ik nog haast vergeet: Die visotters leven van forellen. Door een combinatie van menselijke overbevissing én een kolonie blauwe reigers, die hier eigenlijk niet thuishoren, én een overwinterende kolonie aalscholvers, ook hun verschijnen is dubieus, én die paar visotters, raakt de forel op. Jaarlijks wordt het rantsoen van alle disgenoten daarom enige malen aangevuld met gekweekte, levende, forel. Die worden met tankwagens tegelijk in het meer gekieperd. Al met al een hoog dierentuin-gehalte, vind ik. Om over natuurlijk evenwicht niet te spreken.

Auberta werd vorige winter geboren in een aangrenzende vallei. Nadat zij met haar moeder uit de winterslaap was gekomen, heeft de moeder haar verstoten. Waarschijnlijk, we zullen het nooit weten. In ieder geval verscheen Auberta op zekere dag in het voorjaar in een moestuin van het dorpje Aubèrt. Daarom heet zij Auberta. Moederziel alleen. De plaatselijke boswachter werd verwittigd en nadat Auberta gevangen was, werd zij gedurende een paar weken iedere dag het bos in gebracht in de hoop dat haar moeder haar liefdevol zou opnemen. Wat niet gebeurde.
Auberta, het is wel een snoezepoesje!


De beren in de Pyreneeën zijn nakomelingen van Kosovaraanse immigranten. Ook een herintroductieprogramma. Daarom is ieder beertje dat geboren wordt een succesje.
Ten einde raad werd daarom voor Auberta een soort kunstmoeder georganiseerd. Voor haar werd een stuk bos afgehekt en het voer werd haar verstrekt door middel van een ingenieuze sluis, zodat zij geen contact met mensen zou hebben. Het ging goed met Auberta (al mocht niemand haar bekijken) en aan het begin van de herfst was zij aan vrijlating toe. Je kunt je afvragen of een allenig opgroeiend berenjong de vaardigheden ontwikkelen kan die nodig zijn om zelfstandig te kunnen overleven, maar laat ik niet al te gereformeerd doen. 

Nu wilden de deskundige begeleiders van het herintroductieprogramma haar graag kunnen volgen in de toekomst en daarom werd er bij Auberta een chip ingebouwd. Na de operatie zou zij nog twee weken in onzichtbare observatie blijven totdat het grote moment daar zou zijn.

En toen klom Auberta in een boom. Viel zij of sprong zij, het is gebeurd buiten het bereik van de webcams, uit die boom en bleef met haar nog verse operatiewond aan een takje of iets dergelijks haken. Ze haalde de wond open en bloedde, in de naar schatting drie uur dat zij niet op de beelden in de controlekamer te zien is geweest, dood.

Zo eindigt het droevige verhaal van het beertje Auberta.

Terug naar de website

dinsdag 16 december 2014

Vrijwilligerswerk

Toen wij ons destijds, nu 20 jaar geleden, hier vestigden, betekende dat volgens een deel van het dorp een grote stap voorwaarts. Jong waren we nog. Sterk ook wel. Bovendien vestigde zich direct na ons een ander stel van vergelijkbare leeftijd.

De zich al meer dan een eeuw voltrekkende ontvolking en vergrijzing (rond de 70 inwoners midden 19e eeuw tot 11 personen in 1994 met een gemiddelde leeftijd van bijna 70 jaar) leek te worden gekeerd.
Tussen juli en november 1994 daalde de gemiddelde leeftijd met 10 jaar en nam de bevolking toe met 37%! Bovendien kregen beide jonggevestigde gezinnen samen al snel niet minder dan 6 kinderen en vielen  er aan de bovenkant van de bevolkingspyramide een paar af, vestigden zich nog meer jonge mensen, zodat in het jaar 2004 de bevolking uit niet minder dan 25 personen bestond met een gemiddelde leeftijd van 33 jaar. Meer dan 100% groei en een ruime halvering van de gemiddelde leeftijd.

Dat was meer dan de sociale cohesie op kon vangen. Nog eens verergerd door het opknappen van een stuk of wat huizen voor vakantiewoning in dezelfde periode. Dat is weer een ander onderwerp.

Vrij snel na de vestiging van de pioniers werd het traditionele dorpsfeest weer georganiseerd en werd het treball comu (werken voor de gemeenschap) in ere hersteld. Met die oudjes ging het samenwerken wat minder, dus Sergi en ik moesten er al snel aan geloven. 
Nooit zal ik vergeten hoe wij na een paar jaar stenen sjouwen onze inwijdingsrite ondergingen. Op een middag werden we meegevoerd naar de dorpsbronnen om deze te reinigen, maar vooral om te ontdekken waar ze waren. De locaties van de bronnen waren min of meer geheim. Er zou eens een kwaadwillende vreemdeling gif in het water kunnen gooien! Dat verzin ik niet, het was werkelijk een argument. Jaren later heb ik mijn eigen jongens (Suus was het huis al uit) deelgenoot gemaakt. Grappend zei ik tegen hen dat er met hen erbij maar 5 mannen in de wereld zijn die weten waar de 5 heilige bronnen zich bevinden, dus dat zij het goed moeten onthouden en aan hun kinderen doorgeven.......

Treball comu was vanouds het gebruik -wellicht op instigatie van de adel of de kerk, al was er vroeger in Catalonië een informeel bestuurssysteem waar alle mannelijke huishoofden een rol in speelden- om met name infrastructurele werken uit te voeren die boven het individuele belang uitstegen. Het onderhouden van de paden naar de akkers en weidegronden of naar het volgende dorp. Deze werkdagen waren verplicht. Naarmate de overheid een grotere rol in de maatschappij krijgt, neemt de noodzaak hiervan uiteraard af. "Daarom betalen we toch belasting" en dat soort argumenten, waarmee de verplichting die vroeger een uitweg uit het prisoners-dilemma bood, wordt ontlopen. 

Inmiddels zijn we weer 10 jaar verder. De bevolking is afgenomen tot 14 zielen en de gemiddelde leeftijd gestegen tot 47. De Spaanse overheid is nagenoeg failliet, dus de gemeente probeert op alle mogelijke manieren te bezuinigen.

Het treball comu lijkt, ondanks meerdere min of meer mislukte pogingen van mij om daar contuniëteit in te bewerkstelligen, weer terug waar het in 1994 was. Minstens licht comateus.

Daarom doe ik het de laatste jaren grotendeels alleen. Weliswaar probeert de burgemeester (uit het hoofddorp van de gemeente is dat) mij voorzover de gemeentekas het toelaat voor dingen te betalen, maar...........

Onderstaande foto heb ik gemaakt om mijn dorpelingen (en tweedehuisjes eigenaren) te laten zien wat ik gedaan heb aan het dak van de kerk. Leien vervangen en het mechanisme van de klokken gerepareerd.



Stiekem hoop ik dat ik hen kan motiveren om een aantal van mijn andere treball comu bezigheden minstens gedeeltelijk van mij over te nemen.

Soms denk ik namelijk, als ik bijvoorbeeld het kerkhof aan het maaien ben: Pffffft, mijn ouders liggen hier niet begraven.

Terug naar de website

woensdag 10 december 2014

Gier in strop

oorspronkelijk gepubliceerd april 2004


Het is hier in het winterhalfjaar toch altijd erg leuk met dieren.

Vorige week zag ik naast de weg naar het volgende dorp een hele troep vale gieren planeren boven een plek waar een paar weken eerder een wild zwijn in een strop had gelegen (en ook was opgegeten). We zagen op de plek van de strop ook iets bewegen. Vlug naar huis, fototoestel ophalen en op weg naar de strop. Daar bleek weer een nieuw wild zwijn in te hebben gezeten, maar de kop was er inmiddels vanaf (waarschijnlijk de boer die de kop aan een opzetter had verpatst).

Door het verwijderen van de kop lag de strop weer vrij, en daar had een gier zíjn kop weer doorgestoken. En nu zat de gier dus vast.

Wij -mijn opperman Lluis, die mij helpt met de verbouwing van het huis in het volgende dorp, en ik- hebben toen de bos touwtjes, waarmee de strop aan de boom vastzat, doorgesneden met een steen. De gier ondertussen op een goeie meter zenuwachtig vleugelslaand en opspringend.
Eenmaal touw door, wat te doen? Het idee om een aasetend, groot (snavel en poten) beest te benaderen en eens rustig proberen de strop los te maken sprak mij niet erg aan. Al was het maar omdat zijn snavel en klauwen nog dropen van de resten rottend zwijn.

Dus losgelaten, waarop gier, met zo’n twee meter vanaf zijn nek bungelend staaldraad, wegvloog. We waren hem snel kwijt. Niet zeker of het de gier echt gelukt was hoogte te winnen of een stukje verder een noodlanding had gemaakt?

Na die tijd ook geen gier met touwtje meer over zien vliegen. Spannend was het wel.

Voortschrijdend inzicht: Jaren later reageerde een "echte" vogelaar aldus: "Da's makkelijk: Een zak over zijn kop en hij blijft rustig zitten. Vast waar. Alleen had ik even geen zwarte vuilniszak in mijn achterzak.


Terug naar de website

maandag 8 december 2014

Aardbeving

Kom thuis na een weekend hard werken. Om het buitenpiste skiën van de jongens een beetje te volgen, kijk ik bij de afdeling lawinegevaar op de meteo-site. Zoals dat vaker gaat, valt mijn oog op andere dingen. Aardbevingen, houden ze ook bij bij de meteo.
Klik en kijk, waarbij mijn oog valt op een PDF van een aardbeving die in het nieuws is. Dat was vandaag om half één vanmiddag. In onze regio nog wel. Klik en download.
Hieronder is te zien wat ik zag. Aardbeving, faktor 2.8 op een diepte van 0 km. Dat was dus ongeveer onder ons huis. Bij navraag blijkt Franka hem te hebben gevoeld, de deuren klapperden, dus ze dacht dat er een paar forse windstoten waren.

Aardbeving op 7 december 2014

Het kan altijd nog gekker. Een jaar of wat geleden was er ook een aardbeving. Daarvan stond destijds in de krant dat het epicentrum in het stuwmeer hier beneden was . Sinds de ontdekking van de meteo kan ik dat nakijken, wat ik ook onmiddellijk gedaan heb. Wat blijkt, de krant vond het destijds wel handig om een meer dat een redelijke bekendheid heeft te noemen. Maar die aardbeving was dus echt rechtstreeks onder ons huis. Laat het 100m schelen. Ook die voelden we destijds, een 3.0.
Epicentrum 2007
De leukste echter was weer een paar jaar eerder. Onze eerste bewuste. Die was behoorlijk goed voelbaar in de regio en leidde dan ook tot commentaren op het schoolplein en in de supermarkt. Een bevriende vader had tegen zijn zoon in de puberleeftijd gezegd: "Hou toch eens op steeds  tegen die tafel aan te duwen!"

Bij de daaropvolgende naschok werd zoonlief met een draai om zijn oren bediend, hoewel hij stug bleef volhouden onschuldig te zijn.

Oppassen met aardbevingen, zeker als je een kind bent met traditionele ouders.

Terug naar de website


donderdag 27 november 2014

Smak

Oorspronkelijk gepubliceerd 09/12/2004

De uitdrukking:"hij/zij zie het leven als een film aan zich voorbijtrekken" of woorden van gelijke strekking, kan natuurlijk niet ouder zijn dan voornoemd verschijnsel. Het is derhalve de vraag of een opeenvolging van beelden, inclusief vertragingen, in- en uitzoomen, door de hersenen worden geproduceerd als aangeleerd proces of niet. Van de werking van de hersenen weet ik niks, maar gisteren had ik wel film. 

Ik viel namelijk. Iedereen valt weleens. Ik waarschijnlijk iets vaker dan de meeste iedereen, maar zoals gisteren was ik nog nooit eerder gevallen. Ná mijn val moest ik regelmatig denken aan een andere uitdrukking, en wel deze: "hij voelde de grond onder zijn voeten wegzinken (of zakken)". De uitdrukking  lijkt mij  te zijn ontstaan in de moerassige delta van de Rijn en aanpalende stromen. Ik kan u echter verzekeren dat het voor bergachtige streken de moeite zou lonen een adequate vertaling te maken. 

Eén van mijn buren wilde een stuk dak van een in verval geraakte schuur renoveren en had daartoe mijn hulp ingeroepen. Ter vervanging van verrotte dakbalken lieten wij ons oog vallen op oude palen van de PTT die al jaren niet meer worden gebruikt en slechts dienen ter horizonvervuiling. De palen zijn ooit voor de eeuwigheid met gif behandeld en verkeren in goede staat. 

Onze vierde paal stond scheef. Desondanks stond  de verankeringsdraad strak (in de richting van de scheefstand). Dit had mij aan het denken kunnen (en moeten) zetten. Dat gebeurde echter pas achteraf. Van dat denken bedoel ik. Bij het doorknippen van de eerste draad leek de tweede nog ietsje strakker te trekken. Vreemd, dacht ik, oppassen dat er straks niks in mijn gezicht zwiept. Ik wendde mijn hoofd af en knipte opnieuw.

De PTT heeft bij de aanleg van de bovenleiding naar ons dorp de weg zo'n beetje gevolgd. De weg loopt voor een deel door een kloof. Met behulp van dynamiet en het bouwen van muren is de weg destijds aangelegd. Beneden in de kloof kun je 's zomers canyonningen. De spandraden van de telefoonpalen gaan natuurlijk niet naar de weg, maar opzij, naar de vangrail, als er helemaal niks is, of zover naar beneden als de terreinomstandigheden dit toelaten. Mijn spandraad was ongeveer drie meter beneden het wegdek vastgemaakt aan een rotsblok. 

¡Knip!

Het rotsblok verkreeg  eindelijk de vrijheid waarnaar het al zo lang verlangde. Gekluisterd als het al die jaren aan de telefoonpaal was geweest met twee stomme ijzerdraadjes. Met een tevreden gevoel deed het dat wat zijn vriend de zwaartekracht hem steeds toefluisterde. ¡Kom! ¡Kom met mij mee! ¡Beneden zul je gelukkig zijn!
Tegen en bovenop dit rotsblok leunden, stonden, lagen of zaten ongeveer één kubieke meter stenen, aarde & gruis. En bovenop die kubieke meter een mens. Dat was ik. 

In tekenfilms blijft de held in zulke gevallen nogal eens hangen aan een boomtak onderweg. Het is niet overdreven om te zeggen dat ik wanhopig graaiend probeerde het stammetje  van een struikvormige steeneik te pakken. Ik weet niet of ik hem even heb vastgehad en met mijn ene hand mijn neerstortende lichaam niet kon stoppen of dat ik gewoon miste, maar als Superman ben ik niet geboren. 

¡Kut!

Banaal maar waar, ik dacht het. En ook dat ruggelings vallen in ieder geval niks oplevert -je wordt zo merkwaardig helder op zo`n moment- en ik mijzelf moest draaien. Ondertussen zag ik boven, onder en naast mij stukken berg, puin, gruis en stof met mij naar beneden komen. Door de steeneiken -die hun blad in de winter vasthouden- was het zicht op wat zich onder mij bevond mij ontnomen. Daardoor wist ik niet hoeveel meter val mij te wachten stond. Het zouden er véél meer dan tien kunnen zijn, bedacht ik mij.

¡Yes!

Ook zoiets dacht ik echt, want ik zag dat mijn baan al binnen vier, vijf meter (tijdelijk?) op de grond zou eindigen en dat ik nogeens drie meter lager een (steil) stuk grasland tegemoet ging. Gek, maar ik dacht: schrammen, pleisters, kneuzingen en hooguit wat breuken. Dat wordt het. 

En dat werd het. Hardhandig contact met de grond, nog een soort salto toe en ik lag in het weiland. Groggy, met een bloedende hoofdwond, wat kneuzingen en schaafwonden.
De alternatieve scenario's zal ik u onthouden, want ik krijg zelf al buikpijn als ik eraan denk.

Naschrift 2014: Dit was 10 jaar terug. De reden dat ik het verhaaltje nu opnieuw plaats, is dat ik recent mijn profielfoto heb aangepast. Die is van vorig jaar, toen er een klein stukje verder dan waar voornoemde gebeurtenis plaatsvond een stukje weg zoekgeraakt was. Ik hang daar -gezekerd!- boven die afgrond waar ik 10 jaar geleden nét niet was. 

Terug naar de website

donderdag 20 november 2014

Lantaarnpaal

Vanmiddag werd ik gebeld. De tutor (schoolbegeleider) van Joep aan de lijn. Of ik het wel wist? Wat wist? Nou dat Joep zich had misdragen op school en twee dagen gedwongen vrijaf kreeg. Nee, dat wist ik niet, antwoordde ik naar waarheid. Had Joep thuis niks verteld? Dat kon ik ook niet met stelligheid bevestigen. Aan mij niet in ieder geval. Misschien aan Franka?

Voor de draad ermee, zei de tutor, dan vertel ik het wel. Joep had tijdens de pauze een bal die op het dak terecht was gekomen gered. Daarna was hij (vanaf 6m) naar een belendende lantaarnpaal gesprongen en als een 21e eeuwse Batman (of Robin) afgedaald naar het plein.

Net zoals Bruce Wayne in de jaren '60. Als vanzelf omgekleed, de Batmobile in de stop/go stand gereed om uit te rukken. Mijn ultieme kinderdroom. Voor de rest vond ik de serie vooral onwaarschijnlijk. Het verwachtingsvolle moment vergoedde echter alles.

 



Het zou kunnen dat Joep via een versnelde genetische aanpassing mijn fascinatie voor Batman's glijpaal heeft overgenomen, maar zijn tutor vertelde me dat dit een gevaarlijke actie was geweest en dat een collega hem had waargenomen en een "gele kaart" had uitgedeeld. Gele kaart betekent twee dagen gedwongen verzuim. De tutor vertelde ook, en dat vond ik het aardigste aan het verhaal, dat hij het zelf als een buitenproportionele straf beschouwde. En zich eigenlijk vooral zorgen maakte dat het Joep zou demotiveren.
De reden dat ík dat zo'n aardige bekentenis vond, was dat Spaanse leerkrachten (in onze ervaring, de goede niet te na gesproken natuurlijk) nogal eens de neiging hebben om zich met hun hakken in het zand op hun streepjes vast te zetten. Hij had de gele kaart-trekker weliswaar niet kunnen vermurwen, maar wilde evenmin suggereren dat het een breed gedragen besluit was. 

Een droevig voorbeeld herinner ik me toen Joep op 7-jarige leeftijd op een vraag van zijn leerkracht aan de klas hoe je proeft, antwoordde dat dit vooral via de neus gebeurt. De mevrouw in kwestie repliceerde dat normale mensen hun eten via de mond tot zich nemen, maar dat dat bij Joep kennelijk via de neus gebeurde. De klas lachte luid en Joep kwam huilend thuis. 
Wat doe je dan, als ouder? Franka en ik zeggen dan dat de leerkracht niet goed bij haar hoofd is. En dat de mondholte, de tong meer precies, onderscheid maakt tussen zuur, zoet, bitter en zout, maar dat de rest van de smaakbeleving toch werkelijk via het reukorgaan verloopt. Waarom stoppen wijnproevers hun neus in het glas, tenslotte?
Dit inzicht is voorzover ik weet tot de dag van vandaag aan die mevrouw voorbijgegaan.
(Bij de spellingcontrôle een paar dagen na het opschrijven van deze alinea, checkte ik even via WIKI mijn verhaal over de basissmaken. Blijkt dat aan mij is voorbijgegaan dat we tegenwoordig 5 basissmaken onderscheiden op de tong. Naast de vier genoemde nog "umami", een smaak die in 1908 in Japan is ontdekt.........
Gelukkig zie ik op de Engelstalige WIKI dat pas rond 1985 "umami" officiëel is toegelaten als smaak. Zoiets als Pluto, maar dan andersom. In 1985 was ik al van school af, een hele opluchting! Bovendien, ik heb werkelijk nog nooit iemand horen zeggen: "Goh, dat smaakt wel erg umami!", fascinerend.)

Dat wij die mevrouw diskwalificeerden, had een achtergrond. Zij had ons een paar jaar eerder gewaarschuwd: "Uw kind -de oudste was dat, eveneens 7 jaar oud op dat moment- is een erg goede leerlinge! Het zou zomaar kunnen dat zij binnen een paar jaar u beiden passeert wat betreft intellectuele capaciteiten." 
Wij keken elkaar met opgetrokken wenkbrauwen aan???? Nee, dat was niet onze grootste zorg. Al is passeren de droom van alle ouders, maar negen jaar is wel een beetje vlot. Waarbij je je dan weer kunt afvragen of die ouders wel écht gepasseerd willen worden, of toch vooral een bevestiging van hun eigen uitmuntende capaciteiten terug willen zien. Een aardig thema voor een borrelpraatje.

Meer dan een bijzondere vorm van genetica denk ik dat Joep's actie was ingegeven door een combinatie van stoer doen en durf ik dat. Een niet zo rare emotie voor een post-puber. Een mens eigenlijk. Zelf zou ik het ook weleens willen proberen.

Het eind van het liedje is dat Franka, waaraan Joep het gisteravond wel bleek te hebben verteld, maar zij vond het evenmin interessant genoeg om direct mij te informeren, als antwoord had gegeven: "Heb jij geluk, kan je lekker twee dagen extra skiën." En deze boodschap is inmiddels aan de tutor overgebracht.

Lantaarnpalen en onze familie. Het is een turbulente geschiedenis. Mijn vader is er ooit voor in de gevangenis beland, mijn neef heeft er een levenslange lichte handicap door opgelopen. Dat zijn weer andere verhalen, maar de door Joep ervaren aantrekkingskracht is misschien tóch een genetisch dingetje.

Terug naar de website