dinsdag 25 februari 2014

Het failliet van de berg of de eerste wet van de thermodynamica

Die berg die komt er

De afgelopen week heb ik mij gestort op  DE BERG De berg die de journalist Thijs Zonneveld een paar jaar geleden in Nederland op de kaart heeft gezet. Een plan om ergens in Nederland een berg te maken. Skiën, fietsen en schaatsen op hoogte in eigen land. Hoeven de Nederlanders niet meer massaal op de Duitse en Franse snelwegen voor staus en embouteillages te zorgen in de Kerst,- en Voorjaarsvakantie. Het Alp d'HuZes kankercarnaval (2012: 8000 deelnemers, dat zijn toch gauw 4000 auto's x 2500 km x 8lit/100 km = 8000.000 lit. brandstof x 2,500 g/l = 2.0 miljard gram CO2. Ik kan het ook niet helpen, CO2 gaat in grammen, dan klinkt het niet zo erg bij uw autoverbruik. En in (mega)tonnen bij het totaal, dan klinkt het niet zo erg op wereldschaal) kan gewoon vanaf de Dam vertrekken. Kunnen we in één moeite door de boekhouding van die Stichting in de gaten houden, scheelt een hoop ergernis en CO2 (computer, tv).

De Salm en de rechter

Nu is het auteursrecht van die berg een rechtszaak waard. Reeds in 1988 bedachten wij met een aantal vrienden het concept. Wij waren een weekendje aan het kanoën in de Ardennen en bespraken tijdens een pauze, gezeten aan de oever van de Salm -waar wij inderdaad de laatste vis van die naam nooit gezien hebben- gekoesterd door herfstzwakke zonnestralen, de impact van onze hobby op het milieu. Tegenwoordig zou je het over de ecologische voetafdruk hebben, maar dát begrip is toen niet door ons geijkt. Wij behielpen ons met milieupunten, een voorloper van de CO2-emissies in feite. Hoe het verder zij, die rechtszaak komt er niet. Het kan mij niet heel veel schelen of dat ding "Sonneberg" heet of "Vannoortmountain" of "Mannenkanoclubbult". Het gaat mij er om of het de moeite is om zo'n berg in Nederland te bouwen vanuit het standpunt van duurzaamheid.

De sponsors en de ingenieurs

Je kunt weinig op de vroege implementatie van Thijs' inititatief aanmerken. Binnen geen tijd had hij een website online en minstens 45 sponsors bij elkaar geharkt, waaronder niet de minsten. Philips, de crême de la crême van de Nederlandse consultancy-wereld, advocaten, boekhouders en maatschappelijke organisaties. Als iedere sponsor één arbeidskracht zou afstaan (er moet toch bij Philips wel één persoon werken die het niet superdruk heeft?) heb je een taskforce van 50 personen. Dan heb je wat, denk je.

Het Rapport van Bartels

Eén van de sponsors, ingenieursbureau Bartels, heeft begin februari 2012 een rapport gepubliceerd over de berg. Het doel van dit rapport was een soort plan-identificatie. Grote vragen, grote lijnen, om daarna in de loop van 2012 een serieus haalbaarheidsonderzoek te gaan uitvoeren. Daarvoor had ISG-innotiv, een detacheringsbureau in onder andere de energiewereld, gedurende 2012 een heuse projectleider gegarandeerd.
Het rapport van Bartels is op een persconferentie in Bergen -uitzicht op de bouwlokatie!- met vrij veel reuring gepubliceerd. De belangrijkste conclusies: "Ja, het kan, een berg bouwen en het kost heel veel geld en energie" haalden de landelijke pers en daarna werd het een beetje stil.
Het rapport werd geschreven door een aantal promovendi in de wiskunde, begeleid door een beginnende materiaalkundige van Bartels in het kader van het project: "Studiegroep Wiskunde met de Industrie (SWI). Dat het wiskundigen betrof en niet gewoon bodemkundigen, waterbouwkundigen, bouwkundigen en/of economen is te lezen ook.

Een goed rapport?

Ik heb mij serieus in dat rapport verdiept, dingen nagerekend, fouten (veel!) eruit gehaald en ik kan verzekeren dat het een drama is. Onder mijn naam wil ik het niet in de bibliotheek. Zelfs niet op het net. Bartels wel, want het is te downloaden op hun website. Leuk, beetje duurzaame uitstraling, en niemand leest het toch zullen ze gedacht hebben. Waarschijnlijk hebben ze het zelf ook niet gelezen. Hoewel ik eerst dacht dat ik dat rapport moest afschieten om het inititatief van DE BERG een duwtje in de rug te geven, ben ik inmiddels tot de conlusie gekomen dat dat helemaal niet hoeft. Daarover later meer.

ISG innotiv: projectleider?

Van die feasibility-studie die in 2012 zou worden opgestart, wordt niets meer vernomen. Het  concept van het bouwen van een berg wordt door ISG-innotiv anno 2014 gebruikt voor training. Als thema voor multi-disciplinair werken, met aansprekende slogan en al:

Een berg creëren. De overtreffende trap van bergen verzetten

Project Basecamp - Prototyping the Dutch Mountain

 9 jan.
Vandaag bij onderwijscongres hogeschool Utrecht. Oa met workshop bergbedenken!

Op de website van ISG zijn ook nog onder andere, bedrijfsgerichte, trainingen te vinden, maar die linken naar niks. Dus dat is humbug. [ Even tussendoor, ik kan het niet laten: Denk om te beginnen eens goed na over die leus! Wat staat daar eigenlijk?]

2012/14: Cartoon

ISG vergelijkt het proces van het bouwen van een berg ergens met het beklimmen van een berg. Vandaar dat ze hun traininkjes "Project Basecamp" hebben genoemd. Vanuit het Basecamp richt je Camp 1 in, je gaat weer terug naar beneden, rust uit, denkt na en bereidt het inrichten van Camp 2 voor. Enzovoorts. Opnieuw een leuke metafoor, maar in de praktijk hebben de aktiviteiten van de Stichting "diebergdiekomter" tussen februari 2012 en februari 2014 tot niet meer geleid dan het deelnemen aan een sustainable-congres in Oostenrijk waar door hen een workshop werd gegeven die als resultaat heeft opgeleverd dat twee Tsjechische(?) kunstenaars een cartoon hebben getekend:

creativeworkshop_cartoon

Hartstikke schattig, maar ik vind het als output van de full-time door ISG beschikbare gestelde project-manager aan de magere kant voor een jaar werk.

De Wet van behoud van Energie

Een enigszins ambigu gevoel heeft mij overmeesterd. Gisteren heb ik bedacht waarom die berg -vanuit het oogpunt van duurzaamheid dan toch- onzin is. En daarmee heb ik een 25 jaar lang in mjn half-onderbewuste verborgen, maar zeker gekoesterde, droom richting het crematorium gestuurd (ééntje met gecontroleerde as-strooiing, het moet wel duurzaam blijven).
Zo'n berg, iedereen roept het, en het was in '88 tenslotte ook onze trigger, moet wel duurzaam zijn natuurlijk. Als uitgangspunt neem ik voorlopig 100% energieneutraal. Niet zo vreemd, want de totale Nederlandse (en wereld) energievoorziening moet volgens allerlei politieke letters of intent en andere afspraken naar 100% (CO2) neutraal. Met andere duurzame uitganspunten als "cradle to cradle" enz. kun je het sowieso schudden. Dan moet je die berg weer gaan slopen voordat ie goed en wel klaar is, dus daar heb ik het niet over. Mijn model is gebaseerd op de eerste wet van de thermodynamica, de Wet van behoud van Energie.

Model van energie-neutraliteit: de uitgangspunten

1) Een berg neemt ruimte in beslag.
Als we geen berg bouwen, maar hetzelfd grondoppervlak helemaal vol stouwen met duurzame energieopwekkers (windmolens, zonnepanelen, wat u wilt) verliezen we maar weinig. Het grondoppervlakte van een berg is weliswaar wat groter (afhankelijk van de hellingshoek) maar de duurzame energie die er op komt, neemt niet evenredig toe met de oppervlakte! De zon schijnt per m2 aardoppervlakte in de horizontale snede tenslotte. De wind waait hogerop wel iets steviger, maar afgezien van technische problemen met hogere windsnelheden willen we een berg waar we iets op gaan bouwen: wegen, skipistes, een schaatsbaan, een kanoparcours enz. De winst van de toegenomen windsnelheid lijkt me daarom op zijn best verwaarloosbaar en zal vermoedelijk gewoon negatief zijn bij een ingerichte berg.

2) Waterkracht: het plan Lievense revisited
Een berg kan waterreservoirs bevatten -weer ruimtebeslag- die zouden kunnen dienen om de pieken en dalen van het electriciteitsverbruik,- en de (duurzame) opwekking te modereren. Een toepassing die in bergachtige landen (Noorwegen. Zwitserland, Spanje en ook het VK) al lang met succes wordt ingezet. In Nederland is er al jaren discussie over het plan Lievense (en varianten). Geen slecht plan, maar moet je daarvoor eerst een berg aanleggen of kun je beter aan Zwitserland ofzo vragen of wij, op onze kosten én tegen vergoeding uiteraard, niet een meertje in de bij hun al bestaande bergen kunnen gebruiken. Zo doen wij dat indirect al met Noorwegen tenslotte. Hoe groot is Europa nou helemaal? Gedoe over nationale souvereiniteit ga ik aan voorbij, dat is bewust. Al acht ik de kans niet erg groot dat Zwitserland middels een nieuw referendum zal besluiten om stuwmeren te gaan uitwijzen.
Op een berg valt ook neerslag. De energie die vrijkomt bij het verzamelen van dat water in een stuwmeer om er daarna energie mee op te wekken is pure winst. Ook daar kom ik straks nog op terug.

3) De "winst" van de recreatie
Allerlei berg-gerelateerde aktiviteiten ondernemen op een kwartiertje kabelbanen van Amsterdam-Centraal lijkt een reusachtige energiewinst op te kunnen leveren. Al bijkomend van onze LaChouffes van de avond tevoren (bier met smaakevolutie!) in de Ardennen dachten wij ook ooit dat we minder kilometers zouden hoeven te maken als we in Nederland zouden kunnen kanoën. Maar is dat een realistische gedachte, of was dat beeld wellicht wat beneveld doordat de smaakevolutie bijwerkingen had?
 In 2011 gingen in de Voorjaarsvakantie ongeveer 800.000 Nederlanders op wintersport. Een voorbeeld. "Les Trois Vallees" heeft een theoretische capaciteit van 262.762 pers./uur. Les Trois Vallees is het grootste skigebied van de Wereld. 2000m hoogteverschil, 8 grote skidorpen, 600km pistes.



Daar heb je een flinke berg voor nodig. En dan nog, die capaciteit van 262.762 personen per uur klinkt wel chill, maar als ik ga skiën ga ik vaker dan één keer per uur in de lift. Laat ik zeggen gemiddeld 2,5 keer. Dan is de, nog steeds theoretische, capaciteit plotseling 105.104 personen. Dus hebben die 800.000 Nederlanders in de voorjaarsvakantie minstens 4 van dit soort gebieden nodig (vakantiespreiding!). En 4 gebieden gaan niet passen op dat bergje, ééntje is al een luchtkasteel.
Het lijkt mij meer down to earth te veronderstellen dat die kabelbaan op Amsterdam-Centraal zal worden gebruikt om vóór de wintersport een dagje te gaan oefenen. Een groot Snowworld.
Dus mijn veronderstelling is dat het niet tot een serieuze vermindering van de files in Duitsland en Frankrijk zal leiden, en derhalve niets positiefs zou opbrengen voor de duurzame energie-balans. Over andere voor de hand liggende bezigheden (fietsen bijv.) kan namelijk een gelijksoortige redenering worden losgelaten. Trainingsritje? OK. Alpd'HuZes? Misschien. Maar er wordt geen fietsvakantie naar de Alpen minder om gehouden.

Samenvatting van de uitgangspunten

Zoals gezegd heb ik bewust geabstraheerd van andere milieu-kwesties dan de energie. In een te houden Milieu Effect Rapportage moeten die worden meegewogen. Maar voor het meewegen van het belang van de palingvisserij, de pierenstekers en de lepelaarstand is het vroeg genoeg als er een positief principe-besluit is geweest.
De door mij hierboven besproken punten gaan over energie. Als die uitgangspunten deugen, en zo niet, dan hoor ik het graag, alle kritiek is welkom, hebben we nu voldoende basis om naar de basics van het plan te gaan. De wet van behoud van Energie.

Een duurzame berg en de Wet van behoud van Energie

De gedachte is van een dermate eenvoud en schoonheid dat je er gemakkelijk over heen kijkt. Opgezweept door dromen van duurzaamheid en milieuvriendelijk(er) recreëren wellicht. Het is mij overkomen.
Voor het bouwen van een berg heb je materiaal nodig. En dat materiaal moet omhoog. Hoe werkt dat? Het eenvoudigst kun je je een takel voorstellen. Aan de ene kant stop je het materiaal in een emmer en aan de andere kant ga je trekken. Dat trekken doen wij niet zelf, dat doen we met waterkracht, dus aan de andere kant van het touw komt nog een emmer. Water heeft een gewicht (ik gebruik even geen SI-eenheden) van 1000 kg/m3. Zand, om het eenvoudg te houden, zit ergens op 2300 kg/m3. Per vierkante meter valt er in Nederland ongeveer 880 mm water/jaar naar beneden, we ronden dit af naar 1000. Dat komt mooi uit!
Dus met de neerslag die op een willekeurig plek op een "willekeurige" hoogte in Nederland valt, kun je maximaal 43 cm zand precies 1 meter omhoog takelen (1000/2300). Je kunt ook zeggen na 2 jaar en 4 maanden heb je een meter berg. Volledig duurzaam! Dat proces kun je eindeloos herhalen (zolang je niet in de stratosfeer terecht komt) en zo heb je na precies 1150 jaar een berg van gemiddeld 500 m hoog.
[Voor de preciezen: je kunt meer takelen als je de eerste emmer hoger zou hangen, maar hoe doe je dat op grote schaal? Eerst een dak bouwen op 100m hoogte? En dat later weer slopen en verhogen?]

En nóg een paar haken en ogen 

Ik ben in het bovenstaande gedeeltelijk van veronderstellingen uitgegaan die niet realistisch zijn. Voorzover ik kan overzien echter in alle gevallen ten gunste van de berg. Het is bijvoorbeeld weinig waarschijnlijk dat het materiaal dat voor het bouwen nodig is, allemaal aangetroffen wordt op lokatie. Ik takel het alleen maar omhoog. Hoe het materiaal er komt, het maakt mij niet uit. Lichter materiaal (kunststof) heeft ongetwijfeld een ecologische voetafdruk die dat voordeel teniet doet. Sterkere materialen (staal) eveneens. Dus voor een ballpark benadering denk ik dat mijn aanpak voldoet.
Ik heb ook net gedaan of het alleen maar om het neerkieperen van een grote hoop zand gaat. Ook dat is weinig realistisch, want zo'n hoop zand zal wellicht effecten hebben op de bodem, gevrijwaard moeten worden voor afschuiving. Minimaal zal er toch aan de buitenkant vegetatie of een andere afdekking moeten komen om te zorgen dat al dat zand niet weg waait. Voor je het weet wordt heel Oost-Nederland met een meter zand bedekt. Dat wil ook niemand (misschien is er in Oost-Groningen enige interesse...).
Tenslotte ben ik bij de mechanische processen uitgegaan van energierendementen van 100% met mijn takeltje. Ook dat is weinig realistisch.
[Voor de preciezen: Als die berg klaar is, blijft de waterkracht beschikbaar! Klopt. Stel dat de berg een oppervlakte heeft van 50 km2 en gemiddeld 500 m hoog zou worden, dat komt er 0,25 TJ aan energie beschikbaar. Met een (praktijk)rendement van 40% is dat afgezet tegen het Nederlandse jaarlijkse totaalverbruik van 3.269 PJ ongeveer 0,000053 %. Dat schiet niet erg op!
En voor de nog meer preciezen: Die winst van latere waterkracht-energie zou in principe in de balans op moeten worden genomen bij de bouw? Klopt. Ik denk echter dat 100 GW per jaar geen doorslaggevende rol zal spelen.]

Conclusie: Die berg wordt nooit duurzaam

Met de hierboven uiteengezette redenering meen ik overtuigend te hebben aangetoond dat de achterliggende veronderstelling van het aanleggen van een duurzame berg op theoretisch drijfzand is gefundeerd. Natuurlijk, een berg aanleggen is "geen probleem". Als de Chinezen de Drieklovendam kunnen aanleggen, de Fransen het Suezkanaal, en een Spaanse onroerend-goed-cowboy het Panamakanaal, kunnen de Nederlandse "natte" en "droge" bouwers echt wel een flinke molshoop maken.

Maar een berg die "duurzaam" is? Nee, daarvoor moeten we waarschijnlijk wachten totdat Oost-Groningen zover wegzakt dat zich spontaan een tektonische plaat opheft in het IJsselmeer.

Jammer, niks aan te doen.


Terug naar de website

donderdag 13 februari 2014

Rondje Estaon: GPS 2

Een tijdje geleden schreef ik onder het kopje "GPS" dat wij al onze wandelbeschrijvingen gaan opleuken. Eén van de gadgets moet worden dat wij de wandelingen van GPS-coördinaten gaan voorzien. Zo luidde het plan. Ik suggereerde dat er vast wel een slimme App bestaat waarmee dat te regelen valt. Nou die is er. Hij heet Wikiloc en het is een site waar zo'n beetje iedere wandelbeweging ter wereld op kan worden gevonden. In ieder geval in onze wereld, in Nederland is het niet zo populair.

Je kunt zelf je tracks opladen. Uitladen gaat ook, je kunt kiezen tussen verschillende uitlaadbestandjes voor je mobiele telefoon. (Zelfs Windowsphone wordt ondersteund geloof ik, hoewel dat van secundair belang is. Het eerste wat Nokia, net overgenomen door Microsoft, op het Mobilephone-congress in Barcelona deze week heeft aangekondigd is dat ze over zullen stappen op Android.) Daarnaast "uiteraard" Garmin en zelfs Google Earth. Kortom, de wet van de stimulerende achterstand. Het grootste gedeelte van de wandelingen die ik moest gaan nalopen kan ik zo vinden. Linkje hier of daar, daar kom ik wel uit.
Ik zal het meteen even testen. Laten we eens een wandelingetje maken van de parkeerplaats hier beneden aan de hoofdweg richting Escaló naar Het kasteel Llort .

Photo of Castell de Llort - Escaló
Castell Llort, uitkijkend op Berrós Jussà (niet zichtbaar op de foto)

Geprobeerd? Ik wel, bij mij werkt het. Je krijgt er meteen een paar foto's bij aangeleverd, hoogteprofieltje, een beschrijving van de wandeling, de looptijd en de zwaarte wordt vermeld. Dat is logischerwijze een beetje afhankelijk van de betreffende wikiloc-oplader, maar daar kan ik indien nodig invloed op uitoefenen.

En nu ik toch begonnen was, heb ik meteen geprobeerd of ik meerdere wandelingen aan elkaar kan plakken om een rondje te laten zien op een driedimensionale afbeelding van Google Earth. Ongelooflijk! Ook dat kan (ik)! Onderstaand het bewijs. Een rondje dat haast bij ons huis begint. Daar hoeft nog maar een miezerig klein stukje aan te worden toegevoegd. Alternatieven, zo gewenst, kunnen we er ook bij zetten.



Kortom, in plaats van de geplande minimaal 30 dagen nalopen van alle bestaande wandelingen, kan ik het meeste van achter mijn scherm doen. Mijn zus zegt, niet geheel ten onrechte, dat er nog wat couleur locale bij moet en dat er dingen in het veld moeten worden gecheckt. Nou, dan doen we dat, dan kom ik ook nog eens buiten.

Terug naar de website

George

Ik ben me rotgeschrokken. George is dood. Nu ben ik inmiddels aangeland op het kantelmoment dat niet meer de ouders maar vooral de vrienden en bekenden aan het doodgaan raken. De ouders raken namelijk op, dat is de leeftijd, maar meer nog dan het onvermijdelijke tijdgetik, het vieren van decennia, eerst 40 en vervolgens 50, komt daarmee de eindigheid van het leven sluipenderwijze en onontkoombaar naderbij.

Gek genoeg had de ontdekking van het overlijden van George haast nog meer betekenis dan de aangekondigde dood van een paar kennissen en het recente overlijden van twee hartstikke jonge meiden die hier in 2012 en 2013 te gast waren. Gek genoeg schrijf ik, omdat ik George amper ken. Ik licht het toe.

In 2001 kreeg ik een telefoontje van George. Hij was een Pyreneeën,- en fietsfanaat vertelde hij en was van plan een reisorganisatie op te richten die zich bezig zou gaan houden met het organiseren van fietsvakanties in de Pyreneeën. Toevallig woonde hij in Wageningen, dus toen wij koninginnedag 2001 in Wageningen waren hebben wij kennis gemaakt. Een paar maanden later kwam hij hier op bezoek om onze locatie te kunnen beoordelen op geschiktheid voor een tussenstop voor zijn fietsreizen en te praten over mijn bereidheid voor het verzorgen van bagagevervoer.

Nu ben ik nogal betweterig, toen denk ik nog meer dan nu, dus ik had een mening over zijn plan. Het leek me onuitvoerbaar. In elk geval onuitvoerbaar in zijn einddoel, dat was om te kunnen leven van het organiseren van fietsreizen naar de Pyreneeën. Vooralsnog verdiende hij zijn brood als laborant. Het leek mij dat hij daar gewoon mee door moest gaan.

George zat op ons terras. Niet zomaar, hij zat daar te wachten totdat ik hem een paar alternatieve tochten zou kunnen laten zien waarover wij gesproken hadden bij onze kennismaking in april. Ik had het midden in de zomer veel te druk voor dag-lange uitstapjes, maar George dacht blijkbaar dat ik het toegezegd had, dus bleef geduldig wachten op ons terras totdat ik het sein: "Kom op, we gaan!" zou geven. En daar werd ik licht gepikeerd van: "Pak je fiets en ga goddomme zelf kijken!" zoiets dacht ik. Maar hij dus niet. Hij vroeg heel vriendelijk om een uur of vijf 's middags wanneer we zouden vertrekken........

Uiteindelijk heb ik hem de volgende ochtend een prachtige route -met de auto- laten zien, kwamen we wat betreft de vergoeding voor bagagetransport en de eventuele korting op de overnachtingsprijs niet erg tot elkaar en was daarmee het plan ten einde. Voor wat mij betreft, want George heeft tien jaar lang fietsers over onder andere de door mij voorgestelde route gestuurd en heeft zijn kleinschalige bedrijfje gerund. En hij heeft zijn baan nooit kunnen opzeggen, dat had ik dan wel goed voorzien.

En nu zie ik -sinds 2010 had ik een link op onze site staan naar zijn bedrijfje- ineens bij het controleren van onze site dat hij in juli 2012 is overleden. Zijn site blijft -voorlopig- in de lucht, ter ere van een man die zich bij leven inzette voor het fietsen in de Pyreneeën en zijn droom najoeg.
De link werkt nog steeds. Zo te zien is hij vrij snel na onze link-plaatsing -en dus kort mailcontact- ziek geworden, want van 2011 staan er al geen reviews van enthousiaste fietsers meer op zijn site.

George is dus dood. Het was een aardige vent waarmee ik geen chemie had. Dat komt voor. Maar moet ik nu die link rücksichtlos weggooien? Tenslotte hebben onze toekomstige klanten er niks aan te linken naar een sympathiek opgesteld In Memoriam. Doodlopende links daar wordt niemand vrolijk van. Maar links naar een dode? Rare gedachte.

Terug naar de website

maandag 20 januari 2014

Kijken en zien

Mijn broer zei eens: "Ik rijd nu ongeveer twintig jaar van mijn werk naar huis vice versa en ik zie iedere dag weer nieuwe dingen." Soortgelijke ervaringen zullen velen met hem delen, maar hoe erg kan het zijn?
Ik rijd of loop iedere dag minstens twee keer langs de plek waar deze foto genomen is. De oprit van de stuwdam beneden naar ons dorp. Zoals het bord aangeeft bevindt deze plek zich op 1600 m van ons huis. Oké, er is nog een oprit bij de brug, maar in elk geval sinds de oudste naar school in Sort ging kom ik daar gewoon twee keer per dag. 



Afgelopen zaterdag kreeg ik deze foto opgestuurd. Gedateerd juli 2009. Het eerste wat mij opviel was dat overstekende hert. Nog nooit gezien. Dat bord, want ik heb inderdaad wel regelmatig wilde zwijnen, reeën, gemzen, steenmarters en dassen voor de wielen. En zelfs twee keer een eekhoorntje ónder de wielen. Da's best zielig. Je voelt een klein hobbeltje, kijkt in je spiegel en ziet achter je zo'n pluimstaart zwaaien. Het stomme van die eekhoorns is dat ze vlugger zijn dan jij. In beide gevallen sprongen ze echt onder mijn auto, en dan ben je te laat. Franka kon ook niet zeggen of dat bord er nog staat of inmiddels al is verwijderd.
Het staat er nog steeds, ik ben net wezen kijken 

Vorige week kreeg ik nog een andere foto opgestuurd, deze: 

De foto is gemaakt op ons terras. Ik denk dat er honderden foto's van dit uitzicht gemaakt zijn. Wij zelf hebben er sowieso al tientallen: 

En ook wel met mooiere luchten, deze is in het weinig groene gedeelte van het jaar gemaakt, maar dat is mijn punt niet. Die eerste foto is gewoon veel mooier, waarom?
Toevallig, nou ja., toevallig is het niet, want je oog valt altijd op dingen waar je mee bezig bent, las ik vrijdag een interview met een oogarts getiteld: "Ver es imaginar" (Zien is verbeelden). Daarin legde hij uit dat je hersenen werken met een biblitoheek. Wel net zo handig, want dan hoef je niet alles steeds opnieuw helemaal te screenen. Dat kan verklaren waarom Franka en ik niet weten of dat bord overstekend wild beneden bij de stuw staat. En dat mijn broer regelmatig nieuwe dingen ontdekt.
Het is misschien ook een verklaring waarom de foto van het uitzicht van onder de parasol door de meesten van ons (mij in elk geval) mooier wordt gevonden. De foto voegt iets toe aan je bibliotheek. Ik woon hier tenslotte al twintig jaar en kan dat uitzicht wel dromen. Dus niet. Ik kan globaal omschrijven hoe het er uitziet en herken het  uit miljoenen andere uitzichten, dat wel. 

We kijken allemaal naar hetzelfde, maar wat zien we dan? En dan dat op een manier vastleggen die onze collectieve bibliotheek verrast, dat vind ik een gave. 

zondag 19 januari 2014

Kijken & zien 2



Kijk nou toch eens! ben ik geneigd uit te schreeuwen bij het zien van onderstaand plaatje. Tegen mezelf dan toch in ieder geval. Hoeveel fantasie heb je nodig om hier de kop van een vogel in te zien? Geen fantasie. Ik ken maar weinig vlinders die met zo'n duidelijke camouflage rondfladderen. Beter gezegd, rusten.

Tsja, ik kan hem niet vinden
Nu ken ik eigenlijk überhaupt weinig vlinders bij naam. Dus hoe deze heet, zo moet ik tot mijn schande erkennen, weet ik ook niet. We hebben wel "De nieuwe vlindergids" daarin staan een stuk of 450 verschillende dagvlinders, maar ik kan hem niet vinden. Naast dagvlinders bestaan er echter ook nachtvlinders, motten genoemd. Franka denkt dat dit een mot is. Die is dus aan de overdagse rust bezig, en dan helpt zo'n vermomming wel.
In het toenmalige anologe tijdperk hadden wij eens bezoek van een meneer die professor in de biologie was. Specialisatie sluipwespen als ik mij niet vergis. Hij hobbiede er een beetje bij in de mottenbranche, een jaar later keerde hij weerom met enkele serieuze mottenvallen. Hij bleek een fles wijn te hebben gezet op het "grootste aantal verschillende nachtvlinders waargenomen op één lokatie" met een Engelse collega motten-kijker. Na een dag of tien dagelijks motten verzamelen, fotograferen en loslaten bleek de teller ergens rond de 300 te zijn blijven staan. Of hij daarmee die fles wijn had verdiend, is mij ontschoten. 300 vind ik ontzaglijk veel, zeker in ogenschouw nemend dat vlinders (dat zie ik zelf) en naar ik aanneem dus ook motten, seizoensgebonden zijn. Aan het begin van de zomer hebben wij konings,- en koninginnepages, maar aan het eind niet meer enz.

Koninginnepage
Die mottenmeneer, Jacques heet hij, was ook nog zo aardig om al zijn foto's voor ons af te laten drukken  en op de achterkant de wetenschappelijke,- en straatnaam te zetten.  Als ik die stapel van ruim 600 foto's doorwerk, kom ik misschien het motje wel tegen....
Heel veel motten hebben natuurlijk geen straatnaam. In de eerste plaats omdat er motten zijn, zo heb ik van Jacques geleerd, die alleen maar van elkaar te onderscheiden zijn door de vorm van hun geslachtsdeel en in de tweede omdat ze nauwelijks deel uitmaken van onze bewuste waarneming. Zo'n koninginnepage komt aanfladderen, maar een mot zie je overdag ergens al of niet in elkaar gevouwen vooral niet-bewegen. Maar het vooroordeel dat ik onbewust had, dat ze allemaal bruinig en niet de moeite waard zijn (wat op zich al een domme gedachte is, maar wij mensen worden toch wel wat meer getriggerd op spektakel) slaat echt nergens op.
Behalve die imitatie vogelkop hierboven  zijn er nl. tientallen werkelijk prachtige motten. Neem nou het bekende motje: "Groot avondrood", in onze achtertuin door Jacques gefotografeerd.

Groot avondrood

Terug naar de website

50000 foto's

Onze website is in een nieuw jasje gestoken. Dat niet alleen, ik heb een handleiding toegestuurd gekregen waarmee ik zelf de tekst en de foto's kan gaan bewerken. HTML voor dummies zeg maar. Als dat gaat lukken, en waarom niet, ik heb altijd nog kinderen die ik in kan schakelen en waarvan ik verwacht dat zij de handleiding zeker zullen begrijpen, kan ik vanaf nu onze site zelf gaan bijhouden. Dat is handig, want ik ken mijzelf. 

Als ik van een klant hoorde dat er een foutje in een wandelbeschrijving zit, maakte ik ergens een aantekening met het idee om alle aantekeningen na de zomer te verzamelen en als pakket op te sturen naar onze webmaster. En dat werd dus vaak niks. Of ik was de aantekening kwijt, of het kwam er nog even niet van of enig ander slap excuus. En voor elke kleine aanpassing een mail sturen naar de webmaster vind ik niet efficiënt, enzovoorts. Dus er staan al drie jaar geleden aangepaste wandelbeschrijvingen op mijn harde schijf waarvan ik heb gezegd: wacht nog even met plaatsen totdat ik álle wandelingen van het betreffende hoofdstuk heb gereviseerd.

En met foto's was het nog lastiger. Ik vind het prettig om te zien hoe het staat, een nieuwe foto op een bepaalde plek. Dat kon dus ook niet. Maar foto's raken gedateerd, smaken veranderen, het staat een beetje raar (voor ons) als je op je eigen site een foto van een klimmend kindje ziet staan die je eigen dochter laat zien toen ze een jaar of vijf oud was. Inmiddels is zij bijna 19 en klimt ze zelf echt



De afgelopen weken heb ik onder andere besteed aan het doorlopen van de correspondentie met klanten van de afgelopen zes jaar. Dat waren een stuk of 5000 mailtjes. Ik heb ze niet allemaal gelezen. Het doel was de adressen te verzamelen om gebruik te kunnen maken van het gezamenlijke fotoarchief. Een snelle rekensom had mij geleerd dat die ongeveer 700 klanten van de afgelopen jaren minstens 50.000 foto's op schijf moeten hebben staan. Misschien een paar minder of meer, maar in elk geval heel veel foto's. Te veel om door te ploegen als je dat alleen moet doen. 

Maar er zitten misschien wel hele mooie, leuke of ontroerende bij. Dus ik ga een soort crowd-foto-funding opzetten. En dat ik daarmee begonnen ben, kun je in dit journaal zien. Hans Schot, de fotograaf, heeft als eerste een 93-tal foto's opgestuurd. Moeilijk kiezen meteen, dus ik moet nog wel bedenken hoe ik al die mensen tot pre-selectie kan aanzetten.........

donderdag 9 januari 2014

Dakar

Ik ken maar twee Nederlanders die van motorsport houden. Dat ligt natuurlijk aan mij, want elk jaar gaan er in Assen meer dan 100.000 mensen naar die herrie kijken. Ik ken dus de verkeerde Nederlanders.
Ik ken maar één Catalaan die niet van motorsport houdt. Opnieuw ligt dat aan mij, want niet alle Catalanen gaan bij de GP van Catalonië uit hun dak. Veel wel.

Gisteren is het jaarlijkse motorspektakel van de Dakar-rally afgesloten. Voor hen die tot mijn kennissenkring in Nederland of België (zouden kunnen) behoren:  De Dakar-rally is een jaarlijkse rally-wedstrijd voor motoren, auto's en vrachtwagens die vroeger van Parijs naar Dakar in Senegal ging. Sinds een jaar of wat geleden gewelddadige Malinese rebellen deelnemers hebben gegijzeld, wordt de rally in Zuid-Amerka gehouden. Nooit is helemaal duidelijk geworden of die gijzelingen ingegeven waren door boosheid. Het gebeurde nogal eens dat een voorbijscheurende Dakar-deelnemer per ongeluk wat spelende kinderen aan,- en of doodreed daar in de Sahara.

De overwinnaars gisteren waren  twee (!!!) Catalanen. Drie eigenlijk, want Laia Sanz was de beste vrouw. Zij is zo goed -15 wereldtitels in verschillende categorieën, drie keer de Dakar bij de vrouwen, leuk filmpje die link!- dat ze dit jaar besloot met de mannen mee te rijden, en daar werd ze zeer verdienstelijk 16e. Het is een nog vrij jonge -voor Dakar deelnemers- leuke, vreselijk ambitieuze meid, ik hoop dat ze nog een keertje overall wint.
Die andere twee heten Marc Coma en Nani Roma en vulden gisteravond de helft van het tv-nieuws en vanmorgen de andere helft van de voorpagina's van alle kranten. Als je het aan de media aandacht afmeet, heb ik het wel bij het rechte eind, met die motorgekte. Roma heeft vroeger ook weleens in motor gewonnen, nu dus Coma en hun beider eeuwige rivaal Isidri Esteve (ook al Catalaan) heeft een paar jaar geleden een foutje gemaakt en bereidt zich nu voor op de Paralympics van 2016. Ik heb inderdaad niet zo heel veel op met de sport.

Gedeeltelijk is dat natuurlijk gespeelde politieke correctheid. Zo roep ik ook altijd dat ik autorijden niet leuk vind. Nu wil het geval dat het hier gisteren flink gesneeuwd heeft waardoor ik mijn auto beneden had laten staan. Nadat ik vanmorgen vroeg samen met de jongens naar beneden gelopen was om hen naar het skiën te brengen, moest ik bij terugkomst kiezen. Toch proberen naar boven te rijden of opnieuw gaan lopen.......

Glibberend en glijdend, als een verbeterde uitvoering van Laia Sanz, heb ik de auto boven gekregen. Lekker was het!

Terug naar de website