zaterdag 29 maart 2014

Oude paden zoeken

Binnenkort is het twintig jaar geleden dat wij ons huis hier kochten. Als die twintig jaar op het gebied van wandelen ergens door worden gekenmerkt, dan is het "oude paden zoeken". Niet dat wij  twintig jaar als een stel malloten door bos en struikgewas hebben gestruind. Veel meer is het uiting van een poging om de werkelijkheid naar je hand te zetten.
Wij zochten vanaf het begin iets in de buurt van de GR-11, de doorgaande Pyreneeënroute aan de Spaanse kant. Nog voordat wij iets hadden gekocht, maakten wij al plannen om deze zonodig te verleggen. Zodat er als vanzelf mensen in onze -in de plannen nog- berghut terecht zouden komen. Nadat wij  een jaar voor aankoop zelf een stuk van de GR-11 hadden gelopen midden in de zomer, en de hele dag hadden genoten van een weldadige rust, lieten wij dit plan varen. Niemand zagen wij die dag.
Jaren later ontdekten wij op een oudere kaart dat die GR-11 ooit langs ons huis had gelopen. In ieder geval in ontwerp. Om voor mij onbekende redenen is dat plan gewijzigd, zodat de GR-11 nu boven over de berg achter ons huis loopt. De horizon van onderstaande foto. Soms verdwalen mensen op de top, die in feite geen top maar een grote hoogvlakte is, en storten zij zich min of meer naar beneden langs de helling omdat zij bij het groene ballonnetje op de foto een paar huizen zien. 1000m lager is dat. Die huizen zijn niet bewoond, zodat ze uiteindelijk meestal alsnog bij ons terecht komen. Dermate ontdaan dat ik nooit aan iemand geld heb durven vragen voor de stress-sussende taxiritjes, hapjes en drankjes. Daar kunnen wij niet van leven.




Toch, soms staan er paden op kaarten getekend die een sterke aantrekkingskracht uitoefenen. Of paden die niet op de kaart staan waardoor ze juist zo'n sterke aantrekkingskracht hebben. Een voorbeeld van het eerste is een pad dat van het groene ballonetje aansluit op de GR aan de andere kant van de pas. Meer dan 300m minder klimmen, lijkt aantrekkelijk. Op de kaart staat een pad. Op de helling hebben wij nooit echt iets kunnen vinden. Frustrerend.

Een voorbeeld van het tweede soort (niet op de kaart, wel bestaand) is de rode lijn op de foto. Dat wil zeggen, dat zeggen de mensen uit het dorp. Het oude pad tussen Berrós Sobirà, het volgende dorp, naar Dorve, het volgende dorp de andere kant op. Via onze achtertuin loopt het. Zeggen ze. En waarom zouden ze liegen? Ze gebruikten het vroeger regelmatig. Dat pad zijn we nu aan het terugveroveren op de natuur (kunnen onze klanten een leuk rondje lopen met name). De rechterhelft is geen probleem, dat ligt overduidelijk pad te zijn. Links van het midden is in '96 een landslide -beige op de foto- geweest, dus daar moeten we misschien iets afwijken, maar het is een weidegebied dus dat is ook geen punt. Het linkerstuk loopt vanuit ons huis recht het dal in. Dat hebben we inmiddels schoon gemaakt. Je voelt hem al, het probleem zit hem in dat stukje turquoise aan de linkerkant. Ik ben er nu 7 keer naar boven en naar beneden geweest. (Het is vrij steil, dus moeten we wel iets behoorlijks terugvinden.) Onderin zitten we goed. We komen ook op de goede plek boven. En, het ergste van alles, bij mijn zesde zoektocht heb ik het pad gevonden! Prima te doen, nergens te steil, regelmatig, meestal steeneiken langs de kant. 

Toen ik het de daaropvolgende keer goed wilde gaan markeren om het schoon te kunnen maken (die steeneiken snoeien vooral) zag ik het nergens meer. 
Uit boosheid heb ik mijn gereedschap daar ergens in de regen achtergelaten. Het wás er, dus we vinden het wel weer, maar waarom moet dat nou zo verdomd lastig zijn?


Terug naar de website

dinsdag 25 maart 2014

Gems in de gang

Ton Joosten, auteur van een hele serie boeken over de Pyreneeën heeft in het boek "Mijn Pyreneeën" een fotoserie gepubliceerd met als onderwerp zijn ontmoeting met een moeder-gems met haar jong. Het moet een indrukwekkende reportage zijn volgens de recensies.
Ik ken het boek zelf niet, maar mijn zus wel. Ton beschrijft de ontmoeting als een metafysische ervaring. Een culminatie van zijn jarenlange wandeltochten die tot een soort beloning leidde in de vorm van een intieme ontmoeting met twee wilde dieren. Die rustig op korte afstand met hem dat moment deelden. In een recensie op Hiking-site.nl lees ik: "Meest in het oogspringend is daarbij de korte serie foto’s die zijn meest gedenkwaardige ontmoeting met een moeder gems met jong laten zien."
Een mooi verhaal!

Nu is mijn zus, net als ik, derde generatie kleine middenstander. Bakker aan moeders kant, aannemer aan vaders kant. En mijn zus leest ook weleens iets anders dan de boeken van Ton Joosten, bijvoorbeeld dit:

Gemzen in de Franse Alpen zien niet goed meer door ziekte



Meer dan een kwart van de gemzen in het natuurreservaat Queyras in de Franse Alpen is slechtziend geworden door de besmettelijke veeziekte epizoötie. Dat bleek zaterdag uit onderzoek dat de Franse overheid en jagers gezamenlijk uitvoerden.

De ziekte is zeer besmettelijk voor hoefdieren, vooral gemzen en steenbokken. Epizoötie veroorzaakt een ontsteking aan het bindvlies en het hoornvlies, die uit zichzelf geneest. Wanneer de ziekte op zijn hoogtepunt is, zijn de dieren echter vrijwel blind. Daardoor lopen ze risico in een ravijn te storten of ten prooi te vallen aan roofdieren
.

(Hier in de buurt is de afgelopen jaren naar schatting 70% van de populatie als gevolg van ongevallen en bijkomende ziekten gestorven.)

Ton leek niet heel erg blij met de kennelijke afbraak van zijn ervaring en mailde haar iets terug dat niet inging op de alternatieve uitleg.

Nu kun je je afvragen of mijn zus dat mailtje had moeten sturen. Ik, als derde generatie kleine middenstander, vind dat geen vraag. Natuurlijk moet je mensen op misverstanden wijzen! Waarom niet? Er zullen ongetwijfeld mensen zijn die dat een dom en kortzichtig standpunt vinden. Iedere ervaring is uiteindelijk wat je er zelf van denkt, maakt of voelt. Ook dat is waar. Maar de vraag is of de momentane ervaring geërodeerd raakt door voortschrijdend inzicht. Zelf vind ik het wel vermakelijk als ik later mijn spiegelbeeld anders geprojecteerd zie.

En Ton, die op mij, in de boeken die ik wel van hem ken, de indruk wekt op typisch Nederlandse domineestoon te weten hoe de wereld elders georganiseerd moet worden, zou toch ook enige zelfspot kunnen hebben ontwikkeld?

Vanwaar deze lange inleiding? Al een aantal weken komen wij steeds een gemsje tegen dat volstrekt tegen alle natuurwetten in niet op de vlucht slaat als wij langsrijden, en de keren dat hij dat wel doet zich met zeer veel moeite tegen de berg omhoog beweegt. Als je weleens een gezonde gems hebt zien vluchten, is het verschil nogal schrijnend. Het beest ziet er niet te best uit ook, vinden wij.
Afgelopen zondagochtend zat het dier voor de zijdeur van ons huis. Later ging het richting parkeerplaats. Een uurtje geleden wilde ik iets uit de auto pakken die vóór ons huis staat. Er was juist een sneeuwstorm opgestoken.
Vlak daarvoor had ik Joep opgehaald en stond het gemsje op de weg. Nu, terwijl ik naar de auto ging, stond het bij ons in het portaal. De tochtdeur was dicht, dus verder kon het niet, en het was begonnen te knabbelen aan de skischoenen en snowboards van de jongens die daar staan. Weg ging het ook al niet toen ik de tussendeur opendeed. Het maakte eerder aanstalten om verder naar binnen te komen, weg van de kou.


Tim zag, nadat ik hem gealarmeerd had, dat er zich allerlei teken genesteld hadden op de kop van het dier.

Wat hebben we gedaan? Op aandringen van de jongens heb ik de boswachters gebeld om hem op te komen halen en af te maken, zo mogelijk. Ze kwamen sneller dan ik dacht, maar zonder zich vooraf te melden, zodat ons gemsje nadat de wind was gaan liggen naar buiten gelopen was.

De volgende keer vang ik hem. Niks metafysica. Dit noem ik dierenleed, met de kans op besmetting van soortgenoten.

Terug naar de website

dinsdag 25 februari 2014

Het failliet van de berg of de eerste wet van de thermodynamica

Die berg die komt er

De afgelopen week heb ik mij gestort op  DE BERG De berg die de journalist Thijs Zonneveld een paar jaar geleden in Nederland op de kaart heeft gezet. Een plan om ergens in Nederland een berg te maken. Skiën, fietsen en schaatsen op hoogte in eigen land. Hoeven de Nederlanders niet meer massaal op de Duitse en Franse snelwegen voor staus en embouteillages te zorgen in de Kerst,- en Voorjaarsvakantie. Het Alp d'HuZes kankercarnaval (2012: 8000 deelnemers, dat zijn toch gauw 4000 auto's x 2500 km x 8lit/100 km = 8000.000 lit. brandstof x 2,500 g/l = 2.0 miljard gram CO2. Ik kan het ook niet helpen, CO2 gaat in grammen, dan klinkt het niet zo erg bij uw autoverbruik. En in (mega)tonnen bij het totaal, dan klinkt het niet zo erg op wereldschaal) kan gewoon vanaf de Dam vertrekken. Kunnen we in één moeite door de boekhouding van die Stichting in de gaten houden, scheelt een hoop ergernis en CO2 (computer, tv).

De Salm en de rechter

Nu is het auteursrecht van die berg een rechtszaak waard. Reeds in 1988 bedachten wij met een aantal vrienden het concept. Wij waren een weekendje aan het kanoën in de Ardennen en bespraken tijdens een pauze, gezeten aan de oever van de Salm -waar wij inderdaad de laatste vis van die naam nooit gezien hebben- gekoesterd door herfstzwakke zonnestralen, de impact van onze hobby op het milieu. Tegenwoordig zou je het over de ecologische voetafdruk hebben, maar dát begrip is toen niet door ons geijkt. Wij behielpen ons met milieupunten, een voorloper van de CO2-emissies in feite. Hoe het verder zij, die rechtszaak komt er niet. Het kan mij niet heel veel schelen of dat ding "Sonneberg" heet of "Vannoortmountain" of "Mannenkanoclubbult". Het gaat mij er om of het de moeite is om zo'n berg in Nederland te bouwen vanuit het standpunt van duurzaamheid.

De sponsors en de ingenieurs

Je kunt weinig op de vroege implementatie van Thijs' inititatief aanmerken. Binnen geen tijd had hij een website online en minstens 45 sponsors bij elkaar geharkt, waaronder niet de minsten. Philips, de crême de la crême van de Nederlandse consultancy-wereld, advocaten, boekhouders en maatschappelijke organisaties. Als iedere sponsor één arbeidskracht zou afstaan (er moet toch bij Philips wel één persoon werken die het niet superdruk heeft?) heb je een taskforce van 50 personen. Dan heb je wat, denk je.

Het Rapport van Bartels

Eén van de sponsors, ingenieursbureau Bartels, heeft begin februari 2012 een rapport gepubliceerd over de berg. Het doel van dit rapport was een soort plan-identificatie. Grote vragen, grote lijnen, om daarna in de loop van 2012 een serieus haalbaarheidsonderzoek te gaan uitvoeren. Daarvoor had ISG-innotiv, een detacheringsbureau in onder andere de energiewereld, gedurende 2012 een heuse projectleider gegarandeerd.
Het rapport van Bartels is op een persconferentie in Bergen -uitzicht op de bouwlokatie!- met vrij veel reuring gepubliceerd. De belangrijkste conclusies: "Ja, het kan, een berg bouwen en het kost heel veel geld en energie" haalden de landelijke pers en daarna werd het een beetje stil.
Het rapport werd geschreven door een aantal promovendi in de wiskunde, begeleid door een beginnende materiaalkundige van Bartels in het kader van het project: "Studiegroep Wiskunde met de Industrie (SWI). Dat het wiskundigen betrof en niet gewoon bodemkundigen, waterbouwkundigen, bouwkundigen en/of economen is te lezen ook.

Een goed rapport?

Ik heb mij serieus in dat rapport verdiept, dingen nagerekend, fouten (veel!) eruit gehaald en ik kan verzekeren dat het een drama is. Onder mijn naam wil ik het niet in de bibliotheek. Zelfs niet op het net. Bartels wel, want het is te downloaden op hun website. Leuk, beetje duurzaame uitstraling, en niemand leest het toch zullen ze gedacht hebben. Waarschijnlijk hebben ze het zelf ook niet gelezen. Hoewel ik eerst dacht dat ik dat rapport moest afschieten om het inititatief van DE BERG een duwtje in de rug te geven, ben ik inmiddels tot de conlusie gekomen dat dat helemaal niet hoeft. Daarover later meer.

ISG innotiv: projectleider?

Van die feasibility-studie die in 2012 zou worden opgestart, wordt niets meer vernomen. Het  concept van het bouwen van een berg wordt door ISG-innotiv anno 2014 gebruikt voor training. Als thema voor multi-disciplinair werken, met aansprekende slogan en al:

Een berg creëren. De overtreffende trap van bergen verzetten

Project Basecamp - Prototyping the Dutch Mountain

 9 jan.
Vandaag bij onderwijscongres hogeschool Utrecht. Oa met workshop bergbedenken!

Op de website van ISG zijn ook nog onder andere, bedrijfsgerichte, trainingen te vinden, maar die linken naar niks. Dus dat is humbug. [ Even tussendoor, ik kan het niet laten: Denk om te beginnen eens goed na over die leus! Wat staat daar eigenlijk?]

2012/14: Cartoon

ISG vergelijkt het proces van het bouwen van een berg ergens met het beklimmen van een berg. Vandaar dat ze hun traininkjes "Project Basecamp" hebben genoemd. Vanuit het Basecamp richt je Camp 1 in, je gaat weer terug naar beneden, rust uit, denkt na en bereidt het inrichten van Camp 2 voor. Enzovoorts. Opnieuw een leuke metafoor, maar in de praktijk hebben de aktiviteiten van de Stichting "diebergdiekomter" tussen februari 2012 en februari 2014 tot niet meer geleid dan het deelnemen aan een sustainable-congres in Oostenrijk waar door hen een workshop werd gegeven die als resultaat heeft opgeleverd dat twee Tsjechische(?) kunstenaars een cartoon hebben getekend:

creativeworkshop_cartoon

Hartstikke schattig, maar ik vind het als output van de full-time door ISG beschikbare gestelde project-manager aan de magere kant voor een jaar werk.

De Wet van behoud van Energie

Een enigszins ambigu gevoel heeft mij overmeesterd. Gisteren heb ik bedacht waarom die berg -vanuit het oogpunt van duurzaamheid dan toch- onzin is. En daarmee heb ik een 25 jaar lang in mjn half-onderbewuste verborgen, maar zeker gekoesterde, droom richting het crematorium gestuurd (ééntje met gecontroleerde as-strooiing, het moet wel duurzaam blijven).
Zo'n berg, iedereen roept het, en het was in '88 tenslotte ook onze trigger, moet wel duurzaam zijn natuurlijk. Als uitgangspunt neem ik voorlopig 100% energieneutraal. Niet zo vreemd, want de totale Nederlandse (en wereld) energievoorziening moet volgens allerlei politieke letters of intent en andere afspraken naar 100% (CO2) neutraal. Met andere duurzame uitganspunten als "cradle to cradle" enz. kun je het sowieso schudden. Dan moet je die berg weer gaan slopen voordat ie goed en wel klaar is, dus daar heb ik het niet over. Mijn model is gebaseerd op de eerste wet van de thermodynamica, de Wet van behoud van Energie.

Model van energie-neutraliteit: de uitgangspunten

1) Een berg neemt ruimte in beslag.
Als we geen berg bouwen, maar hetzelfd grondoppervlak helemaal vol stouwen met duurzame energieopwekkers (windmolens, zonnepanelen, wat u wilt) verliezen we maar weinig. Het grondoppervlakte van een berg is weliswaar wat groter (afhankelijk van de hellingshoek) maar de duurzame energie die er op komt, neemt niet evenredig toe met de oppervlakte! De zon schijnt per m2 aardoppervlakte in de horizontale snede tenslotte. De wind waait hogerop wel iets steviger, maar afgezien van technische problemen met hogere windsnelheden willen we een berg waar we iets op gaan bouwen: wegen, skipistes, een schaatsbaan, een kanoparcours enz. De winst van de toegenomen windsnelheid lijkt me daarom op zijn best verwaarloosbaar en zal vermoedelijk gewoon negatief zijn bij een ingerichte berg.

2) Waterkracht: het plan Lievense revisited
Een berg kan waterreservoirs bevatten -weer ruimtebeslag- die zouden kunnen dienen om de pieken en dalen van het electriciteitsverbruik,- en de (duurzame) opwekking te modereren. Een toepassing die in bergachtige landen (Noorwegen. Zwitserland, Spanje en ook het VK) al lang met succes wordt ingezet. In Nederland is er al jaren discussie over het plan Lievense (en varianten). Geen slecht plan, maar moet je daarvoor eerst een berg aanleggen of kun je beter aan Zwitserland ofzo vragen of wij, op onze kosten én tegen vergoeding uiteraard, niet een meertje in de bij hun al bestaande bergen kunnen gebruiken. Zo doen wij dat indirect al met Noorwegen tenslotte. Hoe groot is Europa nou helemaal? Gedoe over nationale souvereiniteit ga ik aan voorbij, dat is bewust. Al acht ik de kans niet erg groot dat Zwitserland middels een nieuw referendum zal besluiten om stuwmeren te gaan uitwijzen.
Op een berg valt ook neerslag. De energie die vrijkomt bij het verzamelen van dat water in een stuwmeer om er daarna energie mee op te wekken is pure winst. Ook daar kom ik straks nog op terug.

3) De "winst" van de recreatie
Allerlei berg-gerelateerde aktiviteiten ondernemen op een kwartiertje kabelbanen van Amsterdam-Centraal lijkt een reusachtige energiewinst op te kunnen leveren. Al bijkomend van onze LaChouffes van de avond tevoren (bier met smaakevolutie!) in de Ardennen dachten wij ook ooit dat we minder kilometers zouden hoeven te maken als we in Nederland zouden kunnen kanoën. Maar is dat een realistische gedachte, of was dat beeld wellicht wat beneveld doordat de smaakevolutie bijwerkingen had?
 In 2011 gingen in de Voorjaarsvakantie ongeveer 800.000 Nederlanders op wintersport. Een voorbeeld. "Les Trois Vallees" heeft een theoretische capaciteit van 262.762 pers./uur. Les Trois Vallees is het grootste skigebied van de Wereld. 2000m hoogteverschil, 8 grote skidorpen, 600km pistes.



Daar heb je een flinke berg voor nodig. En dan nog, die capaciteit van 262.762 personen per uur klinkt wel chill, maar als ik ga skiën ga ik vaker dan één keer per uur in de lift. Laat ik zeggen gemiddeld 2,5 keer. Dan is de, nog steeds theoretische, capaciteit plotseling 105.104 personen. Dus hebben die 800.000 Nederlanders in de voorjaarsvakantie minstens 4 van dit soort gebieden nodig (vakantiespreiding!). En 4 gebieden gaan niet passen op dat bergje, ééntje is al een luchtkasteel.
Het lijkt mij meer down to earth te veronderstellen dat die kabelbaan op Amsterdam-Centraal zal worden gebruikt om vóór de wintersport een dagje te gaan oefenen. Een groot Snowworld.
Dus mijn veronderstelling is dat het niet tot een serieuze vermindering van de files in Duitsland en Frankrijk zal leiden, en derhalve niets positiefs zou opbrengen voor de duurzame energie-balans. Over andere voor de hand liggende bezigheden (fietsen bijv.) kan namelijk een gelijksoortige redenering worden losgelaten. Trainingsritje? OK. Alpd'HuZes? Misschien. Maar er wordt geen fietsvakantie naar de Alpen minder om gehouden.

Samenvatting van de uitgangspunten

Zoals gezegd heb ik bewust geabstraheerd van andere milieu-kwesties dan de energie. In een te houden Milieu Effect Rapportage moeten die worden meegewogen. Maar voor het meewegen van het belang van de palingvisserij, de pierenstekers en de lepelaarstand is het vroeg genoeg als er een positief principe-besluit is geweest.
De door mij hierboven besproken punten gaan over energie. Als die uitgangspunten deugen, en zo niet, dan hoor ik het graag, alle kritiek is welkom, hebben we nu voldoende basis om naar de basics van het plan te gaan. De wet van behoud van Energie.

Een duurzame berg en de Wet van behoud van Energie

De gedachte is van een dermate eenvoud en schoonheid dat je er gemakkelijk over heen kijkt. Opgezweept door dromen van duurzaamheid en milieuvriendelijk(er) recreëren wellicht. Het is mij overkomen.
Voor het bouwen van een berg heb je materiaal nodig. En dat materiaal moet omhoog. Hoe werkt dat? Het eenvoudigst kun je je een takel voorstellen. Aan de ene kant stop je het materiaal in een emmer en aan de andere kant ga je trekken. Dat trekken doen wij niet zelf, dat doen we met waterkracht, dus aan de andere kant van het touw komt nog een emmer. Water heeft een gewicht (ik gebruik even geen SI-eenheden) van 1000 kg/m3. Zand, om het eenvoudg te houden, zit ergens op 2300 kg/m3. Per vierkante meter valt er in Nederland ongeveer 880 mm water/jaar naar beneden, we ronden dit af naar 1000. Dat komt mooi uit!
Dus met de neerslag die op een willekeurig plek op een "willekeurige" hoogte in Nederland valt, kun je maximaal 43 cm zand precies 1 meter omhoog takelen (1000/2300). Je kunt ook zeggen na 2 jaar en 4 maanden heb je een meter berg. Volledig duurzaam! Dat proces kun je eindeloos herhalen (zolang je niet in de stratosfeer terecht komt) en zo heb je na precies 1150 jaar een berg van gemiddeld 500 m hoog.
[Voor de preciezen: je kunt meer takelen als je de eerste emmer hoger zou hangen, maar hoe doe je dat op grote schaal? Eerst een dak bouwen op 100m hoogte? En dat later weer slopen en verhogen?]

En nóg een paar haken en ogen 

Ik ben in het bovenstaande gedeeltelijk van veronderstellingen uitgegaan die niet realistisch zijn. Voorzover ik kan overzien echter in alle gevallen ten gunste van de berg. Het is bijvoorbeeld weinig waarschijnlijk dat het materiaal dat voor het bouwen nodig is, allemaal aangetroffen wordt op lokatie. Ik takel het alleen maar omhoog. Hoe het materiaal er komt, het maakt mij niet uit. Lichter materiaal (kunststof) heeft ongetwijfeld een ecologische voetafdruk die dat voordeel teniet doet. Sterkere materialen (staal) eveneens. Dus voor een ballpark benadering denk ik dat mijn aanpak voldoet.
Ik heb ook net gedaan of het alleen maar om het neerkieperen van een grote hoop zand gaat. Ook dat is weinig realistisch, want zo'n hoop zand zal wellicht effecten hebben op de bodem, gevrijwaard moeten worden voor afschuiving. Minimaal zal er toch aan de buitenkant vegetatie of een andere afdekking moeten komen om te zorgen dat al dat zand niet weg waait. Voor je het weet wordt heel Oost-Nederland met een meter zand bedekt. Dat wil ook niemand (misschien is er in Oost-Groningen enige interesse...).
Tenslotte ben ik bij de mechanische processen uitgegaan van energierendementen van 100% met mijn takeltje. Ook dat is weinig realistisch.
[Voor de preciezen: Als die berg klaar is, blijft de waterkracht beschikbaar! Klopt. Stel dat de berg een oppervlakte heeft van 50 km2 en gemiddeld 500 m hoog zou worden, dat komt er 0,25 TJ aan energie beschikbaar. Met een (praktijk)rendement van 40% is dat afgezet tegen het Nederlandse jaarlijkse totaalverbruik van 3.269 PJ ongeveer 0,000053 %. Dat schiet niet erg op!
En voor de nog meer preciezen: Die winst van latere waterkracht-energie zou in principe in de balans op moeten worden genomen bij de bouw? Klopt. Ik denk echter dat 100 GW per jaar geen doorslaggevende rol zal spelen.]

Conclusie: Die berg wordt nooit duurzaam

Met de hierboven uiteengezette redenering meen ik overtuigend te hebben aangetoond dat de achterliggende veronderstelling van het aanleggen van een duurzame berg op theoretisch drijfzand is gefundeerd. Natuurlijk, een berg aanleggen is "geen probleem". Als de Chinezen de Drieklovendam kunnen aanleggen, de Fransen het Suezkanaal, en een Spaanse onroerend-goed-cowboy het Panamakanaal, kunnen de Nederlandse "natte" en "droge" bouwers echt wel een flinke molshoop maken.

Maar een berg die "duurzaam" is? Nee, daarvoor moeten we waarschijnlijk wachten totdat Oost-Groningen zover wegzakt dat zich spontaan een tektonische plaat opheft in het IJsselmeer.

Jammer, niks aan te doen.


Terug naar de website

donderdag 13 februari 2014

Rondje Estaon: GPS 2

Een tijdje geleden schreef ik onder het kopje "GPS" dat wij al onze wandelbeschrijvingen gaan opleuken. Eén van de gadgets moet worden dat wij de wandelingen van GPS-coördinaten gaan voorzien. Zo luidde het plan. Ik suggereerde dat er vast wel een slimme App bestaat waarmee dat te regelen valt. Nou die is er. Hij heet Wikiloc en het is een site waar zo'n beetje iedere wandelbeweging ter wereld op kan worden gevonden. In ieder geval in onze wereld, in Nederland is het niet zo populair.

Je kunt zelf je tracks opladen. Uitladen gaat ook, je kunt kiezen tussen verschillende uitlaadbestandjes voor je mobiele telefoon. (Zelfs Windowsphone wordt ondersteund geloof ik, hoewel dat van secundair belang is. Het eerste wat Nokia, net overgenomen door Microsoft, op het Mobilephone-congress in Barcelona deze week heeft aangekondigd is dat ze over zullen stappen op Android.) Daarnaast "uiteraard" Garmin en zelfs Google Earth. Kortom, de wet van de stimulerende achterstand. Het grootste gedeelte van de wandelingen die ik moest gaan nalopen kan ik zo vinden. Linkje hier of daar, daar kom ik wel uit.
Ik zal het meteen even testen. Laten we eens een wandelingetje maken van de parkeerplaats hier beneden aan de hoofdweg richting Escaló naar Het kasteel Llort .

Photo of Castell de Llort - Escaló
Castell Llort, uitkijkend op Berrós Jussà (niet zichtbaar op de foto)

Geprobeerd? Ik wel, bij mij werkt het. Je krijgt er meteen een paar foto's bij aangeleverd, hoogteprofieltje, een beschrijving van de wandeling, de looptijd en de zwaarte wordt vermeld. Dat is logischerwijze een beetje afhankelijk van de betreffende wikiloc-oplader, maar daar kan ik indien nodig invloed op uitoefenen.

En nu ik toch begonnen was, heb ik meteen geprobeerd of ik meerdere wandelingen aan elkaar kan plakken om een rondje te laten zien op een driedimensionale afbeelding van Google Earth. Ongelooflijk! Ook dat kan (ik)! Onderstaand het bewijs. Een rondje dat haast bij ons huis begint. Daar hoeft nog maar een miezerig klein stukje aan te worden toegevoegd. Alternatieven, zo gewenst, kunnen we er ook bij zetten.



Kortom, in plaats van de geplande minimaal 30 dagen nalopen van alle bestaande wandelingen, kan ik het meeste van achter mijn scherm doen. Mijn zus zegt, niet geheel ten onrechte, dat er nog wat couleur locale bij moet en dat er dingen in het veld moeten worden gecheckt. Nou, dan doen we dat, dan kom ik ook nog eens buiten.

Terug naar de website

George

Ik ben me rotgeschrokken. George is dood. Nu ben ik inmiddels aangeland op het kantelmoment dat niet meer de ouders maar vooral de vrienden en bekenden aan het doodgaan raken. De ouders raken namelijk op, dat is de leeftijd, maar meer nog dan het onvermijdelijke tijdgetik, het vieren van decennia, eerst 40 en vervolgens 50, komt daarmee de eindigheid van het leven sluipenderwijze en onontkoombaar naderbij.

Gek genoeg had de ontdekking van het overlijden van George haast nog meer betekenis dan de aangekondigde dood van een paar kennissen en het recente overlijden van twee hartstikke jonge meiden die hier in 2012 en 2013 te gast waren. Gek genoeg schrijf ik, omdat ik George amper ken. Ik licht het toe.

In 2001 kreeg ik een telefoontje van George. Hij was een Pyreneeën,- en fietsfanaat vertelde hij en was van plan een reisorganisatie op te richten die zich bezig zou gaan houden met het organiseren van fietsvakanties in de Pyreneeën. Toevallig woonde hij in Wageningen, dus toen wij koninginnedag 2001 in Wageningen waren hebben wij kennis gemaakt. Een paar maanden later kwam hij hier op bezoek om onze locatie te kunnen beoordelen op geschiktheid voor een tussenstop voor zijn fietsreizen en te praten over mijn bereidheid voor het verzorgen van bagagevervoer.

Nu ben ik nogal betweterig, toen denk ik nog meer dan nu, dus ik had een mening over zijn plan. Het leek me onuitvoerbaar. In elk geval onuitvoerbaar in zijn einddoel, dat was om te kunnen leven van het organiseren van fietsreizen naar de Pyreneeën. Vooralsnog verdiende hij zijn brood als laborant. Het leek mij dat hij daar gewoon mee door moest gaan.

George zat op ons terras. Niet zomaar, hij zat daar te wachten totdat ik hem een paar alternatieve tochten zou kunnen laten zien waarover wij gesproken hadden bij onze kennismaking in april. Ik had het midden in de zomer veel te druk voor dag-lange uitstapjes, maar George dacht blijkbaar dat ik het toegezegd had, dus bleef geduldig wachten op ons terras totdat ik het sein: "Kom op, we gaan!" zou geven. En daar werd ik licht gepikeerd van: "Pak je fiets en ga goddomme zelf kijken!" zoiets dacht ik. Maar hij dus niet. Hij vroeg heel vriendelijk om een uur of vijf 's middags wanneer we zouden vertrekken........

Uiteindelijk heb ik hem de volgende ochtend een prachtige route -met de auto- laten zien, kwamen we wat betreft de vergoeding voor bagagetransport en de eventuele korting op de overnachtingsprijs niet erg tot elkaar en was daarmee het plan ten einde. Voor wat mij betreft, want George heeft tien jaar lang fietsers over onder andere de door mij voorgestelde route gestuurd en heeft zijn kleinschalige bedrijfje gerund. En hij heeft zijn baan nooit kunnen opzeggen, dat had ik dan wel goed voorzien.

En nu zie ik -sinds 2010 had ik een link op onze site staan naar zijn bedrijfje- ineens bij het controleren van onze site dat hij in juli 2012 is overleden. Zijn site blijft -voorlopig- in de lucht, ter ere van een man die zich bij leven inzette voor het fietsen in de Pyreneeën en zijn droom najoeg.
De link werkt nog steeds. Zo te zien is hij vrij snel na onze link-plaatsing -en dus kort mailcontact- ziek geworden, want van 2011 staan er al geen reviews van enthousiaste fietsers meer op zijn site.

George is dus dood. Het was een aardige vent waarmee ik geen chemie had. Dat komt voor. Maar moet ik nu die link rücksichtlos weggooien? Tenslotte hebben onze toekomstige klanten er niks aan te linken naar een sympathiek opgesteld In Memoriam. Doodlopende links daar wordt niemand vrolijk van. Maar links naar een dode? Rare gedachte.

Terug naar de website

maandag 20 januari 2014

Kijken en zien

Mijn broer zei eens: "Ik rijd nu ongeveer twintig jaar van mijn werk naar huis vice versa en ik zie iedere dag weer nieuwe dingen." Soortgelijke ervaringen zullen velen met hem delen, maar hoe erg kan het zijn?
Ik rijd of loop iedere dag minstens twee keer langs de plek waar deze foto genomen is. De oprit van de stuwdam beneden naar ons dorp. Zoals het bord aangeeft bevindt deze plek zich op 1600 m van ons huis. Oké, er is nog een oprit bij de brug, maar in elk geval sinds de oudste naar school in Sort ging kom ik daar gewoon twee keer per dag. 



Afgelopen zaterdag kreeg ik deze foto opgestuurd. Gedateerd juli 2009. Het eerste wat mij opviel was dat overstekende hert. Nog nooit gezien. Dat bord, want ik heb inderdaad wel regelmatig wilde zwijnen, reeën, gemzen, steenmarters en dassen voor de wielen. En zelfs twee keer een eekhoorntje ónder de wielen. Da's best zielig. Je voelt een klein hobbeltje, kijkt in je spiegel en ziet achter je zo'n pluimstaart zwaaien. Het stomme van die eekhoorns is dat ze vlugger zijn dan jij. In beide gevallen sprongen ze echt onder mijn auto, en dan ben je te laat. Franka kon ook niet zeggen of dat bord er nog staat of inmiddels al is verwijderd.
Het staat er nog steeds, ik ben net wezen kijken 

Vorige week kreeg ik nog een andere foto opgestuurd, deze: 

De foto is gemaakt op ons terras. Ik denk dat er honderden foto's van dit uitzicht gemaakt zijn. Wij zelf hebben er sowieso al tientallen: 

En ook wel met mooiere luchten, deze is in het weinig groene gedeelte van het jaar gemaakt, maar dat is mijn punt niet. Die eerste foto is gewoon veel mooier, waarom?
Toevallig, nou ja., toevallig is het niet, want je oog valt altijd op dingen waar je mee bezig bent, las ik vrijdag een interview met een oogarts getiteld: "Ver es imaginar" (Zien is verbeelden). Daarin legde hij uit dat je hersenen werken met een biblitoheek. Wel net zo handig, want dan hoef je niet alles steeds opnieuw helemaal te screenen. Dat kan verklaren waarom Franka en ik niet weten of dat bord overstekend wild beneden bij de stuw staat. En dat mijn broer regelmatig nieuwe dingen ontdekt.
Het is misschien ook een verklaring waarom de foto van het uitzicht van onder de parasol door de meesten van ons (mij in elk geval) mooier wordt gevonden. De foto voegt iets toe aan je bibliotheek. Ik woon hier tenslotte al twintig jaar en kan dat uitzicht wel dromen. Dus niet. Ik kan globaal omschrijven hoe het er uitziet en herken het  uit miljoenen andere uitzichten, dat wel. 

We kijken allemaal naar hetzelfde, maar wat zien we dan? En dan dat op een manier vastleggen die onze collectieve bibliotheek verrast, dat vind ik een gave. 

zondag 19 januari 2014

Kijken & zien 2



Kijk nou toch eens! ben ik geneigd uit te schreeuwen bij het zien van onderstaand plaatje. Tegen mezelf dan toch in ieder geval. Hoeveel fantasie heb je nodig om hier de kop van een vogel in te zien? Geen fantasie. Ik ken maar weinig vlinders die met zo'n duidelijke camouflage rondfladderen. Beter gezegd, rusten.

Tsja, ik kan hem niet vinden
Nu ken ik eigenlijk überhaupt weinig vlinders bij naam. Dus hoe deze heet, zo moet ik tot mijn schande erkennen, weet ik ook niet. We hebben wel "De nieuwe vlindergids" daarin staan een stuk of 450 verschillende dagvlinders, maar ik kan hem niet vinden. Naast dagvlinders bestaan er echter ook nachtvlinders, motten genoemd. Franka denkt dat dit een mot is. Die is dus aan de overdagse rust bezig, en dan helpt zo'n vermomming wel.
In het toenmalige anologe tijdperk hadden wij eens bezoek van een meneer die professor in de biologie was. Specialisatie sluipwespen als ik mij niet vergis. Hij hobbiede er een beetje bij in de mottenbranche, een jaar later keerde hij weerom met enkele serieuze mottenvallen. Hij bleek een fles wijn te hebben gezet op het "grootste aantal verschillende nachtvlinders waargenomen op één lokatie" met een Engelse collega motten-kijker. Na een dag of tien dagelijks motten verzamelen, fotograferen en loslaten bleek de teller ergens rond de 300 te zijn blijven staan. Of hij daarmee die fles wijn had verdiend, is mij ontschoten. 300 vind ik ontzaglijk veel, zeker in ogenschouw nemend dat vlinders (dat zie ik zelf) en naar ik aanneem dus ook motten, seizoensgebonden zijn. Aan het begin van de zomer hebben wij konings,- en koninginnepages, maar aan het eind niet meer enz.

Koninginnepage
Die mottenmeneer, Jacques heet hij, was ook nog zo aardig om al zijn foto's voor ons af te laten drukken  en op de achterkant de wetenschappelijke,- en straatnaam te zetten.  Als ik die stapel van ruim 600 foto's doorwerk, kom ik misschien het motje wel tegen....
Heel veel motten hebben natuurlijk geen straatnaam. In de eerste plaats omdat er motten zijn, zo heb ik van Jacques geleerd, die alleen maar van elkaar te onderscheiden zijn door de vorm van hun geslachtsdeel en in de tweede omdat ze nauwelijks deel uitmaken van onze bewuste waarneming. Zo'n koninginnepage komt aanfladderen, maar een mot zie je overdag ergens al of niet in elkaar gevouwen vooral niet-bewegen. Maar het vooroordeel dat ik onbewust had, dat ze allemaal bruinig en niet de moeite waard zijn (wat op zich al een domme gedachte is, maar wij mensen worden toch wel wat meer getriggerd op spektakel) slaat echt nergens op.
Behalve die imitatie vogelkop hierboven  zijn er nl. tientallen werkelijk prachtige motten. Neem nou het bekende motje: "Groot avondrood", in onze achtertuin door Jacques gefotografeerd.

Groot avondrood

Terug naar de website